Jongeren Jongeren LeesME april 2009: Regering wil WAJONG wijzigen

korting voor donateurs bij De Roode Roos

Korting voor donateurs op voedingssupplementen.

 

 

 ME-platform

De ontmoetingsplaats voor ME-patienten op internet.

Oproepen

Heeft het UWV u fout beoordeeld?

Vraag het UWV om een nieuwe keuring. Meer informatie.


LeesME april 2009: Regering wil WAJONG wijzigen Print

Dit artikel is een bewerking van een artikel van Ynske Jansen

in Steungroepnieuws nummer 3 van 2008 van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid.

 

Actuele info:

Op 21 april 2009 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel, met enkele kleine wijzigingen, overgenomen. De behandeling in de Eerste Kamer zal in september beginnen.


Wetsvoorstel Wajong ingediend
Op 19 november 2008 heeft minister Donner het wetsvoorstel Wajong, ingediend bij de Tweede Kamer. Naar verwachting zal dit voorstel voor de zomer behandeld worden.
Het wetsvoorstel gaat over de regeling van ondersteuning bij werk en uitkering voor arbeidsongeschikte jongeren. Het voorstel komt grotendeels overeen met de plannen die de regering eind mei al in een nota bekend gemaakt had. Het is nadelig voor zieke en gehandicapte jongeren die studeren. Werken naast een Wajonguitkering kan ongunstiger gaan uitpakken. Jongeren met ME/CVS lopen extra risico’s.

 


Eerst een overzicht van de huidige situatie. De Wajong, voluit ‘Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten’, regelt een uitkering voor wie van jongs af aan door ziekte of handicap niet (volledig) kan werken. Alle jongeren die al op hun 17e arbeidsongeschikt waren of dat voor hun 30ste zijn geworden — terwijl ze naar school gingen of studeerden — komen ervoor in aanmerking. Zij kunnen, zolang ze aan de voorwaarden voldoen, van hun 18e tot hun 65e deze uitkering blijven krijgen. De hoogte ervan is afhankelijk van hun arbeidsongeschiktheidspercentage, dat minimaal 25% moet zijn. Bij volledige arbeidsongeschiktheid (80-100%) bedraagt de uitkering 75% van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Dit is over het algemeen iets meer dan een bijstandsuitkering. Een belangrijk voordeel ten opzichte van bijstand is, dat het inkomen van een partner en eigen vermogen, zoals spaargeld of een eigen huis, niet worden verrekend. Ook kent de Wajong geen sollicitatieplicht, en wordt studiefinanciering er niet op in korting gebracht. Combinatie van een Wajonguitkering met betaald werk is mogelijk, maar leidt vaak wel tot een lagere uitkering. Meer werken leidt niet altijd tot extra inkomen, maar wie Wajong krijgt en daarnaast (gedeeltelijk) werkt, kan in bepaalde gevallen meer dan 100% van het minimumloon overhouden (120% of soms meer). Sinds kort staat op de website van het UWV een ‘rekentool’ om de financiële gevolgen van werken voor een Wajonguitkering uit te laten rekenen. *
Met het wetsvoorstel wil de regering in deze situatie verandering brengen voor iedereen die vanaf 2010 in de Wajong komt. Voor huidige Wajongers zou alles voorlopig hetzelfde blijven.

 


Twee groepen Wajongers
In de toekomst wil de regering onderscheid maken tussen Wajongers die nog wél kunnen werken, en Wajongers van wie vaststaat dat ze dat om medische redenen blijvend niet kunnen, zelfs niet als ze ondersteuning krijgen of aangepast werk. Voor deze ‘duurzaam volledig arbeidsongeschikten’ verandert er niets; ze krijgen een Wajonguitkering zoals die nu ook bestaat, vanaf hun 18e en van dezelfde hoogte. De anderen, het overgrote deel, moeten of werken of leren, net zoals hun gezonde leeftijdgenoten. De Wajong krijgt primair de functie om hen te ondersteunen en te begeleiden bij het vinden en houden van werk bij reguliere werkgevers. De uitkeringsfunctie komt pas op de tweede plaats.

 


18 jaar: eerste keuring
Alle jongeren die een Wajonguitkering willen aanvragen, krijgen vanaf 2010 nog steeds een eerste keuring op hun 18e jaar. Maar die leidt hoogstens tot een tijdelijke toekenning van een uitkering.

