CGT onderzoek in het buitenland Print

Uit een Engels-Amerikaans review-onderzoek naar de effecten van verschillende behandelmethoden bij ME/CVS is geconcludeerd dat CGT de beste resultaten geeft [1]. Dit is niet verwonderlijk daar er nauwelijks andere behandelmethoden zijn en als ze er al zijn, er onvoldoende onderzoek naar is gedaan om harde uitspraken te kunnen doen.

De meeste CGT- en/of GET-onderzoeken vonden plaats in Engeland, op één na onder patiënten geselecteerd met de
Oxford-criteria en alle met positief resultaat. De belangrijkste kritiek erop betreft de selectie van de patiënten en de onduidelijkheid over het lange termijn effect. De resultaten van een Australisch en een Amerikaans onderzoek, waarbij veel strengere selectie-criteria zijn gebruikt, zijn nauwelijks positief te noemen.

Uit een ander Amerikaans review-onderzoek werd overigens geconcludeerd dat het effect van psycho-sociale therapieën bij medisch onverklaarbare lichamelijk klachten - waaronder ME/CVS - over het geheel genomen op zijn hoogst bescheiden is te noemen [2; zie de samenvatting hieronder].


Bronnen
1. P. Whiting et al. Interventions For The Treatment And Management of Chronic Fatigue Syndrome: A Systematic Review, JAMA (2001) 286/11:1360-1368.
2. L.A. Allen et al. Psychosocial treatments for unexplained physical symptoms: a review of the literature. Psychosomatic Medicine (2002) 64:939-950.


Samenvatting [2]:

Effect psycho-sociale therapie is bescheiden

Mensen met medisch onverklaarbare lichamelijke klachten reageren meestal niet op 'gewone' medische behandelingen. Vaak krijgen ze daarom een psycho-sociale therapie aangeboden: cognitieve gedragstherapie (CGT), een cursus 'omgaan met stress' en/of een therapie die zich richt op het opvoeren van de activiteit. Deze therapieën zijn gebaseerd op een bio-psycho-sociale verklaring van de klachten. Ze zijn gericht op verandering van het denk- en gedragspatroon. Men verwacht dat daardoor de lichamelijke klachten zullen verbeteren.

Psychologen en psychiaters van twee universiteiten in New Jersey (VS) onderzochten 34 publicaties om te zien hoe effectief deze aanpak is bij aandoeningen met meer dan één onverklaarbare lichamelijke klacht: ME/CVS, fibromyalgie, prikkelbare-darm syndroom en somatisatie-stoornis. Deze publicaties wekten meestal de indruk dat de toegepaste therapie hielp. De onderzoekers concludeerden echter dat de gebruikte methoden vaak niet deugden. Ook als die wel deugden, vonden ze de effecten matig. Niet één behandeling sprong eruit, en er was geen verschil tussen de effecten bij de vier ziektebeelden. Slechts een kwart van de publicaties vermeldde het effect op lange termijn. De slotconclusie van de onderzoekers uit New Jersey was dan ook dat het effect van psycho-sociale therapieën bij de genoemde aandoeningen, over het geheel genomen, hoogstens bescheiden is te noemen.