Conceptverslag van een algemeen overleg over: Arbeidsongeschiktheid d.d. 17 maart 2010 Print

Selectie uit:

 

CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Arbeidsongeschiktheid  (Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)  

 

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 17 maart 2010 overleg gevoerd met minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

[...]

- de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 8 maart 2010 met de reactie op de brief van 1 februari 2010 van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid (2010Z04162);

[...] 

 

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Van Gent, Van Hijum, Ortega-Martijn, Ulenbelt en Vermeij, en minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.   

 

De heer Van Hijum (CDA):

[...]

Mijn laatste onderwerp betreft de keuringen ME/CVS (myalgische encephalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom). Wij hebben daarvoor herhaaldelijk aandacht gevraagd en er zijn moties over aangenomen. Wij gaan ervan uit dat de keuringsprotocollen worden nageleefd. Desondanks worden wij iedere keer geconfronteerd met rechtelijke uitspraken waaruit blijkt dat die protocollen onvoldoende worden nageleefd. Iedere keer zegt de minister in zijn reactie dat het om een incident gaat, waarbij wordt toegegeven dat er iets mis is gegaan, maar dat kan ook niet anders bij een rechtelijke uitspraak. Mijn fractie is er niet van overtuigd dat het om een incident gaat. Wij krijgen daarover te veel signalen. Ik vind ook dat de belangenorganisatie ME/CVS op zijn minst wel aannemelijk maakt dat er meer aan de hand is, gezien ook de aantallen. Ik vraag de minister of hij ook vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de uitvoering van moties en het belang van een zorgvuldige keuring, een externe audit of een onderzoek van de IWI (Inspectie Werk en Inkomen) bij het UWV wil laten uitvoeren. Het is belangrijk dat duidelijk wordt of het protocol wel of niet wordt nageleefd en of het inderdaad, zoals de minister zegt, om incidenten gaat.

 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit mij bij de laatste opmerking van de heer Van Hijum aan. Ik steun zijn verzoek om eens goed daarnaar te kijken, met name naar de ME/CVS-patiënten. Wij worden daar geregeld over bericht. Er speelt ook nog iets geheel anders. Recent ontvingen wij een onderzoek over de bejegening van verzekeringsartsen van deze patiënten en daar schort echt wel wat aan. Wij hebben hierover jarenlang in dit huis gesproken, maar het is nog steeds niet goed. De gerechtelijke uitspraken wijzen daar ook op. Wij hebben het er hier elke keer over, maar er gebeurt vervolgens niks. Ik wil graag dat het UWV daarop gewezen wordt. Het lijkt mij uitstekend om daarnaar onderzoek te doen. De grote vragen inzake arbeidsongeschiktheid zijn nu niet aan de orde. Wij wachten op de evaluatie van de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), maar die komt pas eind dit jaar. Ook de toekomst van het hybride stelsel van de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) is niet meer aan de orde. Wij hebben het nu over een serie brieven van andere aard.

[...] 

 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Gelukkig worden wij niet moe van de discussie over het chronisch vermoeidheidssyndroom, maar triest is dat wel. Het moet mij van het hart dat de minister niet alleen in deze zaak, maar ook in andere zaken altijd de informatie van het UWV napraat. Het is alsof hij niet zelfstandig onderzoekt of de organisatie die klaagt, of het UWV gelijk heeft. De minister citeert in zijn brieven soms letterlijk uit rapporten van het UWV. Het lijkt wel of er verder ook niet meer over wordt nagedacht. Dat geldt ook in het geval van het kantoor Hengelo ten aanzien van ME/CVS. Er zijn nu twee incidenten. De minister stuurt op 8 maart -- de brief staat niet op de agenda -- een brief waarin staat dat het allemaal wel weer meevalt. Vervolgens krijgen wij van de steungroep een brief waarin letterlijke citaten worden gegeven van nogal wat verzekeringsartsen -- ik ga ervan uit dat die correct zijn -- waaruit je niet anders dan de conclusie kunt trekken dat het UWV de minister voor de gek houdt. Daarom pleit ik voor een onafhankelijk onderzoek. Ik sluit mij op dit punt dus aan bij de heer Van Hijum. Het gaat hier om de rol van artsen. Ik stel voor om de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) -- de beroepsorganisatie van artsen die de codes bewaakt -- naar de verzekeringsartsen in Hengelo een onderzoek te laten instellen en wel naar de wijze waarop zij omgaan met cliënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom en de diagnose daarvan. Het gaat nog verder. In opdracht van het UWV is ook weer in Hengelo onderzoek gedaan naar de klachtenbejegening van de verzekeringsartsen in Hengelo. Het gaat dan niet alleen over mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom, maar ook om de bejegening door verzekeringsartsen bij andere keuringen voor andere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Dat onderzoek kan naar aanleiding van dit rapport worden uitgebreid. Graag het commentaar van de minister daarop. Ik wil het rapport best overhandigen.  

