Eerste en tweede motie Vendrik Print

Eerste motie Vendrik 

28 333 WAO-stelsel
Nr. 56 MOTIE VAN HET LID VENDRIK C.S.
Voorgesteld 19 april 2005


De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in de keuringsprakijk voor de WAOonhelderheid
bestaat over de beoordeling van CVS/ME;
constaterende, dat in de keuringspraktijk verschillende opvattingen over
CVS/ME een rol spelen, die strijdig zijn met de officiële erkenning van
CVS/ME als aandoening, dan wel strijdig zijn met de individuele
claimbeoordeling voor de WAO;
van mening, dat deze onhelderheid, c.q. strijdigheid op zo kort
mogelijke termijn weggenomen dient te worden in het belang van cliënten
en in het belang van een eenduidige werkwijze inzake vaststelling van de
mate van arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zo spoedig mogelijk
een officiële bevestiging te sturen aan het UWV van de regels met
betrekking tot CVS/ME, zoals in het verleden reeds vastgesteld in de
Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidcriterium, en nadien bekrachtigd
in het Schattingsbesluit 2000, opdat volledig duidelijk is, voor alle
keuringsartsen en anders professioneel betrokkenen, dat CVS/ME een
officieel erkende aandoening is, die als zodanig dient te worden bezien
bij de her/keuring voor de WAO, en dat cliënten met deze aandoening
strikt individueel beoordeeld dienen te worden, en gaat over tot de orde
van de dag.

Vendrik
De Wit
Bussemaker
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2004–2005
KST85967
0405tkkst28333-56
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 333, nr. 56

 

Tweede motie Vendrik 

Tekst motie Vendrik, 30034/30118 nr. XXX, aangenomen 30 juni/1 juli 2005

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aangenomen motie 28333, nr. 56 nog niet heeft geleid tot
een keuringspraktijk voor mensen met CVS/ME die in overeenstemming is met de
bestaande regels;

van mening dat de regels met betrekking tot de keuringen goed en zorgvuldig
moeten worden uitgevoerd;

verzoekt de regering, het UWV te vragen om zorg te dragen voor een brief aan
alle keuringsartsen van het UWV (en door het UWV ingehuurde artsen) waarin
duidelijk wordt dat bij de keuring volledig rekening gehouden moet worden
met alle beperkingen van mensen met ME/CVS en alle argumenten die hiermee
strijdig zijn als oneigenlijk te bestempelen;

verzoekt de regering tevens, alle herkeurde mensen met ME/CVS die met deze
oneigenlijke argumenten zijn geconfronteerd en zelf graag een nieuwe
herkeuring bij het UWV wensen daar de mogelijkheid toe te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.