Als het UWV oordeelt dat iemand onder de Wajongdoelgroep valt, maar nog wel (gedeeltelijk) zou kunnen werken, maakt het voor hem of haar een ‘participatieplan’. Dit wordt opgesteld in overleg met de jongere, de ouders en eventueel de school. Er staat in wat de bewuste jongere zou kunnen, welke aanpassingen daarvoor nodig zijn, welke activiteiten van hem of haar worden verwacht bij het zoeken naar of houden van werk en welke begeleiding er kan worden gegeven. Het vinden van een reguliere baan is daarbij het eerste doel. Zo’n participatieplan komt er ook voor degenen die op het moment van de keuring niet kunnen werken, maar waarvan men denkt dat ze dat in de toekomst misschien wel kunnen.
Aan een participatieplan is niet automatisch een uitkering verbonden. Die moet apart worden aangevraagd. In het voorstel staat dat deze maximaal 75% van het minimumloon zal bedragen. Maar men houdt de mogelijkheid open dit percentage later, bijvoorbeeld als er minder mensen een reguliere baan krijgen dan de bedoeling is, te verlagen tot 70%. Wie een aanbod van werk dat past bij zijn of haar mogelijkheden weigert, of niet meewerkt aan reintegratie, krijgt geen uitkering.

 


27 jaar: tweede keuring
De regering wil het niet laten bij deze keuring op het 18e jaar, maar alle jongeren uit de doelgroep rond hun 27e jaar opnieuw keuren. Dat moet dan de ‘definitieve keuring’ zijn, waarbij het percentage dat iemand arbeidsongeschikt is opnieuw wordt vastgesteld. De verwachting is dat een deel van de jongeren dan zijn uitkering kwijtraakt, of een lagere uitkering krijgt. Het idee daarachter is, dat mensen zich tussen hun 18e en 27e verder ontwikkelen en vaak ook werkervaring opdoen. Daardoor kunnen ze op hun 27e een hoger ‘verdienvermogen’ hebben, zodat hun arbeidsongeschiktheidspercentage lager is dan toen ze 18 waren. Als hun verdien- vermogen een jaar lang 100% van het minimumloon of hoger is, komen ze niet meer in aanmerking voor een Wajonguitkering. Dat geldt ook als ze dit percentage alleen kunnen verdienen met hulp van een jobcoach. Een jobcoach is in dienst bij een jobcoachorganisatie. Hij kan een individueel inwerk- en begeleidingsprogramma op de werkplek bieden, bewaakt de afspraken met de werkgever en adviseert de werkleiding.
Bij jongeren die op hun 18e tijdelijk volledig arbeidsongeschikt waren verklaard, gaat men bij de keuring op hun 27e bekijken of ze op termijn alsnog perspectief hebben op werk, of dat dat definitief onmogelijk is. Wie in de Wajong

blijft, kan ook na zijn 27e begeleiding krijgen bij het vinden van werk, maar minder intensief dan daarvoor.

 


Lagere uitkering voor wie werkt of studeert
Wajongers die werken maar daarmee minder dan het wettelijk minimumloon verdienen, kunnen een uitkering krijgen. Die wordt dan op een andere manier met hun loon verrekend dan nu. De eerste 20% van het minimumloon wordt volledig afgetrokken van de maximale uitkering. Van wat iemand boven die 2O% verdient, mag hij 50% houden — totdat uitkering en loon samen 100% van het minimumloon bedragen.** Wajongers die een opleiding volgen met studiefinanciering krijgen volgens de nieuwe plannen nog maar een uitkering ter hoogte van 25% van het minimumloon.

 