 

De voorzitter:

Is dat het onderzoek van het UWV? U vraagt commentaar van de minister. Het is dan handig om het even door te sluizen.  

 

De heer Ulenbelt (SP):

Het rapport heet: Klachtenbejegening verzekeringsartsen. Een onderzoek naar de klachten betreffende bejegening van de verzekeringsartsen van het UWV. Ik zou die tweede zin er niet bij hebben geschreven, want dat staat al in de kop. De auteur is Amina Khedo, Hengelo 2009, UWV Hengelo, praktijkcoach Ewoud Strijker. Het UWV-logo staat erop. Het is een onderzoek in opdracht van de lokale UWV. Ik neem aan dat het de minister bekend is.  

 

De voorzitter:

De minister heeft het stuk niet en u wilt er een reactie op, dus ik zal het doorgeleiden. Wij zullen zien hoe snel en op welke wijze u daarop een reactie kunt krijgen. Ik neem aan dat de minister er in zijn beantwoording op terugkomt. Ik zal ook een kopietje voor de collega's laten maken, want het lijkt mij op zijn plaats dat iedereen het stuk krijgt.  

 

De heer Ulenbelt (SP):

Er ontstaat nu een waas van illegaliteit, omdat ik over het stuk beschik, maar het staat gewoon in de HBO databank, onder scripties.  

 

De voorzitter:

Ik ga hier niet een waas van illegaliteit laten ontstaan, maar als u een stuk doorsluist naar de minister, dan moeten ook de collega's het krijgen. Het wordt dus gekopieerd. De heer Ulenbelt vervolgt zijn betoog.  

 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik kom op de bezwaar- en beroepsprocedure bij het UWV in het algemeen. Het is heel opmerkelijk dat in 38% van de bezwaar- en beroepsgevallen de klacht gegrond wordt verklaard, maar als je dat omrekent naar het totaal aantal mensen dat (her)beoordeeld is, dan blijkt dat maar 3% van de primaire beslissingen ongedaan wordt gemaakt. Dat roept toch vragen op, want er is kennelijk een kleine groep die bezwaar en beroep aantekent, waarvan ruim een derde in het gelijk wordt gesteld, terwijl een heel groot deel van de mensen kennelijk geen bezwaar en beroep aantekent. Ik kan mij er van alles bij voorstellen waarom dat niet gebeurt. Ik stel voor om onderzoek te doen naar de vraag waarom mensen wel of geen bezwaar en beroep aantekenen. Ik denk dat veel dossiers vrijwel identiek zijn, waarbij iemand om bepaalde redenen geen bezwaar en beroep aantekent. Als hij of zij dat wel zou doen, zou dat beroep gegrond verklaard worden. Hoe zit de toegankelijkheid van de bezwaar- en beroepsprocedure van het UWV in elkaar? Is deze laagdrempelig genoeg voor mensen om aan hun recht te komen? De minister weet, zoals iedereen, dat de SP heel veel kritiek had op de herbeoordeling van WAO'ers. Daarover is hier vele malen gesproken. De heer Van Hijum refereert daar ook aan. Er kwam een AStri-onderzoek. De mensen zouden allemaal aan het werk zijn, maar dat bleek tijdelijk te zijn. Ik ben erg benieuwd hoe het met de herbeoordelingen gaat in deze tijd van crisis. De uitzendkrachten zijn er uitgevlogen en tijdelijke contracten zijn opgezegd. In dit geval ging het vaak om tijdelijke contracten. Wat is de positie van de herbeoordeelde WAO'ers? Krijgt de SP achteraf toch gelijk? Het ging om "werk boven inkomen" en "geen werk, een lager inkomen".

