Het UWV neemt de ziekte ME1 vaak niet serieus en handelt in strijd met het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. Dit blijkt uit een onderzoek onder ME-patiënten, in opdracht van de patiëntenorganisaties. Op dinsdag 27 november hebben zij de resultaten van dit onderzoek overhandigd aan de Kamercommissies voor VWS en voor SZW in Den Haag.* Daar boden zij ook een petitie aan met het verzoek om te zorgen dat het UWV de aanbevelingen van de Gezondheidsraad opvolgt. Op woensdag 12 december zullen zij het onderzoeksrapport aanbieden aan het UWV. De patiëntenorganisaties dringen aan op een betrouwbare beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van mensen met ME, zodat zij de uitkering krijgen waar zij recht op hebben. 

 

Praktijk UWV in strijd met advies Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad concludeerde in maart van dit jaar in zijn advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS een ernstige chronische ziekte is, die gepaard gaat met substantiële functionele beperkingen. Het onderzoek onder patiënten met deze ziekte wijst uit dat verzekeringsartsen van het UWV regelmatig menen dat zij niet ziek zijn, of dat hun klachten zijn veroorzaakt door verkeerde gedachten of gebrek aan beweging. Zij geloven dat die klachten wel over zullen gaan door psychotherapie of activering. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid houden zij onvoldoende rekening met de gevolgen van de ziekte. Deze opvattingen en praktijk zijn in strijd met het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. De patiëntenorganisaties storen zich dan ook aan de stelligheid van het UWV dat er wel in lijn met het advies van de Gezondheidsraad gehandeld wordt.

 

Van 382 ME-patiënten die de vragenlijst hebben ingevuld vindt 81% dat het UWV niet volledig rekening heeft gehouden met hun beperkingen als gevolg van de ziekte, zoals zieker worden na inspanning (PEM, post exertional malaise). Verzekeringsartsen schatten het aantal uren dat patiënten kunnen werken ook veel hoger in dan volgens betrokkenen zelf realistisch is. Geen enkele patiënt gaf aan meer dan 30 uur per week te kunnen werken, maar volgens het UWV kan 20% wel 40 uur werken. 49% vindt zich zelf niet in staat om te werken, maar het UWV komt slechts bij 19% van de patiënten tot die conclusie.

Aanbieding onderzoek aan Tweede Kamer. UWV ONTKENT ERNST ARBEIDSONGESCHIKTHEID ME-PATIËNTEN  (27 november 2018)

Het UWV neemt de ziekte ME1 vaak niet serieus en handelt in strijd met het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. Dit blijkt uit een onderzoek onder ME-patiënten, in opdracht van de patiëntenorganisaties. Op dinsdag 27 november zullen zij de resultaten van dit onderzoek aanbieden aan de Kamercommissies voor VWS en voor SZW in Den Haag. De patiëntenorganisaties dringen aan op een betrouwbare beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van mensen met ME, zodat zij de uitkering krijgen waar zij recht op hebben. 

 

Praktijk UWV in strijd met advies Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad concludeerde in maart van dit jaar in zijn advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS een ernstige chronische ziekte is, die gepaard gaat met substantiële functionele beperkingen. Het onderzoek onder patiënten met deze ziekte wijst uit dat verzekeringsartsen van het UWV regelmatig menen dat zij niet ziek zijn, of dat hun klachten zijn veroorzaakt door verkeerde gedachten of gebrek aan beweging. Zij geloven dat die klachten wel over zullen gaan door psychotherapie of activering. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid houden zij onvoldoende rekening met de gevolgen van de ziekte. Deze opvattingen en praktijk zijn in strijd met het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. De patiëntenorganisaties storen zich dan ook aan de stelligheid van het UWV dat er wel in lijn met het advies van de Gezondheidsraad gehandeld wordt.

 

Van 382 ME-patiënten die de vragenlijst hebben ingevuld vindt 81% dat het UWV niet volledig rekening heeft gehouden met hun beperkingen als gevolg van de ziekte, zoals zieker worden na inspanning (PEM, post exertional malaise). Verzekeringsartsen schatten het aantal uren dat patiënten kunnen werken ook veel hoger in dan volgens betrokkenen zelf realistisch is. Geen enkele patiënt gaf aan meer dan 30 uur per week te kunnen werken, maar volgens het UWV kan 20% wel 40 uur werken. 49% vindt zich zelf niet in staat om te werken, maar het UWV komt slechts bij 19% van de patiënten tot die conclusie.

Als u gezondheidsproblemen hebt gaat u daarmee gewoonlijk eerst naar de huisarts en eventueel de specialist. Maar als er sprake is van langdurig ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid, krijgt u ook met de bedrijfsarts en de verzekeringsarts te maken. Zij moeten beoordelen wat u als gevolg van uw ziekte níet meer kunt en wat nog wél, ofwel: wat uw ‘functionele beperkingen en mogelijkheden’ zijn.

