|
Cognitieve Gedragstherapie (Algemeen) |
|
|
Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een vorm van psychotherapie. CGT richt zich primair op de manier van denken met als doel het verminderen van gevoelens van angst, onzekerheid, depressie en/of bezorgdheid die - overigens heel begrijpelijk - gepaard kunnen gaan met chronische ziekten. Zonodig richt het zich ook op gedragsverandering. De therapie is oorspronkelijk ontwikkeld om mensen te helpen die lijden aan depressie maar bleek vervolgens ook bruikbaar bij patiënten met ziekten als multiple sclerose (MS), kanker, en reuma. Het kan hen helpen hun ziekte (beter) te accepteren en er zo goed mogelijk mee om te gaan. Hierdoor kunnen de negatieve psychische effecten van hun ziekte verminderen en hun leefkwaliteit verbeteren.
CGT is een zeer gestructureerde vorm van therapie waarbij de therapeuten vaste richtlijnen gebruiken. Zo krijgt de patiënt vrijwel altijd het verzoek een dagboek bij te houden en daarin negatieve of anderszins belastende gedachten en gevoelens te noteren. Tijdens de daarop volgende therapiesessie bespreekt de therapeut deze met de patiënt en reikt hem of haar technieken aan om hiermee beter te kunnen omgaan. CGT gaat verder dan counseling dat zich beperkt tot het geven van goede adviezen, leefregels en dergelijke voor het omgaan met een ziekte. CGT wordt dan ook gegeven door gespecialiseerde therapeuten.
CGT volstaat meestal met zestien sessies in een betrekkelijk korte periode: circa zes maanden. Andere vormen van psychotherapie, zoals psychoanalyse, vereisen normaliter veel meer sessies over een veel langere periode.
Als aanvulling op CGT kan het nodig zijn dat patiënten stilstaan bij hun activiteitenniveau en -patroon. Sommigen proberen zoveel mogelijk te blijven doen wat ze voor hun ziekte deden, anderen vermijden waar mogelijk activiteit omdat ze bang zijn daardoor sneller achteruit te gaan of een tijdelijke terugval te krijgen. De meerderheid probeert tussen deze uitersten hun weg te vinden. Algemeen is men het erover eens dat het voor patiënten belangrijk is zoveel mogelijk actief te blijven, echter zonder dat hun klachten daardoor verergeren. In veel gevallen zullen zij daardoor minder snel achteruit gaan of - afhankelijk van de aandoening - soms zelfs vooruit kunnen gaan.
Niet iedereen met een chronische ziekte zal CGT - al of niet in combinatie met een activiteitenprogramma - nodig hebben. Velen blijken in staat hun ziekte te accepteren en er zo goed mogelijk mee om te gaan op basis van hun eigen ervaringen ('vallen en opstaan'), en dank zij informatie uit diverse bronnen zoals mensen in hun omgeving, medepatiënten, patiëntenorganisaties, medici, klinieken, boeken en/of internet. Maar niet iedereen heeft toegang tot deze bronnen of krijgt de juiste adviezen. Het kan dan raadzaam zijn CGT te volgen. Ook als het een patiënt lukt zijn of haar ziekte te accepteren en goed ermee om te gaan, kan er toch een periode aanbreken waarin het almaar voortduren en/of verergeren van de aandoening leidt tot een depressie, met alle negatieve gevolgen van dien. Ook dan kan CGT uitkomst bieden. Dat dit op een gegeven moment aan de orde kan zijn, is allerminst denkbeeldig. Veel chronische ziekten kunnen immers zeer invaliderend zijn en het gaat daarbij niet om een tijdelijk ongemak. Het is een hele kunst daarmee steeds goed overweg te kunnen en dat is niet iedereen gegeven. Als dat niet (meer) lukt is het raadzaam daarvoor hulp te zoeken bij een terzake deskundige therapeut. Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als naar een ziekenhuis gaan met een gebroken been of een ontstoken blinde darm.
Bij ME/CVS wordt aanbevolen CGT te combineren met 'Graded Exercise Therapy' (GET) Het probleem bij daarbij is dat sommige wetenschappers een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven door te claimen dat ME/CVS-patiënten daardoor kunnen herstellen. Hiervoor bestaat echter geen afdoende bewijs.
|