WAO-PLANNEN WORDEN STEEDS ERGER

WAO-PLANNEN WORDEN STEEDS ERGER

 

 

Op dit moment staat het onderwerp WAO nadrukkelijk in de belangstelling. Dit heeft alles te maken met het recente SER-akkoord over dit onderwerp, alsmede met de komende verkiezingen. Na de verkiezingen zal waarschijnlijk druk onderhandeld worden over een regeerakoord. De WAO zal daarbij een belangrijk thema zijn. De voorgeschiedenis belooft niet veel goeds. Op 30 mei 2001 verschenen de plannen van de Commissie Donner over de toekomst van de WAO. Daarover hebt u in eerdere bijdragen van de Steungroep van vorig jaar uitgebreid kunnen lezen. Ik noemde die plannen toen rampzalig. Maar het kan nog erger, zo blijkt nu. Uitgaande van het rapport Donner heeft de Sociaal Economische Raad (SER) advies uitgebracht. Op basis van het SER-advies is ook de regering Kok, vlak voor haar aftreden, nog met een standpunt gekomen. Hieronder de stand van zaken.

 

 

Vier manieren om arbeidsongeschikten weg te definiëren

 

De kern van de plannen is dat het aantal arbeidsongeschikten dat recht heeft op een WAO-uitkering drastisch wordt beperkt. Net als de commissie Donner gunnen ook SER en regering Kok alleen nog een WAO-uitkering aan de 'echte' arbeidsongeschikten. Om die groep zo klein mogelijk te maken is stap voor stap een deel van de arbeidsongeschikten uitgesloten, todat er nog maar heel weinig zijn overgebleven.


Arbeidsongeschikte werknemers die niet genoeg hun best doen om weer aan het werk te gaan mogen worden ontslagen. Voor de anderen geldt de eerste twee ziektejaren een ontslagverbod. De werkgever moet dan 70% van het loon doorbetalen. In het eerste ziektejaar mag dit worden aangevuld, zoals in veel CAO's is geregeld,  in het tweede ziektejaar niet. Daarna is het inkomen voor de meeste arbeidsongeschikten uiterst onzeker.

 

 

Stap 1:  Uitsluiting gedeeltelijk arbeidsongeschikten

 

Gedeeltelijk arbeidsongeschikten (minder dan 80% arbeidsongeschikt) hebben geen recht meer op een WAO-uitkering. Zij moeten in de eerste twee ziektejaren alles op alles zetten om aan het werk te blijven of komen, of bij hun eigen werkgever of bij een nieuwe. De eigen werkgever moet hieraan meewerken. Hij mag wel het loon verlagen. Wanneer deze reďntegratie lukt krijgen werknemers die meer dan 34% arbeidsongeschikt zijn een aanvulling op hun loon die ongeveer even hoog is als de huidige WAO-uitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Lukt de reďntegratie niet dan is er sprake van werkloosheid en moet een beroep gedaan worden op een WW-uitkering. Wanneer de WW-uitkering afloopt, of het arbeidsverleden is te kort om er recht op te hebben, dan is voor gewone werklozen de bijstand het laatste vangnet. Werklozen die meer dan 34% arbeidsongeschikt zijn krijgen in dat geval een uitkering op hetzelfde minimumniveau als de bijstand. Er is één verschil: bij de toekenning wordt geen rekening gehouden met eigen vermogen. De SER stelde nog voor om ook geen rekening te houden met het inkomen van een partner, maar dat vond het Kabinet Kok veel te royaal.   


Werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn hebben geen recht op een loonaanvulling als ze werken en ook geen recht op een uitkering op minimumniveau zonder vermogenstoets bij werkloosheid.

Voor beide groepen geldt een arbeidsplicht en dus een sollicitatieplicht.

 

 

Stap 2:  Inkomensgrens bij berekening arbeidsongeschiktheid

 

De WAO was altijd een sociale verzekering tegen het verlies van het vermogen om inkomen te verdienen (verdiencapaciteit) bij arbeidsongeschiktheid. Het arbeidsongeschiktheidspercentage werd bepaald door het inkomen dat iemand met zijn gezondheidsproblemen nog kan verdienen te vergelijken met het inkomen dat hij kon verdienen voordat hij arbeidsongeschikt werd. Het gevolg van dit principe is dat mensen met een hoger inkomen bij dezelfde beperkingen al gauw meer verdiencapaciteit verliezen dan mensen met een lager inkomen en dus sneller een hoger arbeidsongeschiktheidpercentage hebben. Sommigen hebben hier moeite mee, maar binnen de huidige verhoudingen is een rechtvaardiger systeem moeilijk te bedenken. Aan de hoogte van de WAO-uitkering is overigens wel een bovengrens gesteld.

 

De regering wil nu bij de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage niet meer kijken naar het oorspronkelijke salaris, maar naar het maximumdagloon, natuurlijk alleen wanneer dat lager is.