[...] 

 

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

[...]

Ik wil reageren op de onjuiste beoordeling van patiënten met ME/CVS. Mijn collega's zijn hier ook al op ingegaan. De fractie van de ChristenUnie vindt dat er een uitgebreid onderzoek moet komen, waarmee ik mij aansluit bij de heer Van Hijum. Daarnaast speelt er nog iets anders. Enige tijd geleden heb ik een motie ingediend waarin de regering wordt opgeroepen om bij medische keuringen de verzekeringsarts contact te laten opnemen met de arts of specialist. De minister zegt dat dit in de praktijk gebeurt, maar dat gebeurt dus niet in de praktijk. Ik dring er bij de minister op aan om na te gaan op welke wijze dit standaard ingevoerd kan worden. Ik vind het getuigen van enige arrogantie als een verzekeringsarts tegen een cliënt zegt: dat heb ik allemaal niet nodig, want ik weet het allemaal heel goed. Graag een toezegging op dit punt van de minister.

[...] 

 

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

[...]

Ik vraag vandaag speciaal aandacht voor de mensen met ME/CVS. Het is enigszins een traditie van de GroenLinks-fractie om daarvoor, met anderen, aandacht te vragen. Deze mensen zijn hard getroffen bij de herkeuringen. Er is daarover veel discussie. De vraag is of deze mensen wel voldoende serieus worden genomen. Er zijn moties aangenomen en er zijn maatregelen aangekondigd, maar ook wij moeten vaststellen dat het nog steeds niet optimaal is georganiseerd en geregeld. Wij hebben het hier over mensen die onder andere lijden aan geestelijke en lichamelijke uitputting, pijn in spieren en gewrichten, slechte concentratie en moeite met praten. Je zult het maar hebben, zo'n chronische ziekte, die je participeren ernstig kan belemmeren. Volgens de steungroep ME/CVS, waarmee ook collega's intensieve contacten hebben, is de praktijk dat artsen nog steeds vaak niet geloven in deze chronische ziekte, waardoor betrokkenen onterecht geen of een te lage uitkering krijgen. De minister zegt dan dat het UWV onderzoek heeft gedaan en dat het hierbij om incidenten gaat, maar ik heb de indruk dat het om meer dan incidenten gaat en dat de praktijk een stuk weerbarstiger is dan de theorie. Feit is dat de theorie niet op de praktijk lijkt aan te sluiten. De vraag aan de minister is wat wij daaraan gaan doen. Het protocol moet binnenkort worden herzien, en daarbij moet volgens de GroenLinks-fractie in ieder geval het volgende worden meegenomen. Er moet een garantie worden gegeven op maatwerk. Het is te gek voor woorden dat je er constant weer om moet vragen, maar klachten en symptomen die voortkomen uit chronische ziekten en ook andere zeldzame aandoeningen moeten natuurlijk serieus worden genomen. Een ander punt: zelfredzaamheid met mate. Mensen met een beperking moeten worden gestimuleerd, geactiveerd en gemotiveerd om te doen wat zij kunnen. Nu hebben zij vaak het gevoel dat zij worden tegengewerkt, dat zij niet gewenst zijn op de arbeidsmarkt en dat zij daarin echt grote moeite moeten doen. Bovendien worden zij niet geloofd als zij met serieuze klachten bij de keuringsarts komen. Ik kan mij ook wel iets voorstellen bij zo'n externe audit, of bij een onderzoek van de IWI. Het is de hele tijd een herhaling van zetten. Wij hebben de indruk dat de mensen die aan deze ziekte lijden, eigenlijk het kind van de rekening zijn. Dat lijkt ons geen goede zaak.

[...]

 

Minister Donner:

[...]

Er zijn verschillende vragen gesteld over de keuringen in verband met de ziekte ME, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik wil het beeld bestrijden dat wanneer een rechter constateert dat het protocol niet is toegepast, daarmee wordt bevestigd dat dit de regel is. Op ieder terrein van de toepassing zal de rechter bij bepaalde besluiten constateren dat er fouten zijn gemaakt. Daar hebben we nu juist de administratieve rechtsbescherming voor. Dat er fouten zijn gemaakt, bewijst niet dat dit de praktijk is en niet het tegendeel. Dat is a fortiori het geval op dit terrein. Het aantal bezwaren in deze zaken is lager dan het gemiddelde van de bezwaren die tegen besluitvorming over arbeidsongeschiktheid worden ingediend. De beroepsprocedures op dit terrein worden minder vaak doorgezet. Ook wat dat betreft, wijken de uitspraken van de rechter niet af van het gemiddelde. Omdat het steeds om percentages van percentages gaat, moet je tot de conclusie komen dat dit slechts in 3% van de gevallen tot een ander oordeel leidt. Je kunt natuurlijk onderzoeken waarom anderen geen bezwaar indienen, maar dat zou berusten op de vooronderstelling dat eigenlijk iedereen bezwaar moet indienen. Dan redeneert men: als 80% of 70% dat niet doet, wil dat niet zeggen dat men accepteert dat er een juist oordeel is, maar wordt dat om andere redenen niet gedaan. Wij kunnen er niet van uitgaan dat de overheid per definitie verkeerde besluiten neemt. Ik ben afhankelijk van de informatie die ik van het UWV krijg. Bij dit soort syndromen zullen er altijd mensen zijn die het er niet mee eens zijn. Ik ben gaarne bereid om de IWI te vragen, naar deze materie te kijken en te laten onderzoeken op welke wijze er wordt geprocedeerd. Ik weet dat het protocol periodiek door de deskundigen zelf opnieuw wordt bekeken. Daarbij gaat men onder andere na of het wel eenduidig genoeg is. Er wordt dus langs twee kanten naar gekeken.  

 

De voorzitter: Wanneer kan de Kamer daar informatie over verwachten? Ik houd graag het tempo erin en maak graag heldere afspraken.  

 

Minister Donner: Naar aanleiding van de vragen die mij in dit overleg zijn gesteld, meen ik dat een onderzoek door de IWI het meest geschikt is. Ik zal de Kamer inlichten wanneer dit onderzoek in gang kan worden gezet en wanneer dit tot een uitkomst kan leiden.  

 

De voorzitter: Kunt u ons binnen een week of twee weken inlichten?  

 

Minister Donner: Binnen twee weken.  

 

De voorzitter: Binnen twee weken worden wij over de vervolgprocedure ingelicht. Dank u wel.  

 

Minister Donner:

[...]

Ik ben al ingegaan op de vraag van de heer Ulenbelt naar de bezwaar- en beroepsprocedures. Er zijn algemene onderzoeken naar de overwegingen en de drempels bij bezwaar en beroep. Die zaken zijn bij de WIA niet anders dan op andere terreinen. Er is dus informatie over, maar niet specifiek op het terrein van de arbeidsongeschiktheid. De heer Ulenbelt vroeg voorts om specifieke informatie over de herbeoordeling van WAO'ers. Ik heb begrepen dat hieraan ook aandacht wordt besteed in de informatiemonitor van het UWV.

[...]

Mevrouw Ortega vroeg in hoeverre standaard geregeld kan worden dat de verzekeringsarts contact opneemt met de behandelend arts. Op dit punt lopen wij steeds tegen hetzelfde probleem op. Van het UWV verneem ik dat dit onderdeel van de instructie is dat er contact met de behandelend arts wordt opgenomen. Mevrouw Ortega is kennelijk gevallen tegengekomen waarin dit niet het geval is. Ik wil ook hierbij graag aan de hand van de concrete gevallen nagaan wat er aan de hand is. Dat lijkt mij zinniger dan iedere keer dezelfde standpunten uit te wisselen.  

 

De voorzitter:

Dan dank ik de minister voor de beantwoording. Wij gaan nu over tot een zeer korte tweede termijn.   

 

 

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Ik kan het ook heel kort houden. Ik ben ronduit tevreden met de toezegging van de minister dat hij de inspectie onderzoek laat doen naar de zorgvuldigheid van de keuringen. Dat is belangrijk. Ik hoop dat daaruit een eenduidig beeld oprijst, zodat wij deze discussie goed kunnen afronden.

[...] 

 

De heer Ulenbelt (SP):

[...]

Ik heb de minister de interessante scriptie over Hengelo gegeven. Daar staan geweldige aanbevelingen in. Sommige zijn zeer triviaal, maar kennelijk is dat nodig in Hengelo. Ik heb de minister om een reactie gevraagd. Wil hij de scriptie aan de IWI ter hand stellen, opdat de inspectie niet alleen kijkt naar het vermoeidheidssyndroom, maar ook naar de bejegening door kantoor Hengelo?

[...] 

 

Minister Donner:

Ik wil niet specifiek de scriptie over Hengelo voorleggen aan de IWI. Ik zal de scriptie zonder meer serieus ter hand nemen en nagaan welke substantie zij heeft. Bij ME/CVS hebben wij het niet alleen over Hengelo, maar over de bredere vraag hoe er met die regeling wordt omgegaan. Het zou onterecht zijn om daarbij de bevindingen te betrekken van iemand die een scriptie over Hengelo geschreven heeft.   

 

 

De voorzitter: Ik moet zo namens de commissie de toezeggingen opsommen. Wat gaat u serieus ter hand nemen? Wat kunnen wij tegemoet zien?  

 

 

Minister Donner: Ik zal de scriptie serieus ter hand nemen, bestuderen en de Kamer mijn reactie daarop doen toekomen.  

 

 

De voorzitter: Op welke termijn kunnen wij die reactie verwachten?  

 

 

Minister Donner: Ik moet eerst weten wat de inhoud van de scriptie is en wat ervoor nodig is om daarop te kunnen reageren.  

 

 

De voorzitter: Het lijkt mij zinvol om toch een soort afspraak over de termijn te maken. Ik mag aannemen dat wij het niet over 2030 hebben.  

 

 

Minister Donner: Nee. Dat kan zeker voor de zomer, maar ik probeer het veel sneller te doen. Hoe concreter u de termijn wilt maken, des te verder die naar achteren verschuift.  

 

De heer Ulenbelt (SP): Geeft u de scriptie ook aan de IWI?  

 

 

Minister Donner: Nee. Ik zal de IWI erop wijzen dat er op het open net informatie staat over Hengelo. Het overhandigen van die scriptie veronderstelt dat die meer substantie heeft. Het heeft bepaalde consequenties als ik een zaak formeel ter hand van de IWI stel. Het is informatie die de inspectie eventueel kan gebruiken en ik zal erop wijzen dat die informatie er is.  

 

De voorzitter:

[...]

Dan de toezeggingen. Er komt een IWI-onderzoek naar de zorgvuldigheid van de keuringen. Binnen twee weken krijgen wij een brief van de minister over de precieze opzet daarvan.

[...]

Wij krijgen uiterlijk binnen twee maanden een schriftelijke reactie op de scriptie over het UWV.   

 

 

Minister Donner: Zo mogelijk binnen een maand.