Verslag informatiemiddag 21 april 2009 in Leeuwarden Print

Op 21 april belegde de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid weer een bijeenkomst over het verzekeringsgeneeskundig protocol en de gang van zaken bij arbeidsongeschiktheidskeuringen. Na een reeks van geslaagde bijeenkomsten in het midden en het oosten van het land, was deze keer een locatie in Leeuwarden uitgekozen.  

 

Ynske Jansen schetste de inhoud en betekenis van het verzekeringsgeneeskundig protocol voor ME/CVS. Aan de hand van de verzamelde reacties van mensen die recent te maken hebben gehad met een (her)keuring door een verzekeringsarts of een bedrijfsarts schetste ze wat de ervaringen zijn met het (niet) hanteren van het protocol. Na het eerste jaar  van het project ‘Protocol in Praktijk’ zijn de verzamelde bevindingen verwerkt en geanalyseerd en in de vorm van een tussenrapport gepresenteerd.

 

Haar verhaal ontlokte veel vragen en opmerkingen bij de aanwezigen, onder ander over vooroordelen die wijd verbreid zijn onder verzekeringsartsen van het UWV, maar ook bij andere hulp- en dienstverleners (waaronder bijstandsconsulenten en  re-integratiebedrijven). Zonder uitzondering noemden ze schrijnende voorbeelden van vooroordelen en ondeskundigheid.

 

‘Ik heb in mijn naïviteit gezegd dat ik vroeger ook altijd al moe was. Daarop was de reactie dat het dús geen CVS kan zijn. Een goede voorbereiding is van groot belang om te zorgen dat je verhaal niet meteen van tafel wordt geveegd’, aldus een van de aanwezigen.

 

Iemand anders vroeg zich af wat het UWV doet aan vergroting van de deskundigheid onder artsen en aan bewaking van de kwaliteit. Geopperd werd vanuit de zaal of het niet mogelijk is om alle ME/CVS-gevallen door één verzekeringsarts te laten behandelen. Ynske antwoordde dat daar met andere aandoeningen is mee is geexperimenteerd, maar dat het zeer de vraag is of dit de huidige problemen oplost. Voor echte deskundigheid m.b.t. ME/CVS is onder andere ruime ervaring nodig, die alleen behandelaars op kunnen doen. De deskundigheid van een verzekeringsarts zou vooral moeten zijn om de arbeidsmogelijkheden en –beperkingen vast te stellen. Bovendien zijn ook mensen met ME/CVS onderling zeer verschillend, dus in ieder geval moet je weer zorgvuldig kijken naar de specifieke beperkingen en belastbaarheid.

 

Verder kwam de verwantschap tussen ME/CVS en fibromyalgie ter sprake. Vragen waren er ook over het al dan niet verplichte karakter van bepaalde behandelingen. De ervaring van aanwezigen is ook – zoals ook blijkt uit het net gepubliceerde tussenrapport – dat verzekeringsartsen zich lang niet allemaal houden aan het protocol, maar dat ze er uit menen te kunnen halen dat iedere ME/CVS-patiënt als behandeling CGT moet krijgen. Het protocol wordt in die zin zeer selectief en eenzijdig gebruikt. Een van de aanwezigen meldde goede ervaringen met fysiotherapeutische en psychologische begeleiding bij een instituut dat een eigen aanpak heeft ontwikkeld en dat erop is gericht met pijnklachten te leren omgaan. 

 

Gemma de Meijer zette uiteen hoe de gang van zaken bij beroeps-, bezwaar- en herzieningsprocedures is en waar je rekening mee moet houden. Ook daar sloten aanwezigen bij aan met vragen en aanvullingen.

 

Met name kwam ter sprake wat je moet doen als er nooit een goede diagnose is gesteld, hoe je een arts vindt die op een adequate manier een diagnose kan stellen, hoe je het beste te werk kunt gaan als je een contra-expertise wilt en wat daarvan de kosten zijn. Bij een contra-expertise is het belangrijk een heel gerichte vraag te stellen en precies te formuleren waar je een oordeel van de arts over wilt. Het kostenaspect kwam ook aan de orde bij vragen over de rechtshulpverlening. Voor iedereen die daarmee te maken heeft, is het raadzaam goed je (rechtsbijstands)verzekeringspolis na te kijken of na te gaan of aan een eventueel vakbondslidmaatschap de mogelijkheid van vergoeding verbonden is. Uiteraard is het van groot belang om een gekwalificeerde advocaat te vinden, die tenminste de meest relevante juridische richtlijnen en uitspraken kent.De Steungroep hoort graag ervaringen met goede rechtshulpverleners en artsen.

 

Tot slot ging Gemma in op de mogelijkheid om een voorlopig bezwaar in te dienen, zodat je tijd hebt om je voor te bereiden op de inhoudelijke onderbouwing van het bezwaar.  

 

In de pauze en na afloop werd doorgepraat over allerlei onderwerpen die ter tafel zijn gekomen. Medewerkers van de Steungroep konden reageren op specifieke vragen van aanwezigen over hun eigen situatie.