 

Een sterk vereenvoudigd rekenvoorbeeld: stel iemand kan als gevolg van ziekte of gebrek nog maar € 9.000 per jaar verdienen. Zijn oorspronkelijke salaris is € 55.000. Zijn verlies aan verdiencapaciteit is dan € 55.000 minus € 9.000 is € 46.000. Dit is 84 % van € 55.000, dus meer dan 80% . Volgens de oude regels is hij dus volledig arbeidsongeschikt en heeft recht op een WAO-uitkering van 70% van het maximumdagloon. We nemen aan dat het maximumdagloon op jaarbasis € 40.000 is. Volgens het plan van de regering Kok wordt het verlies van verdiencapaciteit dan als volgt berekend: € 40.000 minus € 9.000 is € 31.000. Dit is 77,5% van € 40.000, dus minder dan 80% is niet volledig arbeidsongeschikt, dus geen recht op een wao-uitkering. Zo valt er weer een groep buiten de boot van de WAO.

 

 

Stap 3:  Uitsluiting arbeidsongeschikten met lage productiviteit 

 

De regering Kok heeft nog iets bedacht om het aantal volledig arbeidsongeschikten te verminderen. Bij de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt het inkomen voor de arbeidsongeschiktheid vergeleken met het inkomen dat na arbeidsongeschiktheid in functies die op de arbeidsmarkt voorkomen verdiend kan worden. Nu is het zo dat werkgevers wel een mimimumeis stellen aan de productiviteit van hun werknemers. Wie minder productief is kan zelfs het wettelijk minimumloon nog niet verdienen en wordt niet aangenomen. Mensen die als gevolg van ziekte of gebrek nog wel iets kunnen, maar alleen met een zo lage productiviteit dat er geen normale functie voor ze bestaat, worden in het huidige stelsel volledig arbeidsongeschikt verklaard en hebben dus recht op een WAO-uitkering. Het lijkt wel Sinterklaas! Daarom wil de regering bij de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage niet alleen meer kijken naar wat iemand op de reguliere arbeidsmarkt zou kunnen verdienen, maar ook naar wat iemand in functies voor mensen met een extreem lage productiviteit kan verdienen. Maar waar vindt je in hemelsnaam dergelijke functies, waarin geen eisen aan de productiviteit worden gesteld? In het persbericht van de regering wordt als voorbeeld gesubsidieerd werk genoemd. Een aantal partijen in diezelfde regering willen dat nu juist afschaffen. Een zelfs Sociale Werkplaatsen stellen hoge productiviteitseisen. Dit plan is het zoveelste bewijs dat het bij de WAO-plannen in de eerste plaats gaat om bezuinigen op sociale zekerheid en niet om arbeidsongeschikten te helpen aan aangepast werk. 

 

 

Stap 4:  Uitsluiting 'niet duurzaam' arbeidsongeschikten

 

De overgebleven volledig arbeidsongeschikten hebben dan tenminste nog wel recht op een WAO-uitkering zou u denken. Maar nee, ook dat gaat nog veel te ver. Om recht te hebben op een WAO-uitkering moet de arbeidsongeschiktheid, behalve volledig, ook 'duurzaam' zijn. Dat wil zeggen dat er binnen 5 jaar geen kans is op herstel of verbetering. 

 

De commissie Donner stelde voor om voor de beoordeling van die duurzaamheid gebruik te maken van standaardprognoses en lijsten met beperkingen per ziekte die er zouden zijn. De Steungroep is op zoek gegaan naar die lijsten maar die bleken helemaal niet te bestaan, niet in Nederland en ook niet in het buitenland! Daar kwam de SER ook achter. Maar geen nood, een 'deskundige' die precies datgene beweert wat in het straatje van de opdrachtgever past is snel gevonden. In dit geval was dat Simon Knepper, vooraanstaand verzekeringsarts bij de Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV, voorheen LISV). Die schudde, niet gehinderd door wetenschappelijke, professionele of morele scrupules, zo een lijstje van ziektes die volgens hem in ieder geval niet leiden tot echte arbeidsongeschiktheid uit zijn mouw: ME, burnout, RSI, post-whiplash-syndroom, bekkeninstabiliteit en fibromyalgie. In 'Het Volkskrant magazine' van 20 april zegt hij hierover: "Ik zeg niet dat mensen die aan deze kwalen lijden in werkelijkheid niets mankeren. Meestal hebben ze wel een serieus probleem, het is alleen de vraag of dat probleem rechtvaardigt dat ze arbeidsongeschikt zijn. In de regel komt het erop neer dat iemand gewoon overspannen is.' Even verder zegt hij: "Ik ben eens bij zo'n lezing van een patiëntenvereniging geweest waar kerngezonde vrouwen in rolstoelen slachtoffer zaten te wezen, moeizaam een kopje koffie optillend, de mannen zorgzaam ernaast." We weten zo langzamerhand wel dat als het over de WAO gaat het onbenul bij veel politici en journalisten regeert, helaas. Maar iemand met de opleiding, ervaring en toegang tot informatie die de heer Knepper moet wel een heel sterke gedrevenheid kennen om dergelijke botte en domme ideeën te propageren. Zijn motief? Vergaande Ijdelheid, vrouwenhaat of een ziekelijk gevoel van alwetendheid en almachtigheid? Dat is voer voor psychiaters.

 

Waar ik zo verschrikkelijk boos en bedroefd om kan worden is dat dergelijke ideeën er bij de SER blijkbaar ingaan als koek. Je zou toch minstens van de vakbondsvertegenwoordigers daarbinnen moeten kunnen verwachten dat ze opkomen voor de belangen van de huidige en toekomstige arbeidsongeschikten.

 

Volgens de SER is er sprake van duurzame en volledige, dus 'echte', arbeidsongeschiktheid wanneer er sprake is van duurzaam verlies aan zelfredzaamheid als uiting van ernstige ziekte of gebrek. De SER wil het aan een commissie van onafhankelijke deskundigen overlaten om vast te stellen welke ziektes en gebreken als ernstig moeten worden beschouwd. Maar voordat die deskundigen hun werk hebben gedaan weet de SER al precies te rapporteren welke psychische en lichamelijke ziektes niet tot 'echte' arbeidsongeschiktheid leiden: aanpassingstoornissen zoals overspannenheid en burn-out, minder ernstige affectieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, verslavingen, somatoforme stoornissen, lage rugklachten en bepaalde vormen van reuma. En dit zijn volgens de SER alleen nog maar voorbeelden. Mist u in dit lijstje misschien de door Knepper genoemde ziektes, waaronder ME/CVS? Dat komt waarschijnlijk omdat de SER daarvoor, in navolging van figuren als Knepper en Koerselman, heel slim een psychiatrische vermomming heeft bedacht, namelijk het begrip 'somatoforme stoornissen'.

 


De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft de SER en de vakbeweging helaas niet op andere gedachten kunnen brengen. We hebben wel ons best gedaan, onder andere door middel van een kritisch commentaar op het rapport van de commissie Donner, een brief aan de Federatieraad van de FNV en een open brief aan de SER. 

 

De regering Kok heeft het idee van de lijst met ziektes die wel recht geven op een WAO-uitkering overgenomen en stelt dat het UWV, het instituut van de heer Knepper dus, dit verder uit moet werken. Dat kan wel even kan duren maar geen nood, op korte termijn moet er volgens de regering er al een lijst komen van ziekte die in ieder geval geen recht geven op een WAO-uitkering. Daarbij wordt naar het rijtje voorbeelden van de SER verwezen.

De volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikten krijgen dezelfde rechten als degenen die 35 tot 80% arbeidsongeschikt zijn. Dus alleen recht op een inkomensaanvulling voor wie werkt, wat voor een volledig arbeidsongeschikte wel heel moeilijk is.  Een inkomen op bijstandsniveau is dus voor hen het meest reële perspectief. En zelfs wie na vijf jaar kan aantonen dat de arbeidsongeschiktheid nog steeds voortbestaat heeft geen recht om alsnog een WAO-uitkering aan te vragen. Dit is wel het meest a-scoiale onderdeel van de WAO-plannen: mensen die door ziekte of gebreken niet kunnen werken tot levenslange armoede veroordelen.

 

 

'Stelselwijziging WAO; onnodig, onrechtvaardig en onsolidair'

 

Zo is in vier stappen het aantal arbeidsongeschikten bijna volledig weggedefinieerd. Simon Knepper heeft eens in een interview gezegd: 'Medische arbeidsongeschiktheid bestaat niet. Alleen van iemand in coma kan je met zekerheid zeggen dat die niet kan werken.'(NRC 7 juni 2001). Commentaar lijkt me overbodig.

 

Tot nu toe gingen de WAO-plannen altijd gepaard met de verzekering dat de huidige WAO-ers hun rechten zouden behouden. Maar zelfs dat is niet meer zeker, al zijn de toespelingen op hun positie meestal vaag. De ervaring leert dat alleen al de publiciteit over lijsten met ziektes die niet zouden leiden tot volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid invloed heeft op de WAO-keuringen die nu plaatsvinden. Mensen krijgen soms al weer van de verzekeringsarts te horen: ME? CVS? Maar dat is geen reden voor arbeidsongeschiktheid!

De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft bij herhaling haar fundamentele kritiek op de WAO-plannen naar voren gebracht, evenals de Stichting Pandora die de belangen van mensen met een psychische stoornis behartigt, de Chronisch Zieken en Gehandicapten-Raad en de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA). Maar al deze organisaties hebben tot nu toe geen stem gekregen in de WAO-plannenmakerij. Zij hebben zich nu aaneengesloten, organiseren een petitie en brengen op 1 juni op een symposium hun visie naar buiten onder de noemer 'Stelselwijziging WAO; onnodig, onrechtvaardig en onsolidair'.   

 

 

Meer informatie:

 

De reactie van de Steungroep op de plannen van de commissie Donner, de brief aan de federatieraad van de FNV en de open brief aan de SER vindt u op de website va de Steungroep: www.steungroep.nl. U vindt daar ook het persbericht met de plannen van de regering Kok, een link naar het advies van de SER en informatie over acties tegen de WAO-plannen.