Ingezonden brief aan de Volkskrant, 2 juli 2003 CDA en vakbonden verzwijgen lot toekomstige arbeidsongeschikten In de Volkskrant van 30 juni en 2 juli reageren vakbondsbestuurders Josine Westerbeek (CNV) en Agnes Jongerius (FNV) op de uitleg die CDA-kamerlid Gerda Verburg geeft aan de plannen voor de huidige WAO-ers jonger dan 45 jaar. Hoewel de vakbondskritiek op veel punten hout snijdt is het opvallend dat zij, net zoals Verburg, angstvallig zwijgen over de negatieve gevolgen van de WAO-plannen voor nieuwe arbeidsongeschikten. Misschien uit angst dat, wanneer die gevolgen duidelijk worden, de weerstand bij hun achterban zich zal uitbreiden tot de totale WAO-stelselherziening? Het wordt hoog tijd om de gevolgen van die stelselherziening, waarvan de invoering vanaf 2005 is gepland, onder ogen te zien. Aan de uitwerking van de nieuwe criteria om in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering wordt nog gewerkt, maar de hoofdlijnen staan al vast: alleen mensen van wie bij voorbaat vaststaat dat ze langer dan vijf jaar volledig arbeidsongeschikt zullen zijn zullen nog recht krijgen op een WAO-uitkering. Dit is het criterium van de 'volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid'. Bij de beoordeling hiervan moeten lijsten met ziektebeelden een grote rol spelen. Volgens de ene variant moet er een lijst komen van ziektes waarvan wordt aangenomen dat die wel tot volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zullen leiden, volgens de andere variant is het gemakkelijker om te werken met een lijst van ziektes waarvan wordt aangenomen dat die niet tot volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zullen leiden. Als kandidaten voor deze 'negatieve' lijst zijn onder andere genoemd psychische stoornissen, het chronisch vermoeidheidssyndroom CVS, ook bekend als ME, RSI en fibromyalgie. Dat het medisch gezien in de meeste gevallen helemaal niet mogelijk is om het verloop van ziekte en arbeidsongeschiktheid op zo'n lange termijn te voorspellen en dat de arbeidsongeschiktheid van mensen met dezelfde diagnose heel verschillend kan zijn heeft tot nu toe niet geleid tot wijziging. Uit alles blijkt dat bezuinigen op de WAO een grotere prioriteit heeft dan een zorgvuldige individuele beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Bij het toepassen van dit nieuwe criterium zullen veel mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn geen WAO-uitkering krijgen. Werk is voor hen echter geen reële mogelijkheid. Dus voor hen geen perspectief op werk, maar wel de dreiging van financiële afhankelijkheid van een partner of een aanvullende uitkering tot bijstandsniveau. Het enige verschil met de bijstand is het ontbreken van een vermogenstoets; het eigen huis hoeft dus niet 'opgegeten' te worden. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten krijgen volgens de plannen geen WAO meer. Alleen wanneer ze werk hebben kunnen ze op grond van een private verzekering een aanvullende uitkering krijgen tot het niveau van de huidige gedeeltelijke WAO. Wie geen werk heeft is aangewezen op het inkomen van een partner of een bijstandsuitkering. Wie minder dan 35% arbeidsongeschikt is komt niet in aanmerking voor deze loonaanvulling (in de huidige WAO ligt de grens bij 15%). Voor hen is er hoogstens de gewone bijstand waarbij zowel op grond van inkomen van een partner als op grond van vermogen wordt gekort. Tegenover deze keiharde aanpak van het inkomen van arbeidsongeschikten staan slechts weinig tastbare maatregelen om hen aan aangepast werk te helpen. Dat maakt de nadruk op het 'nieuwe perspectief op werk' dat de WAO-plannen zouden geven ongeloofwaardig. De kern van de nieuwe criteria is dat een groot deel van de arbeidsongeschiktheid wordt weggedefinieerd: niet alleen de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid maar ook de volledige arbeidsongeschiktheid van diegenen die op zeer omstreden gronden niet duurzaam arbeidsongeschikt worden geacht. Reële arbeidsongeschiktheid verdwijnt echter niet door wegdefiniëren. Er zijn nu eenmaal mensen die zodanig getroffen worden door bijvoorbeeld een chronische ziekte of een ongeval dat ze daardoor langdurig of blijvend arbeidsongeschikt raken. Ook wanneer ze nog wel mogelijkheden hebben om te werken kunnen ze vaak niet meer voldoen aan de hoge eisen die werkgevers aan werknemers stellen. Het is asociaal om deze groep met een bijstandinkomen naar de rand van de maatschappij te schuiven. De vakbonden staan in de SER aan de wieg van de WAO-plannen. Hun kritiek op de uitwerking beperkt zich helaas tot zaken als de partnerinkomenstoets. Afschaffing daarvan is natuurlijk een verbetering, maar laat de kern van de plannen overeind. De fundamentele kritiek van direct betrokken, zoals onder andere verwoord door de Chronisch Zieken- en Gehandicaptenraad, is tot nu toe genegeerd. Ook een andere groep van direct betrokkenen begint zich nu te roeren, namelijk de uitvoerders. Voorzitter Joustra van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) pleit zelfs voor intrekking van de plannen (Financieele Dagblad, 30 juni 2003). Dit pleidooi verdient navolging. Ynske Jansen voorzitter Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid