Oproepen
| Ontevreden over het UWV? |
| Dien een klacht in als u zich vervelend behandeld voelt en stuur de Steungroep een kopie. Lees meer... |
| 23-11-2009: Antwoorden minister Donner op kamervragen over keuringen bij ME/CVS onbevredigend. |
|
|
Minister Donner heeft antwoord gegeven op de vragen van kamerlid van Hijum over de handelwijze van het UWV bij de keuring van ME/CVS-patiënten. De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid vindt deze antwoorden erg algemeen en onbevredigend. De minister zegt dat het UWV zijn best doet en gaat ervan uit dat het dus ook goed gaat. De praktijk leert helaas dat het niet zo simpel is. Wanneer het protocol CVS in een verslag van een UWV-arts over een ME/CVS-patiënt wordt genoemd betekent dat nog niet dat het juist wordt toegepast. In de praktijk blijkt het UWV niet alle gesignaleerde fouten recht te zetten. Bovendien worden dezelfde fouten nog steeds opnieuw gemaakt. Wat betreft de cijfers over bezwaar en beroep die de minister in zijn antwoorden noemt, is sprake van een vergelijking van appels met peren. Zie het commentaar bij antwoord 4. Wat betreft UWV Hengelo zet de Steungroep zich ervoor in dat het traject met mediation waarover de minister spreekt in antwoord 5, en waar de Steungroep nauw bij betrokken is, niet alleen positieve resultaten op zal leveren voor de betrokken individuele UWV-cliënten, maar tot echte verbeteringen bij de keuring van ME/CVS-patiënten zal leiden. Wat betreft de betrokkenheid van de Steungroep bij de verbetering van het protocol CVS: daarvoor is gelukkig meer ruimte dan de minister in zijn antwoord aangeeft. Zie het commentaar bij antwoord 7. De Steungroep wil deze ruimte ten volle benutten.
23-11-2009 nr. 717Aanhangsel van de Handelingen - Tweede Kamerlid, Hijum van Y.J. (CDA) - minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Antwoord vragen Van Hijum over toepassing van het CVS-protocol - 2009-11-19;
AH 717 2009Z20387
Antwoord van minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 19 november 2009)
1 Bent u bekend met de nieuwe beslissing van het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank in Zutphen die oordeelde dat het UWV opnieuw een besluit moest nemen inzake een ME/CVS 1)-patiënte omdat het CVS-protocol niet was gebruikt? Is het waar dat het UWV het bezwaar van deze ME/CVS-patiënte tegen de intrekking van haar Wajong-uitkering voor de tweede keer ongegrond heeft verklaard? 2)
Antwoord 1 Ja. Het UWV heeft een nieuwe beslissing afgegeven. Het bezwaar is wederom ongegrond verklaard.
2 Kunt u aangeven of het UWV in de nieuwe beslissing wel het protocol heeft toegepast?
Antwoord 2 Ja. Het UWV heeft bij de totstandkoming van deze nieuwe beslissing het CVS-protocol toegepast. Daarbij is opnieuw onderzoek gedaan door een nog niet eerder bij de zaak betrokken bezwaarverzekeringsarts. Er is daarbij ingegaan op alle eerder door de Rechtbank Zutphen in de uitspraak van 24 juni 2009 geconstateerde tekortkomingen in de oordeelsvorming. Er is nadere informatie ingewonnen bij de behandelaars van betrokkene en de bezwaarverzekeringsarts heeft de claim van betrokkene met betrekking tot een urenbeperking onderzocht en beoordeeld aan de hand van de Standaard ‘Verminderde Arbeidsduur’.
3 Kunt u aangeven hoe bekend verzekeringsartsen inmiddels zijn met het CVS-protocol? Hebben de inspanningen van het UWV voldoende effect gehad? Is het waar dat er tussen regionale UWV-kantoren grote verschillen bestaan in de mate waarin het protocol wordt toegepast?
Antwoord 3 Uit ingewonnen informatie bij het UWV blijkt het volgende. Er is en wordt binnen UWV uitgebreid aandacht besteed aan het protocol. Het is onder andere vaak onderwerp van gesprek bij vakoverleg, mediprudentievorming, intercollegiaal overleg etc. Bij de beoordeling van een cliënt met de diagnose CVS wordt het protocol toegepast. Er is mij niet gebleken dat er grote verschillen bestaan tussen UWV-kantoren als het gaat om toepassing van het protocol.
4 Wat is uw reactie op cijfers van de steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid waarin zij aangeven dat tweederde van de mensen die bezwaar hebben aangetekend tegen een keuring uiteindelijk door het UWV of de rechter in het gelijk zijn gesteld? Heeft u de achtergrond hiervan besproken met het UWV, zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg SUWI (Structuur uitvoering werk en inkomen) op 1 juli 2009?
Antwoord 4 Hierover is informatie ingewonnen bij het UWV. Het cijfer van tweederde dat de steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid noemt is niet bekend. [zie commentaar Steungroep hieronder] Uit cijfers die het UWV heeft verstrekt over de WIA-beoordelingen in de jaren 2006 tot en met 2008 blijkt het volgende. Van de bezwaarzaken ME/CVS is 8,2 % gegrond verklaard. Van de beroepzaken ME/CVS is 11,8 % gegrond verklaard. Voor alle diagnoses is in 20% van het aantal zaken het bezwaar gegrond verklaard. Deze cijfers geven aan dat het aantal gegronde bezwaar- en beroepszaken met de diagnose ME/CVS iets lager is dan de aantallen die gelden voor alle beoordelingen.
Commentaar Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid bij antwoord 4: De Steungroep heeft zich in de brief van 25 juni aan de kamercommissie voor SZW gebaseerd op de ‘Rapportage afronding eenmalige herbeoordelingsoperatie’ van het UWV van 5 juni 2009 Daarin staan cijfers over bezwaar en beroep in verband met de eenmalige WAO-herkeuringen volgens strengere regels die van 2004 – 2009 plaatvonden. Uit deze cijfers valt af te leiden dat in de bezwaarronde al 39% gelijk krijgt. Van degenen, wier bezwaar ongegrond is bevonden en die vervolgens in beroep zijn gegaan (61%) krijgt vervolgens nog 49.1% gelijk. Dit is 30% van het oorspronkelijke totaal. Samen dus 69%, ruim tweederde.Bovenstaande cijfers hebben betrekking op de totale groep herbeoordeelden (alle diagnoses). De cijfers die de minister noemt gaan niet over de WAO-herkeuringen maar over de WIA en hebben alleen betrekking op ME/CVS-patiënten. Hier worden dus appels met peren vergeleken. Wij kunnen deze cijfers niet controleren omdat we niet weten waarop ze gebaseerd zijn.*
5 Herkent u zich in de zorgen van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid waarin zij aangeven dat zij wel in gesprek zijn met het UWV (Hengelo) maar onvoldoende resultaat boeken omdat verzekeringsartsen niet volledig rekening houden met de beperkingen van ME/CVS-patiënten?
Antwoord 5 Het is mij gebleken dat het UWV de zorgpunten serieus oppakt, en op basis van concrete gevallen zonodig actie ter verbetering inzet. Het gaat er om dat de beoordelingen voldoen aan de vigerende kwaliteitsstandaard met in achtneming van het protocol. Dit laat onverlet dat de beoordeling in zijn uitwerking niet in alle gevallen volledig tegemoet komt aan het verwachtingspatroon van de cliënt.Specifiek kan over het kantoor Hengelo nog gemeld worden dat daar een traject loopt waarbij (hoewel de termijnen voor bezwaar en beroep al verstreken zijn) klanten worden uitgenodigd nog een keer naar de dossiers te kijken en gesprekken te voeren in het bijzijn van een mediator.Eventuele verbeteraspecten die hieruit voorkomen zullen met de Steungroep worden besproken.
6 Bent u bereid nogmaals te overwegen om met de Steungroep in gesprek te gaan om te onderzoeken of het ministerie een rol kan spelen bij het oplossen van de weerbarstige praktijk rondom de beoordeling van ME/CVS-patiënten en een bijdrage kan leveren om de naleving van de keuringsafspraken te bevorderen?
Antwoord 6 In een brief aan de Steungroep ME en Arbeidsgeschiktheid van 7 september 2009 heb ik al aangegeven dat het UWV verantwoordelijk is voor de uitvoering van de door mij opgedragen taken en dat het UWV dus voor de Steungroep de aangewezen gesprekspartner is. Ik heb begrepen dat het UWV Hengelo een maximale inspanning levert om met de Steungroep in gesprek te blijven. Ik heb geen aanwijzingen dat het UWV de door de Steungroep gesignaleerde knelpunten niet serieus neemt. Ik zie daarom thans geen aanleiding om met de Steungroep in gesprek te komen.
7 Is het waar dat het UWV is gestart met een evaluatie van het CVS protocol? Bent u bereid om er voor te zorgen dat de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid (zo mogelijk structureel) betrokken wordt bij de evaluatie van het CVS protocol en de eventuele herziening?
Antwoord 7 De evaluatie is in volle gang. De NVVG is gestart met een mediprudentie onderzoek, waarin de meningen van en de controverses binnen de beroepsgroep over de aandoening CVS worden geanalyseerd. De opbrengst hiervan moet input vormen voor een toekomstige verbetering van het protocol ME/CVS. Alle artsen van UWV zijn gevraagd hierbij commentaar te geven. De gebruikelijke gang van zaken is dat nieuwe protocollen of herzieningen van bestaande protocollen voor commentaar worden voorgelegd aan een aantal organisaties. De Steungroep krijgt dan ook de mogelijkheid om te zijner tijd commentaar te leveren op een eventueel nieuw protocol ME/CVS.
Commentaar Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid bij antwoord 7: De ervaring leert dat alleen het leveren van commentaar op een eindconcept van verzekeringsgeneeskundige protocollen weinig invloed heeft. De Chronisch zieken en Gehandicapten Raad heeft daarom aangedrongen op een grotere betrokkenheid van patiëntenorganisaties en in een eerder stadium, en met succes. Bij de ontwikkeling van de laatste verzekeringsgeneeskundige protocollen is de inbreng vanuit het patiënten-/cliëntenperspectief niet beperkt tot de mogelijkheid voor organisaties om in de eindfase commentaar te leveren. Ook bij de ontwikkeling van de protocollen zelf zijn door patiëntenorganisaties voorgedragen patiënt/cliënt-deskundigen betrokken geweest als lid van de protocolwerkgroepen. Wij gaan ervan uit dat bij herziening van de protocollen dezelfde aanpak gekozen zal worden. Bovendien heeft de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid de ervaringen van ME/CVS-patiënten met de toepassing van het protocol CVS uitgebreid geëvalueerd. De Steungroep is van mening dat ook de uitkomsten daarvan betrokken moeten worden bij toekomstige verbetering van het protocol CVS.
1) ME: Myalgische Encefalomyelitis CVS: Chronisch Vermoeidheidssyndroom 2) Brief van de Stichting Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid aan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 19 oktober 2009
* Dit is als volgt berekend:
Op pagina 25 van de ‘Rapportage afronding eenmalige herbeoordelingsoperatie’ van het UWV van 5 juni 2009 (zie: http://docs.minszw.nl/pdf/129/2009/129_2009_3_13188.pdf). Staan hierover de volgende cijfers mbt de WAO:
bezwaar: gegrond: 33.7% niet ontvankelijk: 5.6% ongegrond: 52.7% ingetrokken: 7.9% totaal 100%
Niet ontvankelijk en ingetrokken (samen 13.5%) zijn uit dit staatje gehaald omdat je daarvan de uitslag niet weet als daarover wel een oordeel gegeven zou zijn. Dan krijg je:
gegrond: 33.7 / (1-0.135) = 39.0% ongegrond: 52.7 / (1-0.135) = 61.0% Dus in bezwaarzaken, waar het tot een uitspraak komt, krijgt 39% gelijk.
De cijfers over beroepszaken: gegrond: 38.3% niet ontv: 5.6% ongegrond: 39.6% ingetrokken: 16.4% totaal 100%
Ook hier weer niet ontvankelijk en ingetrokken (nu samen 22%) uit dit staatje gehaald: gegrond: 38.3 / (1-0.22) = 49.1% ongegrond: 39.6 / (1-0.22) = 50.8%
Dan zijn de cijfers toegepast op degenen, die eerst in bezwaar zijn gegaan en, indien zij ongegrond zijn bevonden, vervolgens in beroep zijn gegaan: - In de bezwaarronde krijgt al 39% gelijk. - Van de overigen (61%) krijgt vervolgens nog 49.1% gelijk. Dit is 30% van het oorspronkelijke totaal. Samen dus 69%, ruim tweederde.
Kritiekpunt op deze berekening zou kunnen zijn, dat niet iedereen, die in bezwaar verliest, vervolgens in beroep gaat. Dat is op zich juist. Maar het ging ons er juist om aan te tonen, dat als je dat dus wel doet, je in 69% van de gevallen gelijk krijgt. En dat dit een sterke indicatie is dat voor het feit dat in ieder geval voor deze groep de keuring niet bepaald goed is gedaan.
Bovenstaande cijfers hebben betrekking op de totale groep herbeoordeelden. De cijfers m.b.t ME/CVS die de minister noemt waren toen nog niet bekend. Wij kunnen deze cijfers niet controleren omdat we niet weten waarop ze gebaseerd zijn. Wat opvalt is dat de minister spreekt over 20% gegronde bezwaren voor alle diagnose, terwijl in het door ons gebruikte UWV-rapport hiervoor 33,7% wordt genoemd.
|


