TOCH WAO VOOR LINDA SLAGTER door Ynske Jansen UWV USZO, de organisatie die de WAO uitvoert voor overheidspersoneel, heeft in januari 2003 ME-patiënte Linda Slagter voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard en haar een WAO uitkering toegekend! Is dat zo bijzonder? Ja zeker. Voor arbeidsongeschikte ME-patiënten is het helaas geen vanzelfsprekendheid dat ze de uitkering krijgen waar ze op grond van hun arbeidsongeschiktheid recht op hebben. In het geval van Linda is het, gezien de voorgeschiedenis, al helemaal een wonder. De nu 30-jarige Linda werkte als documentaliste bij de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In de zomer van1995 stortte ze, als gevolg van ernstige vermoeidheidsklachten, volledig in. Voor die tijd had ze, onder druk van de bedrijfsarts, nog lang geprobeerd om door te werken. Maar zelfs het opnemen van verlofdagen en het inleveren van één dag per week salaris om ziekteverzuim te vermijden mocht uiteindelijk niet baten. Later stelden specialisten de diagnose Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). Toen ze niet meer kon werken begon haar lijdensweg. De bedrijfsarts vertelde dat hij wel overtuigd was van de realiteit van haar klachten en ook geloofde dat ze daarmee niet kon werken. Maar volgens hem was ze toch volledig arbeidsgeschikt omdat er geen lichamelijke afwijkingen gevonden waren. Ze moest weer aan het werk. Linda maakte, met de steun van haar vriend Mario bezwaar. Dit werd echter door een commissie, bestaande uit collega's van de bedrijfsarts, ongegrond verklaard. Volgens deze artsen kon er bij Linda geen ziekte of gebrek worden vastgesteld en dus ook geen arbeidsongeschiktheid als gevolg daarvan. Daarbij gingen zij volledig voorbij aan het feit dat alle artsen die Linda hadden onderzocht zonder uitzondering van mening waren dat Linda's gezondheidsproblemen zeer reëel waren. Ontslag wegens werkweigering Omdat Linda geen gehoor kon geven aan de opdracht weer aan het werk te gaan stopte de BVD de uitbetaling van haar salaris. Ook hiertegen maakte ze bezwaar. Opnieuw tevergeefs. Vervolgens werd ze in begin 1997 door de Minister van Binnenlandse Zaken ontslagen wegens werkweigering, oneervol en zonder recht op een werkloosheidsuitkering. Beroep bij de Arrondissementrechtbank den Haag mocht niet baten. Linda's laatste kans lag in het hoger beroep dat ze met behulp van Mario en haar advocaat had ingediend bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Ze voelde zich daarbij gesteund door een medisch onderzoek van CVS-deskundige professor Dr. J.W.M. van der Meer. Deze had, notabene in opdracht van haar werkgever zelf, Linda onderzocht en was tot de conclusie gekomen dat ze als gevolg van haar ziekte niet in staat was om te werken. In 2001 stelde de CRvB haar werkgever in het gelijk*. Linda zou ten onrechte ziek zijn thuisgebleven zich daarmee schuldig hebben gemaakt aan werkweigering. Het ontslag zou daarom terecht zijn. Deze uitspraak kwam heel hard aan, temeer omdat Linda en Mario hoopvol gestemd waren. Volgens professor van der Meer van waren haar klachten reëel en was zelfs drie uur per dag werken voor haar te veel. Hoogleraar sociale verzekeringsgeneeskunde dr. J.H.B.M. Willems had geschreven dat het oordeel van professor van der Meer vanuit verzekeringsgeneeskundige oogpunt deugdelijk was. Er was bovendien inmiddels een chronische virusinfectie vastgesteld. Maar in de uitspraak van de CRvB was van deze feiten niets terug te vinden. Toch WAO aangevraagd Linda en Mario besloten zich nog niet bij het onrecht neer te leggen. Mede op advies van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid vroeg Linda in 2001 een WAO-uitkering aan bij UWV USZO. Normaal gebeurt dat in de loop van het eerste ziektejaar, via de werkgever. Maar die had dat in 1997 niet gedaan omdat ze niet ziek en niet arbeidsongeschikt zou zijn. UWV USZO wees de aanvraag in eerste instantie af. Mario schreef namens Linda een bezwaarschrift waarin hij stelde dat haar