Geschikt werk?
Het voorstel gaat ervan uit dat het onderwijs voor zieke en gehandicapte jongeren in de toekomst meer gericht wordt op de overgang naar werk. Om te zorgen dat er genoeg ‘geschikt’ werk is, moeten niet alleen bestaande functies voor Wajongers worden opengesteld, maar moeten werkgevers ook zorgen voor nieuwe, aangepaste, functies voor deze groep. De regering doet hiertoe een beroep op werkgevers, maar dat gaat niet gepaard met dwingende maatregelen. Een quotumverplichting, waar de CG-Raad voor pleit, wijst de regering af. (Bij een quotumverplichting worden werkgevers gedwongen een bepaald aantal van een speciaal soort werknemers — in dit geval Wajongers — in dienst te nemen.) Wel stelt de regering een aantal maatregelen in het vooruitzicht die het voor werkgevers administratief en financieel aantrekkelijker moeten maken om Wajongers in dienst te nemen. Sancties voor jongeren, niet voor werkgevers.
Een van de argumenten van minister Donner voor zijn plannen is, dat het Wajongstempel en een gegarandeerde uitkering van 18 tot 65 jaar ervoor zouden zorgen dat de jongeren om wie het gaat geen werk zoeken en vinden. Daardoor zouden ze zich niet ontplooien en niet deelnemen aan de maatschappij. Het is inderdaad een feit dat jongeren met een chronische ziekte vaak minder mogelijkheden krijgen om hun talenten te ontwikkelen dan hun gezonde leeftijdgenoten. Werk waarbij rekening gehouden wordt met hun beperkingen is al helemaal moeilijk te krijgen. Het zou daarom van harte toe te juichen zijn als er daadwerkelijk maatregelen werden genomen om hun kansen te vergroten om via arbeid of op een andere manier actief deel te nemen aan de maatschappij. Maar ligt de oorzaak van het probleem bij de jongeren of bij de maatschappij? Er zijn geen aanwijzingen dat de jongeren om wie het gaat liever thuis achter de geraniums zitten dan meedoen. Maar zij hebben wel specifieke beperkingen en behoeften waar rekening mee gehouden moet worden. In het bedrijfsleven, dat is gericht op winst en rendement, vindt men dat vaak alleen maar lastig. ‘Een karige negen procent van de werkende Wajongers heeft een reguliere baan en noch overheidsinstanties noch werkgevers zijn ingesteld op mensen die bijvoorbeeld slechts 20% kunnen werken of speciale voorzieningen nodig hebben. Organisaties gaan niet alleen onhandig met hen om, ze zijn vaak ook niet bereid om zich aan hen aan te passen,’ aldus directeur van de CG-Raad Ad Poppelaars op 24 mei jI. in het dagblad Trouw over de plannen. Niet de jongeren, maar juist werkgevers en overheidsinstanties hebben daarom financiële prikkels en sancties nodig.

 


Kritiek CG-Raad en vakbonden
In theorie zouden de regeringsplannen ervoor kunnen zorgen dat meer zieke en gehandicapte jongeren werk vinden dat bij hun mogelijkheden past. Maar juist op dit punt zijn ze erg vaag. En de ervaring met de WAO-herkeuringen vanaf 2004, die officieel ook bedoeld waren om meer mensen aan het werk te krijgen, laat zien dat er veel meer mensen hun uitkering zijn kwijtgeraakt dan er werk hebben gevonden. Ook zijn mensen hun uitkering kwijtgeraakt die vanwege hun slechte gezondheid helemaal niet in staat zijn te werken. Bovendien wordt in de plannen van de regering werk wel erg als alleen zaligmakend beschouwd. Over de mogelijkheid dat mensen, voor wie regulier betaald werk niet is weggelegd, ook op een andere manier een voor zichzelf en anderen waardevol leven kunnen hebben, staat er niets in.
Het voorstel leidt in veel gevallen tot een slechtere inkomensregeling voor nieuwe werkende Wajongers. Studerende Wajongers zullen zich er diep door in de studieschuld moeten steken. En dat terwijl zij, anders dan hun gezonde medestudenten, vanwege hun ziekte of handicap hun studie vaak niet kunnen afmaken, laat staan dat ze er daarna een goedbetaalde baan mee kunnen krijgen. Ook de vakbonden en de Chronisch Zieken en Gehandicapten-Raad (CGRaad) hebben hier forse kritiek op.

 

 


Jongeren met ME/CVS
Daarnaast bevat het voorstel nog een belangrijke bedreiging, vooral voor jongeren met ME/CVS. De beslissing of zij voor een uitkering in aanmerking komen, hangt immers grotendeels af van het oordeel van het UWV. Dat bepaalt of zij wel of niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn, hoeveel uur per dag ze kunnen besteden aan school of werk, voor hoeveel procent ze arbeidsongeschikt zijn en welk werk voor hen ‘passend’ is, zodat ze verplicht zijn het te doen. De ervaring leert dat de keuringsartsen van het UWV klachten die het gevolg zijn van ME/CVS vaak onderschatten, en mensen met deze ziekte geschikt verklaren voor werk dat ze in de realiteit niet aankunnen. De kans is groot dat een nieuwe Wajong zal leiden tot nog meer onrechtvaardigheid bij de keuringen, zoals we op dit moment ook zien bij de
WIA.***

 


Noten
* Deze ‘rekentool’ is als volgt te vinden:
www.uwv.nl -> Particulieren -> Wajong -> Veelgestelde vragen -> Hoeveel mag ik verdienen met mijn Wajonguitkering? -> rekentool
** Voor jongeren met een verstandelijke beperkingen én een jobcoach én loon- dispensatie ligt deze grens op 120% van het minimumloon. 
*** WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze wet vervangt de WAO en is bedoeld voor werknemers die op of na 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.