Lees meer

Door het invullen van deze vragenlijst kun je meedoen aan de meldactie over UWV keuringen van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, de ME/CVS Stichting en de ME/cvs Vereniging: https://vragenlijst.dezorgvraag.nl/vragenlijst-me-keuringen. Invullen kan tot 20 mei 2018. Het UWV en de vereniging van verzekeringsartsen NVVG ontkennen dat de beperkingen van mensen met ME bij keuringen regelmatig onderschat worden. Volgens de Gezondheidsraad is dat wel het geval. Door het invullen van deze vragenlijst kun je je eigen ervaringen met het UWV, positief of negatief, melden.

Het doel van deze actie is om een actueel beeld te krijgen van de ervaringen van mensen met ME met een Ziektewet-,  WIA-, Wajong of WAO-(her)keuring door het UWV. Deze informatie zal gebruikt worden in overleggen en acties, aansluitend bij het advies van de Gezondheidsraad over ME en gericht op verbetering van de keuringen van mensen met ME.

De vragenlijst is alleen bedoeld voor mensen:

- bij wie de diagnose ME, CVS, ME/CVS of SEID door een arts is gesteld, én

- die de afgelopen 10 jaar te maken hebben gehad met een keuring (beoordeling) door een verzekeringsarts (keuringsarts) van het UWV.

https://vragenlijst.dezorgvraag.nl/vragenlijst-me-keuringen.

Sinds de publicatie van het advies van de Gezondheidsraad krijgt de Steungroep daar veel vragen over. Wij hebben hierover juridisch advies gevraagd aan de specialisatievereniging van sociale zekerheidsadvocaten (SSZ). Hieronder de reactie van mr. Bernard de Leest van deze vereniging.

 

Gevolgen van het advies

In het advies is onder andere aangegeven dat mensen met ME/CVS substantieel beperkt zijn in hun functioneren. Ook stelt de Gezondheidsraad dat mensen met ME/CVS die niet kiezen voor cognitieve gedragstherapie (CGT) of oefentherapie (graded exercise therapy, GET) als behandeling, daarvan geen negatieve gevolgen mogen ondervinden bij  de beoordeling van hun het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WMO-voorziening.

De vraag is of dit advies gevolgen heeft voor keuringen door bedrijfs- en verzekeringsartsen. En of genomen beslissingen door het UWV over het recht op een Ziektewet (ZW)- , WIA- of Wajong-uitkering alsnog ter discussie kunnen worden gesteld. Want misschien zijn er in het verleden te weinig beperkingen aangenomen of zijn herstelmogelijkheden overschat.

Verzekeringsartsen van het UWV moeten rekening houden met het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS: “Voor zover verzekeringsartsen CGT en GET beschouwen als een effectieve therapie en een cliënt daartoe min of meer verplichten dient deze werkwijze te worden verlaten. De Gezondheidsraad geeft duidelijk aan dat CGT en GET bij ME/CVS niet zijn te beschouwen als naar algemeen medische maatstaven adequate behandelingen waartoe patiënten verplicht kunnen worden. De keuze om af te zien van CGT of GET mag derhalve niet leiden tot het oordeel dat de patiënt zijn kans op herstel mist, niet meewerkt aan zijn of haar herstel of verwijtbaar handelt.” Dit stelt de medisch adviseur van het UWV, Herman Kroneman, in een interne beleidsmededeling aan alle verzekeringsartsen (21 maart 2018)*. ME- en CVS-patiënten die niet kiezen voor CGT of GET als behandeling mogen daarvan dus geen nadeel ondervinden bij hun aanspraak op een WIA-, Wajong- of WAO-uitkering.

 ‘Medische beoordelaars in het kader van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg en Participatiewet erkennen dat ME/CVS een ernstige ziekte is die gepaard gaat met substantiële functionele beperkingen en beschouwen de keus van een patiënt om geen CGT of oefentherapie te doen niet als ‘niet adequaat herstelgedrag’.

 

Zo luidt een van de vier aanbevelingen in het advies van de Gezondheidsraad over ME.

 

De Steungroep krijgt regelmatig vragen over dit advies, zoals: ‘Ik heb volgend week een WIA-keuring bij het UWV. Kan ik nu verwachten dat de UWV-arts volledig rekening zal houden met mijn beperkingen?’ en ’Jaren geleden is mijn aanvraag voor een Wajong-uitkering afgewezen, omdat het UWV mijn ME/CVS niet erkende. Kan ik nu alsnog aanspraak maken op zo’n uitkering?’ Deze vragen zijn niet  eenvoudig te beantwoorden.

- Invulschema dagelijkse activiteiten (alleen voor donateurs)

- Checklist beperkingen en invulschema mogelijkheden (alleen voor donateurs)

- Functionele mogelijkhedenlijst (leeg) 2013, UWV (alleen voor donateurs)

Inzetbaarheidsprofiel, NVAB 2014

- Voorbeeldbrief correctieverzoek UWV (alleen voor donateurs)

- Voorbeeldbrief correctieverzoek bedrijfsarts (alleen voor donateurs)

Ziekte, stoornissen, beperkingen, participatieproblemen

- De WIA, een ingewikkelde wet

Myalgische Encefalomyelitis. Volwassenen en kinderen. Internationale Consensushandleiding voor artsen 
  (alleen voor donateurs)

- Internationale Consensus Criteria voor ME
  (alleen voor donateurs)