Jongeren overig

korting voor donateurs bij De Roode Roos

Korting voor donateurs op voedingssupplementen.

 

 

 ME-platform

De ontmoetingsplaats voor ME-patienten op internet.

Oproepen

(her)keuring?

Dan is onze brochure 'Handleiding voor de (her)keuring' onmisbaar. Klik hier voor meer informatie over deze en andere brochures.


Verslag PGO-samenwerking Arbeid

 
Eindrapport project Protocol in praktijk (29 september 2011)

 
Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortgezet onderwijs 6 Print

6. Wie ziek is kan wel wat steun gebruiken (2)

 

Voor jongeren met ME/CVS is schoolgaan vaak een probleem. Toch is er meestal meer mogelijk dan ouders en kinderen denken. In deze zesde aflevering van de reeks ‘Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortgezet onderwijs’ aan­dacht voor allerlei hulpmiddelen en voor­zieningen.

 

Als je ME/CVS hebt, kan het te zwaar voor je zijn om met de fiets of het openbaar vervoer naar school te gaan. Ook lopen binnen de school, een trap opgaan en sjouwen met boe­ken is soms problematisch. Vaak heb je proble­men met concentreren, onthouden, schrijven, lezen of praten. De schooldag zelf (stress, la­waai, mensenmassa, voortdurend wisselen van lokalen, agressie) kan al te vermoeiend zijn om zonder rustperiode vol te houden.

In een aantal gevallen kan de school zelf een oplossing bieden voor deze problemen. Soms is hulp mogelijk via andere instanties.

 

·         Boeken, tassen en kluisje

De school kan zorgen voor een extra boeken­pakket in een goed bereikbaar kluisje op school. Dan ben je af van het gesjouw met zware boe­kentassen van huis naar school.

 

·         Aanpassingen in het schoolgebouw

Een schoolgebouw moet toegankelijk zijn, ook voor leerlingen met chronische klachten en rol­stoelgebruikers. Als er een lift aanwezig is, kun je daar gebruik van maken. Anders kan er een traplift worden geplaatst. Dat is wel een kost­bare oplossing, die niet altijd nodig is. Misschien kan er geschoven worden met lesruimtes, zodat je niet ‘naar boven’ hoeft en de afstanden die je binnen de school moet afleggen korter worden. Sommige scholen werken al met zo veel moge­lijk vaste lokalen voor de klassen, in plaats van voor de docenten. Een school kan binnen het gebouw zorgen voor een rustruimte en rustige werkplekken.

 

·         Aanpassingen aan auto of fiets

Aanpassingen aan de auto van je ouders, zo­dat ze je naar school kunnen brengen – zo­als een kofferbaklift of een oprijgoot voor een rolstoel – worden soms door het UWV vergoed. Ook hulp bij het betalen van een aangepaste fiets kun je daar aanvragen.

 

·         Leerlingenvervoer

Vervoer naar school moeten ouders in principe zelf regelen. In probleemgevallen kan soms ge­bruik worden gemaakt van de regeling leerlin­genvervoer van de woongemeente. Voor ver­schillende schooltypes gelden verschillende re­gelingen. Als je nog met het openbaar vervoer naar school kunt, bestaat er in het voortgezet onderwijs geen recht op leerlingenvervoer. Als dat vanwege je ziekte niet gaat, kunnen je ou­ders, eventueel gesteund door de school, een verzoek indienen bij het college van burge­meester en wethouders om in jouw geval toch leerlingenvervoer te regelen. Voor leerlingen­vervoer naar het beroepsonderwijs kun je via het UWV een aanvraag indienen. Het is handig om daarbij een verklaring van de school of van een specialist mee te sturen.

 

·         Vervoervoorzieningen

De gemeente voert als onderdeel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) onder­steuningstaken uit op het gebied van mobiliteit. Hieronder valt ook het beschikbaar stellen van een rolstoel.

 

·         Aanpassingen meubels, leer- en hulp­middelen

Als je een aanpassing of een hulpmiddel nodig hebt voor het volgen van onderwijs, dan kun­nen je ouders daarvoor een vergoeding aanvra­gen bij het UWV. Denk aan een speciale stoel of bureau. Of aan hulpmiddelen voor schrijven, lezen en horen, zoals een laptop. Veel hulpmid­delen voor persoonlijk gebruik zitten in het ba­sispakket van de zorgverzekering. Voor ouders met weinig inkomsten is er daarnaast ook nog de mogelijkheid een beroep te doen op het ge­meentelijk participatiefonds. Wanneer geen en­kele instantie de extra kosten voor bijvoorbeeld een computer of andere hulpmiddelen vergoedt en het eigen inkomen onvoldoende is, kunnen ouders een beroep doen op het ANGO- Fonds voor individuele hulp aan gehandicapten en chronisch zieken, of op de stichting Leergeld.

 

·         Rugzakje

Om de school te ondersteunen bij de realisa­tie van aanpassingen voor leerlingen met een functiebeperking, kunnen ouders voor hun kind een rugzakje (leerlinggebonden financiering) aanvragen. Hiermee komt er geld beschikbaar voor de school en voor het betrokken Regionaal Educatief Centrum voor het leveren van am­bulante begeleiding. De rugzak krijgt de leer­ling alleen, als op basis van de aanvraag een indicatie is afgegeven door de commissie voor indicatiestelling. Deze wordt steeds voor een periode van drie jaar toegekend. Verlenging is mogelijk.

 

·         Tegemoetkoming schoolkosten

Voor ouders met kinderen in het voortgezet- en beroepsonderwijs die op 1 juli (vóór de start van het schooljaar) jonger zijn dan achttien jaar, is er als vorm van studiefinanciering de ‘Tege­moetkoming in de schoolkosten’. De regeling is gekoppeld aan de hoogte van het inkomen. Informatie hierover kan de decaan geven. De tegemoetkoming moet worden aangevraagd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.

 

·         Fonds voor individuele studiedoeleinden

Ouders met een minimuminkomen, die de reis­kosten naar school of de kosten voor een op­leiding voor hun kinderen die ouder zijn dan twaalf jaar niet kunnen opbrengen, kunnen een beroep doen op een fonds voor individuele stu­diedoeleinden.

 

·         KlasseContact

Met tele-educatie kun je thuis of in het zie­kenhuis (voor een deel) rechtstreeks onderwijs blijven volgen en contact met je klas houden. Een voorbeeld hiervan is het project Klasse­Contact. Dit maakt het mogelijk dat zieke leer­lingen via computerapparatuur toch aanwezig kunnen zijn in de klas. Er wordt een beeld- en geluidverbinding gelegd tussen de leerling (thuis of in het ziekenhuis) en de school.

 

·         Deelname aan activiteiten

Scholen beslissen zelf of zij activiteiten als schoolreisjes en excursies aanbieden. Zij kun­nen deze activiteiten in het reguliere (vaste) lesprogramma opnemen. Het schoolbestuur kan bij ziekte een vrijstelling geven. Misschien wil je, ondanks je ziekte, juist wel heel graag mee met excursies of met de schoolreis. Dan is het voor de school een extra uitdaging om die zo te organiseren dat dit mogelijk is. Ze kan dan een beroep doen op de Nederlandse Bran­chevereniging Aangepaste Vakanties. Via deze organisatie zijn er mogelijk ook fondsen te vin­den voor de extra kosten voor schoolreis en/of werkweek voor leerlingen met een functiebe­perking. Ouders met een laag inkomen kunnen ook een beroep doen op Leergeld Nederland.

 

 

Meer informatie over het aanpassen van de opleiding is te vinden op de website www.jon­gerenbinnenboord.nl

 

Succes met je studie!

Theo van der Werf

 

- Adressen -

• KlasseContact is een project van Ziezon en het Mooiste Contact Fonds (een initiatief van KPN), waarbij ICT-sets (digibeters en webchairs) be­schikbaar zijn. Ziezon is een landelijk netwerk voor ziek-zijn & onderwijs, waar onder meer de consulenten zieke leerlingen en educatief me­dewerkers bij zijn aangesloten. Voor algemene vragen of opmerkingen kun je mailen naar: Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Op de website www.ziezon.nl is ook aangegeven hoe je de consulent bij jou in de regio kunt vinden.

• Ik heb wat, krijg ik ook wat?’ is een wegwij­zer bij kosten van handicap en ziekte, uitgege­ven door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De publieksvoorlichting van het ministerie van VWS is ondergebracht bij Postbus 51: Telefoon: 0800-8051 (gratis). Be­reikbaar op werkdagen van 8.00 tot 20.00 uur. Website: www.minvws.nl

• UWV-Werkbedrijf. Het UWV heeft een bro­chure uitgebracht (juli 2009) over vergoedingen en hulpmiddelen voor leerlingen en studenten met een ziekte of handicap. Meer informatie op uwv.nl , werk.nl of bel met een vestiging van het WERKbedrijf in de buurt. Samen met ge­meenten en het Centrum Indicatie Zorg heeft het UWV de website www.regelhulp.nl opgezet. Hier zijn hulpmogelijkheden en voorzieningen te vinden, die ook direct aangevraagd kunnen worden.

• Rugzakje of Leerling Gebonden Financiering (LGF). Ouders kunnen zich aanmelding voor een rugzakje bij een Regionaal Expertise-cen­trum (R1) in de buurt, dat overeenkomt met de problematiek van hun kind. Het aanmeldings­dossier omvat onder meer het aanmeldings­formulier en het onderwijskundig rapport. Als ouders tegen problemen aanlopen bij de aan­vraag van een rugzakje, bijvoorbeeld bij de in­dicatiestelling, dan kunnen zij die melden bij het Meld- en adviespunt indicatiestelling LGF, tele­foonnummer: (030) 2769912. Zonodig bemid­delt het meldpunt tussen ouders en indicatie-orgaan. Meer informatie over het rugzakje is te vinden op de website www.oudersenrugzak.nl of via de rugzakinformatielijn, telefoonnummer: 0800-5010 (gratis). Op de site www.wecraad.nl zijn adressen van de REC’s te vinden. Op www.onderwijsenhandicap.nl staat informatie over het rugzakje in het mbo.

• De Nederlandse Branchevereniging Aange­paste Vakanties. De leden van de NBAV richten zich uitsluitend op vakanties voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of chronische ziekte. De NBAV waakt als overkoe­pelende organisatie over de kwaliteit van haar leden. DeBlauweGids.nl is een jaarlijkse uitgave waarin de leden van de NBAV zich uitgebreid presenteren aan de doelgroep: mensen met een functiebeperking die op vakantie willen. Voor meer informatie: www.deblauwegids.nl

• Leergeld Nederland. Deze stichting heeft als doelstelling voor schoolgaande kinderen - die om financiële redenen niet met leeftijdsgeno­ten kunnen meedoen aan schoolse en buiten­schoolse activiteiten - de financiële belemme­ring te helpen oplossen die meedoen in de weg staat, en wel op zodanige wijze dat de dreiging van sociaal isolement/uitsluiting wordt vermin­derd dan wel wordt voorkomen. In Nederland zijn circa 65 lokale Stichtingen Leergeld actief. Zij zorgen voor de daadwerkelijke hulpverlening in hun regio of gemeente. Voor meer informatie www.leergeld.nl • Fonds studiedoeleinden. De Stichting Studie­fonds PLUS bemiddelt bij problemen met de studiefinanciering. Deze stichting is gericht op verbetering van het sociaal en maatschappelijk perspectief van mensen in een achterstands­situatie. Het fonds richt zich in het bijzonder op jongeren die tussen wal en schip vallen bij het verkrijgen van studiefinanciering (van overheid, particuliere fondsen of bedrijf). Voor meer informatie zie www.studiefondsplus.nl. Ook via de website www.dho.nl is een over­zicht te vinden van studiefondsen.

• Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen IB-groep). DUO verleent bijdragen in de studie­kosten zoals de ‘Tegemoetkoming ouders’. Let op! Voor het aanvragen van een tegemoetko­ming ouders geldt een sluitingsdatum. Meer informatie is te vinden via www.ocwduo.nl of via de DUO Infolijn: (050) 599 77 55, op werk­dagen bereikbaar van 09.00-17.00 uur. Je kunt via dit nummer 24 uur per dag folders en for­mulieren bestellen en antwoorden krijgen op de tien meest gestelde vragen.

• ANGO. De Algemene Nederlandse Gehandi­captenorganisatie (ANGO) heeft een fonds voor financiële hulp. Lidmaatschap van de ANGO is niet nodig. ANGO Fonds, Postbus 850, 3800 AW Amersfoort, tel. 033 – 4654343, ma/wo 10.00-12.00 uur, ma/di 14.00-15.00 uur.

 

 

 

 

 
Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortgezet onderwijs 5 Print

5. Wie ziek is kan wel wat steun gebruiken

 

Voor jongeren met ME/CVS is school­gaan vaak een probleem. Toch is er meestal meer mogelijk dan ouders en kinderen denken. In deze vijfde afleve­ring van de reeks ‘Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortge­zet onderwijs’ aandacht voor mensen die deze leerlingen kunnen ondersteu­nen. 

 

Verschillende (vak)mensen en instanties kun­nen chronisch zieke jongeren helpen hun op­leiding met succes af te ronden. Hieronder een opsomming van de belangrijkste.

 

·         De mentor

Een leerling die chronisch ziek is, is ‘anders’, en loopt het gevaar op school buiten de groep te vallen. Een mentor kan dat voor­komen door klasgenoten en docenten te in­formeren over de ziekte die de leerling heeft en de beperkingen die daarvan het gevolg zijn. Veel docenten blijken graag bereid om te helpen. De mentor kan die hulp vanuit de school organiseren en als contactpersoon optreden wanneer de leerling door zijn of haar gezondheidsproblemen vaak afwezig is.

 

·      De decaan

Een schooldecaan helpt leerlingen bij het kiezen van een opleidingsrichting (sector of profiel), vervolgstudie en/of beroep en bij het vinden van geschikte stageplekken. Voor een zieke leerling is die keuze soms extra moei­lijk, omdat niet alle studie- en beroepsmo­gelijkheden haalbaar zijn. Eventueel kan een leerling een speciale beroepentest doen.(1)

 

·         De consulent OZL

Een consulent OZL (ondersteuning onderwijs zieke leerlingen) geeft een school advies en tips over de omgang met een zieke leerling. Daarnaast kan hij de zieke leerling en de ou­ders ondersteunen. Zowel de school als de ouders kunnen zijn hulp aanvragen.(2) Deze hulp is gratis en doorgaans op korte termijn beschikbaar. Een consulent kan ook gebruik­maken van – en helpen bij – e-coaching (in­ternet, e-mail, chatten, msm, webcam, etc.). In sommige gevallen geeft hij zelf onderwijs aan een zieke leerling en neemt bijvoorbeeld toetsen af.

 

·         De ambulant begeleider

Een ambulant begeleider is een leerkracht die veel ervaring heeft in het werken met zorgleerlingen en zich heeft gespecialiseerd in het begeleiden van collega’s. Een school krijgt zo’n begeleider toegewezen voor een leerling die in aanmerking komt voor een ‘rugzak’, ofwel leerlinggebonden financie­ring. Ouders kunnen een rugzak aanvragen om de school te ondersteunen bij het doen van aanpassingen voor een zieke leerling. Daarvoor moeten zij zich aanmelden bij een Regionaal Expertisecentrum in hun buurt.(3) Een leerling krijgt zo’n rugzak alleen als daarvoor een indicatie is afgegeven door de commissie voor indicatiestelling. De rugzak wordt steeds voor een periode van drie jaar toegekend, maar verlenging is mogelijk.

 

·         Het studiemaatje

Leerlingen die dat willen, kunnen soms ook een beroep doen op een studiemaatje of buddy. Dit is een school- of opleidingsge­noot die bereid is om medeleerlingen met problemen te helpen. Die hulp kan ook de vorm aannemen van een maatschappelijke stage. De bedoeling van een dergelijk stage (minimaal 72 uur) is dat jongeren, door mee te werken in bijvoorbeeld de gehandicap­tenzorg, kennismaken met de samenleving. Scholen zijn redelijk vrij in de invulling. Ze mogen zelf kiezen waar leerlingen stagelo­pen (zolang het maar binnen non-profit pro­jecten is) en in welk leerjaar/leerjaren ze dat doen. Scholen kunnen zelf een project cre­ëren waarbij een gezonde leerling bij wijze van maatschappelijke stage een zieke leer­ling ondersteunt. De mentor is de aangewe­zen persoon om dit te regelen.

 

·         De leerplichtambtenaar

Een leerplichtambtenaar heeft onder andere als taak schoolverzuim en voortijdig school­verlaten van jongeren te voorkomen. Zowel scholen als ouders kunnen zijn hulp inroe­pen als de opleiding van een leerling dreigt vast te lopen. Via het gemeentehuis kan een afspraak worden gemaakt met de leerplicht­ambtenaar.

 

·         De schoolmaatschappelijk werker

De schoolmaatschappelijk werker biedt hulp aan leerlingen, ouders en/of leerkrachten. Hij kan gesprekken voeren met de leerling en/of de ouders en met de school. Als dit niet voldoende is om de (studie)problemen op te lossen, of als andere hulp nodig is, bekijkt hij welke hulpverlening of instantie hiervoor geschikt is en verwijst hij daarnaar door.

 

·         De onderwijsinspecteur

De onderwijsinspectie houdt toezicht op het onderwijs, en moet dat op een flexibele ma­nier doen. Stimuleren waar het kan en cor­rigeren waar het moet. Van een onderwijs­inspecteur mag dus verwacht worden dat hij meedenkt met scholen om aanpassingen mogelijk te maken voor jongeren die door ziekte een sterk verhoogd risico lopen op studievertraging, onnodige niveaudaling en voortijdig schoolverlaten. Een school doet er dan ook goed aan om met de onderwijsin­spectie over die aanpassingen te overleggen. Er blijkt vaak meer mogelijk dan verwacht.

 

·         De onderwijsconsulent

Ouders kunnen de hulp inroepen van een onderwijsconsulent als het hun niet lukt een school te vinden die de juiste zorg of onder­steuning biedt voor hun zieke kind. Een on­derwijsconsulent is een onafhankelijke des­kundige die de taak heeft te bemiddelen bij onderwijsproblemen rond een kind met een handicap of ziekte. Hij kan helpen te voorko­men dat het kind langdurig thuis komt te zit­ten, op een verkeerde onderwijsplek terecht­komt of niet meer vooruitkomt met zijn of haar opleiding. Advies en bemiddeling door een onderwijsconsulent is kosteloos.(4)

 

·         De Commissie Gelijke Behandeling

Bij de Commissie Gelijke Behandeling kun­nen ouders en leerlingen terecht die zich door een school ongelijk behandeld voelen, omdat de school noodzakelijke aanpassingen weigert. De rechtspositie van gehandicapte en chronisch zieke leerlingen in het voort­gezet onderwijs is verbeterd door de uit­breiding van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. De Commissie Gelijke Behandeling ziet toe op de naleving van deze wet.(5) De uitbreiding van de wet moet zieke of gehandicapte jon­geren meer kansen geven op geschikt on­derwijs. Soms hebben deze leerlingen een aangepaste en dus ongelijke aanpak nodig. Deze ‘positieve discriminatie’ is in zo’n geval gerechtvaardigd.

 

Meer informatie over het aanpassen van de opleiding is te vinden op de website www.jongerenbinnenboord.nl

 

Succes met je studie!

Theo van der Werf

 

 


- Adressen -

(1) Voor studenten met een functiebeperking is door de stichting Handicap + Studie (H1) een digitale beroepskeuzetest ontwikkeld, ICARES. De test is te vinden op de website www.onderwijsenhandicap.nl. Ook via www.digischool.nl; en www.schoolweb.nl zijn zoek­programma’s voor opleidingen en beroepen te vinden.

(2) Er werken ongeveer 120 consulenten OZL in Nederland. Zij werken vanuit de school-begeleidingsdiensten en vanuit de educatieve voorzieningen die verbonden zijn aan zieken­huizen. Via de website www.ziezon.nl vindt u de consulent bij u in de regio.

(3) Voor meer informatie en adressen kunt u terecht bij de WEC-Raad. Via de website www.wecraad.nl, of telefonisch: 030 - 276 99 11 da­gelijks van 8.30 tot 17.00 uur.

(4) Wanneer u een onderwijsconsulent wilt inschakelen, kunt u zich telefonisch aanmel­den tussen 09.30 en 12.30 uur en tussen 14.00 en 16.30 uur. Het telefoonnummer is 070 - 312 28 87. U kunt de bureaumede­werkers ook e-mailen, of schrijven. Postbus 19521, 2500 CM Den Haag, E-mail info@on­derwijsconsulenten.nl. Voor meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl.

(5) Wilt u een klacht indienen of heeft u een juridische vraag aan de Commissie Gelijke Be­handeling? Bel op werkdagen tussen 14:00 uur en 16:00 uur het juridisch spreekuur, Tel. 030 888 38 88, Postbus 16001, 3500 DA Utrecht. Meer informatie op de website www.cgb.nl 

 

 
Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortgezet onderwijs 4 Print

4. Ziek zijn kost extra schooltijd

Voor jongeren met ME/CVS is school­gaan vaak een probleem. Toch is er meestal meer mogelijk dan ouders en kinderen denken. In deze vierde afleve­ring van de reeks ‘Praktische tips voor leerlingen met ME/CVS in het voortge­zet onderwijs’ aandacht voor studieduur en studietempo.

 

Jongeren die chronisch ziek zijn doen vaak langer over hun schoolopleiding. Ze kunnen immers heel wat minder tijd aan hun studie besteden dan gezonde klasgenoten. Ze mis­sen regelmatig lessen en zijn dikwijls te moe of te ziek om huiswerk te maken en proefwer­ken of toetsen voor te bereiden. En als ze wel bij de les aanwezig zijn, kunnen ze door hun klachten vaak niets opnemen of lukt het hun niet om opdrachten te maken.

Daardoor krijgen ze een steeds grotere ach­terstand. Met als gevolg dat ze ‘blijven zitten’. Soms zelfs meerdere keren. En dan kan het gebeuren dat ze volgens het schoolreglement niet langer op school mogen blijven.

Toch is het mogelijk om studieverlenging bin­nen de perken te houden en een ‘extra jaar’ zo goed mogelijk te besteden. Door op tijd maatregelen te nemen hoeft geen enkele chronisch zieke leerling van school gestuurd te worden omdat hij of zij te lang over de op­leiding doet.

 

Maximale verblijfsduur

Het schoolreglement bevat vaak eigen regels over het aantal keren dat leerlingen mogen blijven zitten voordat ze van school moeten. De directie kan in individuele gevallen ech­ter altijd een uitzondering maken. De school moet zich daarbij wel houden aan de wette­lijke voorschriften:

·         Voor het vmbo geldt dat je maximaal vijf  jaar over de opleiding mag doen. Op ver­zoek van de school kan de onderwijsin­spectie die periode nog met één jaar ver­lengen. Met ingang van 1 augustus 2011 gaat de maximale verblijfsduur voor het hele vmbo overigens vervallen. Vanaf dat moment wordt individueel bekeken of een leerling gebaat is bij één (of meer) extra jaren op het vmbo, of dat hij of zij beter kan overstappen naar het mbo.

·         Voor havo en vwo geldt dat je maximaal  vijf jaar mag doen over de eerste drie leerjaren. De bovenbouw van havo en vwo kent geen wettelijke regels voor de verblijfsduur.

 

Zittenblijven

Aan het eind van het schooljaar wordt voor iedere leerlingen besloten of hij of zij over­gaat of blijft zitten. Er bestaat hiervoor geen centrale regelgeving, dergelijke beslissingen vallen onder de beleidsvrijheid van scholen. Maar door de verdeling van de leerstof over de schooljaren kunnen leerlingen bepaalde vakken niet volgen als ze de eerder behan­delde stof niet beheersen. Toch heeft een school hier wel wat speelruimte. Ze kan in bijzondere gevallen afwijken van de toela­tingseisen tot een volgende leerjaar, als de docenten er vertrouwen in hebben dat een leerling het onderwijs in dat leerjaar vol­doende zal kunnen bijbenen.