arbeidsongeschiktheid toch minstens medisch onderzocht moest worden. Hij voegde daarbij de brieven van haar artsen en het rapport van prof. van der Meer. Het bezwaar werd na een jaar gegrond verklaard en Linda werd opgeroepen voor een keuring door een verzekeringsarts. Linda wist niet wat ze meemaakte: deze verzekeringsarts was zeer zorgvuldig in zijn onderzoek. Hij nam haar notabene serieus en kwam op grond van zijn onderzoek en de beschikbare gegevens tot de conclusie dat ze, al vanaf de datum van haar ontslag in 1997, op medische gronden volledig arbeidsongeschikt is. Zijn conclusie: ". er is sprake van beperkingen als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek (conform het Schattingsbesluit). Voor zover er mogelijkheden zijn zijn deze echter niet duurzaam te benutten." Op grond van dit medisch advies heeft UWV USZO Linda nu een volledige WAO-uitkering toegekend, die met terugwerkende kracht vanaf juni 2000 wordt uitbetaald. De beslissing van de USZO onderstreept dat de betrokken bedrijfsartsen, de BVD, de arrondissementrechtbank Den Haag en de Centrale Raad van Beroep volledig in de fout zijn gegaan. Daarmee hebben ze veel schade aangericht: de ernstig zieke Linda is uitgemaakt voor werkweigeraar, ze heeft bijna 7 jaar moeten strijden voor haar recht, hoge juridische kosten moeten maken en jaren ten onrechte geen salaris of uitkering ontvangen. Zonder de steun van haar vriend Mario had ze nooit voor haar recht kunnen opkomen. Linda en Mario beraden zich nog op eventuele stappen tegen de bedrijfsartsen van de Bedrijfsgezondheidsdienst RBB en de BVD om de geleden schade te compenseren, voorzover dat mogelijk is. Voorlopig zijn ze vooral blij met de beslissing van UWV USZO. Advies Steungroep Linda's lijdensweg is gelukkig een uitzondering. Maar er kunnen meer mensen in een situatie als die van Linda terechtkomen. Met de invoering van de 'Wet verbetering Poortwachter' op 1 april 2002 zijn zieke werknemers samen met hun werkgever verantwoordelijk gesteld voor werkhervatting en reïntegratie. Als werkhervatting niet lukt bestaat de kans dat de werkgever de zwarte piet toeschuift naar de werknemer, met een soortgelijk conflict als dat van Linda als gevolg (stopzetting salarisbetaling en ontslag wegens werkweigering). Naar aanleiding van de ervaring van Linda adviseert de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid iedereen die in het eerste ziektejaar in een conflict over zijn ziekte en arbeidsongeschiktheid terechtkomt om zelf tijdig een WAO-uitkering aan te vragen. Dat is in ieder geval voor het eind van het tweede ziektejaar, omdat een WAO-uitkering niet langer dan met een jaar terugwerkende kracht wordt uitbetaald. Er kunnen wel redenen zijn om pas later WAO aan te vragen. In het geval van Linda was de inschatting van haar en haar advocaat dat op een WAO-aanvraag negatief beslist zou worden en dat dit weer een negatieve invloed zou hebben op de procedure tegen het ontslag. In het begin van Linda's procedere tegen haar ontslag was het Schattingbesluit namelijk nog niet van kracht waardoor er meer onzekerheid bestond over de uitleg van de wet door de USZO en de rechters. Het Schattingbesluit arbeidsongeschiktheidswetten** is, als gevolg van acties van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, in juni 2000 van kracht geworden. Volgens dit besluit moeten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid de gevolgen van ziekte centraal staan en niet de (lichamelijke) oorzaak of diagnose. Ook klachten waarvoor geen lichamelijke oorzaken zijn aangetoond moeten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid worden betrokken. * CRvB 99/1068, 1707 AW en 00/5654 AW, 23 mei 2001 ** Het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten is bij de Steungroep verkrijgbaar (bestelcode RMAO/C). Zie het overzicht van uitgaven van de Steungroep achterin dit nummer. Zie ook ons persbericht over deze zaak: http://www.steungroep.nl/archief/stukken/pers20010607.doc (Word-document)