 

Spreiding van vakken

In het vmbo, het havo en het vwo is voor elk schooljaar de omvang van het leerstofpak­ket vastgesteld. Voor veel chronisch zieke jongeren is al direct duidelijk dat die jaar­lijkse hoeveelheid werk te veel is. De school kan dan in overleg met hen en hun ouders een extra studiejaar inlassen. Op die ma­nier kunnen leerlingen bijvoorbeeld drie jaar doen over de derde en vierde klas van het vmbo of over de vierde en vijfde klas havo, of vier jaar over de vierde, vijfde en zesde klas van het vwo. De vakken worden dan anders verdeeld over de schooljaren, waar­door er per jaar minder werk hoeft te wor­den gedaan.

 

Tempovakken

Een andere manier om de omvang van het jaarlijkse leerstofpakket te laten aansluiten bij de mogelijkheden van chronisch zieke leerlingen, is werken met ‘tempovakken’. Dit zijn vakken waaraan de bewuste leerlingen in hun eigen tempo kunnen werken, buiten de vastgelegde leerstofplanning en lesroosters om, en eventueel ook thuis. De tempovakken omvatten de totale eindexamenstof, maar de vastgestelde opleidingsplanning is er niet op van toepassing. Voor deze vakken vervallen dus de reguliere toetsweken, opdrachtdata etc.

Voor tempovakken die worden afgesloten met een schoolexamen/centraal schriftelijk exa­men wordt een individuele planning gemaakt. Een leerling geeft hierbij zelf aan wanneer hij of zij klaar is voor een toets. De docent zorgt dan voor die (extra) toets. De begeleiding gaat via e-mail en via contactlesuren die zijn opgenomen in het individuele lesrooster. Als het enigszins kan is de leerling af en toe bij deze vakken in de klas aanwezig. Niet om de les te volgen (want door het andere tempo is de bewuste leerling heel ergens anders in de leerstof), maar om contact met de docent te houden en hulp te vragen waar nodig. Voor de tempovakken kan ook een andere lesmethode worden gebruikt, die speciaal voor deze leer­ling wordt aangeschaft.

Als de gezondheid van de leerling achteruit­gaat kan het studietempo voor de tempovak­ken worden aangepast. De leerstof wordt dan verder uitgesmeerd. Als de leerling opknapt en meer aankan, kan het studietempo weer om­hoog. De mogelijkheid bestaat om tempovak­ken af te sluiten met een deelstaatsexamen, waarvan de resultaten betrokken worden bij de uitslagbepaling van het eindexamen. Dit moet de leerling wel op tijd schriftelijk aan­vragen.

 

Zonder diploma naar een vervolgopleiding

Soms kan een vervroegde overstap naar een vervolgopleiding een oplossing bieden. Bijvoorbeeld als het te veel studiejaren kost om een diploma te behalen, of als een leer­ling door het leeftijdsverschil geen aansluiting meer heeft met klasgenoten.

Zo’n stap vraagt een zorgvuldige voorbereiding. Er moeten heldere afspraken worden gemaakt met bijvoorbeeld decanen en zorgcoördinato­ren van het toekomstige opleidingsinstituut. Voorwaarde is dat er bij de overstap geen ni­veaudaling plaatsvindt. Het vakkenpakket dat nog op de thuisschool wordt afgewerkt moet daarom in nauw overleg met de vervolgschool worden samengesteld, zodat duidelijk is welk niveau er per onderdeel bereikt moet zijn voor de overstap. Daarna wordt een individuele planning uitgewerkt om dat niveau te berei­ken. De leerling kan in die tijd ook alvast wat opleidingsdelen of vakken bij de toekomstige onderwijsinstelling volgen. Meer informatie over het aanpassen van de opleiding is te vinden op de website www.jon­gerenbinnenboord.nl .  

 

Succes met je studie!

Theo van der Werf

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL