Bijdrage
symposium WAO CG-Raad, 1 juni 2002
STELSELHERZIENING WAO
ONSOLIDAIR
Discriminerende lijsten
sluitstuk wegdefiniëren arbeidsongeschiktheid
door
Ynske Jansen, voorzitter Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
We
zijn het afgelopen jaar overspoeld met WAO-plannen. Het begon met de plannen
van de Commissie Donner over de toekomst van de WAO die een jaar geleden
verschenen. De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid noemde die plannen toen
al rampzalig. Maar het kon nog erger, zo bleek. Uitgaande van het rapport
Donner heeft in maart 2002 de Sociaal Economische Raad advies uitgebracht. Op
basis van het SER-advies is in april de regering Kok, vlak voor haar aftreden,
nog met een standpunt gekomen dat nog minder inkomenszekerheid voor arbeidsongeschikten
biedt. Maar ook dit plan gaat verschillende politieke partijen nog niet ver
genoeg. Het CDA wil fors op de WAO bezuinigen. De VVD
wil de WAO nog veel verder afbreken. En mét de VVD lijkt de LPF
arbeidsongeschikten vooral als slappelingen en profiteurs te zien die maar eens
hard aangepakt moeten worden. Bij de kabinetsformatie staat de WAO nu nummer
één op het lijstje van miljardenbezuinigingen.
Niet
de arbeidsongeschiktheid wordt aangepakt, maar de inkomenszekerheid van
arbeidsongeschikten
De genoemde plannen hebben één ding
gemeenschappelijk: niet het ontstaan van arbeidsongeschiktheid wordt bestreden,
niet het gebrek aan aangepaste arbeidsplaatsen wordt bestreden, maar de
inkomenszekerheid van arbeidsongeschikten. De kern van de plannen is namelijk
dat het aantal arbeidsongeschikten dat recht heeft op een WAO-uitkering
drastisch wordt beperkt. Net als de commissie Donner gunnen ook SER en regering
Kok alleen nog een WAO-uitkering aan de zogenaamde 'echte' arbeidsongeschikten.
Dat klinkt heel rechtvaardig, maar dat is het niet. Het keurmerk 'echte'
arbeidsongeschikte wordt namelijk gebruikt om grote groepen mensen die wel
degelijk arbeidsongeschikt zijn uit te sluiten van de WAO.
Om de groep 'erkende echte arbeidsongeschikten'
zo klein mogelijk te maken hebben de plannenmakers in vijf stappen een groot
deel van de arbeidsongeschikten van de WAO uitgesloten, todat er nog maar heel
weinig WAO-gerechtigden zijn overgebleven.
Ø
Stap 1: Ontslag voor wie niet genoeg zijn best doet
Arbeidsongeschikte werknemers die niet genoeg
hun best doen om weer aan het werk te gaan mogen worden ontslagen. Dat is
trouwens op 1 april al ingegaan met de zogenaamde Wet verbetering poortwachter.
Het is nog maar de vraag of de eisen die worden gesteld wel reëel zijn. Een
postbus 51-spotje toont ons een zieke werknemer die met flapovervellen en
viltstiften druk in de weer is met het maken van werkhervattingsplannen.
Veel mensen die arbeidsongeschikt zijn geworden
door een chronische ziekte zullen hier toch echt niet toe in staat zijn. De
beginperiode van een chronische ziekte is namelijk vaak extra zwaar. Stel, je
krijgt Multiple Sclerose of de ziekte van Bechterew of ME of een andere
chronische ziekte. Dan moet je de schok eerst verwerken en leren je aan te
passen aan de nieuwe realiteit. Daar ben je in een jaartje echt niet mee klaar,
en ook niet in twee jaar.
Behalve de pijn, moeheid en beperkingen die de
ziekte met zich meebrengt is er vooral in het begin ook veel onzekerheid:
-
onzekerheid over de diagnose, die maanden tot
jaren op zich kan laten wachten
-
onzekerheid over de gevolgen voor het dagelijks
leven en voor de relatie met partner, kinderen, familie en vrienden
-
onzekerheid over de vraag wat voor werk op de
lange duur vol te houden is en of werken überhaupt nog wel een reële
mogelijkheid is.
-
onzekerheid over de mogelijkheden voor
aangepast werk bij de eigen werkgever
-
onzekerheid over het toekomstige inkomen.
Een werknemer die chronisch ziek wordt heeft
dus veel aandacht en energie nodig voor verwerking en aanpassing. Wanneer hier
bij de beoordeling of hij wel genoeg zijn best doet om het werk te hervatten
niet genoeg rekening mee wordt gehouden dreigt ontslag, zonder recht op een
WAO-uitkering en zonder recht op WW. Met dit ontslag is de eerste groep arbeidsongeschikten
al uit de WAO weggewerkt.
Ø
Stap 2: Uitsluiting van
gedeeltelijk arbeidsongeschikten
Volgens de plannen van SER en Paars geldt
tijdens de eerste twee ziektejaren een ontslagverbod voor degenen die volgens
werkgever en Uitvoeringsinstelling wel goed hun best hebben gedaan. De
werkgever moet dan 70% van het loon doorbetalen. In het eerste ziektejaar mag
dit worden aangevuld, zoals in veel CAO's is geregeld, in het tweede ziektejaar niet. Daarna is het
inkomen voor de meesten uiterst onzeker.
Stap twee ter vermindering van het aantal
WAO-ers is afschaffing van het recht op een WAO-uitkering voor alle
gedeeltelijk arbeidsongeschikten (minder dan 80% arbeidsongeschikt). Zij moeten
in de eerste twee ziektejaren alles op alles zetten om aan het werk te blijven
of komen, of bij hun eigen werkgever of bij een nieuwe. De eigen werkgever moet
hieraan meewerken. Hij mag wel het loon verlagen.
Wanneer deze reïntegratie lukt krijgen
werknemers die meer dan 34%, oftewel 'substantieel', arbeidsongeschikt zijn een
aanvulling op hun loon die ongeveer even hoog is als de huidige WAO-uitkering
voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Lukt de reïntegratie niet dan is er
sprake van werkloosheid en moet een beroep gedaan worden op een WW-uitkering.
Wanneer de WW-uitkering afloopt, of je hebt te kort gewerkt om er recht op te
hebben, dan is voor gewone werklozen de bijstand het laatste vangnet. Werklozen
die meer dan 34% arbeidsongeschikt zijn krijgen in dat geval een uitkering op
hetzelfde minimumniveau als de bijstand, met arbeidsplicht en dus
sollicitatieplicht. Er is één gunstig verschil met de bijstand: eigen vermogen,
bijvoorbeeld in een eigen huis, is niet van invloed op het recht op uitkering.
De SER stelde nog voor om daarnaast ook geen rekening te houden met het inkomen
van een partner, maar dat vond het Kabinet Kok veel te royaal.
Werknemers die minder dan 35%, oftewel 'licht',
arbeidsongeschikt zijn hebben geen enkel recht op een loonaanvulling als ze
werken. Wanneer zij een beroep doen op de bijstand wordt zowel hun vermogen als
het inkomen van hun partner
meegerekend.
Met deze stap is weer een groep beroofd van de
bovenminimale inkomensbescherming die de WAO nu nog biedt. Aangepast werk wordt
er niet door gecreëerd.
Ø
Stap 3: Inkomensgrens bij
berekening arbeidsongeschiktheid
Maar nog zijn de plannenmakers
niet tevreden. Er moeten nog meer mensen worden uitgesloten van de WAO. Dus op
naar stap 3.
Het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt volgens de huidige WAO
bepaald door het inkomen dat iemand met zijn gezondheidsproblemen nog kan
verdienen te vergelijken met het inkomen dat hij verdiende voordat hij
arbeidsongeschikt werd. Het gevolg van dit principe is dat mensen met een hoger
inkomen bij dezelfde beperkingen al gauw meer verdiencapaciteit verliezen dan
mensen met een lager inkomen en dus sneller een hoger
arbeidsongeschiktheidpercentage hebben. Dit is een logisch gevolg van het
verzekeringskarakter van de WAO. Aan de hoogte van de WAO-uitkering is
overigens wél een bovengrens gesteld.
De demissionaire regering Kok wil bij de
berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage niet meer kijken naar het
oorspronkelijke salaris, maar naar het maximumdagloon, natuurlijk alleen
wanneer dat lager is. Dat levert niet meer aangepaste banen, maar wel minder volledig
arbeidsongeschikten op. Zo valt er weer een groep buiten de boot van de
WAO.
Ø
Stap 4: Uitsluiting
arbeidsongeschikten met lage productiviteit
Treft stap 3 de beter betaalden, stap 4 is
vooral gericht tegen de lager betaalden. Bij de berekening van het
arbeidsongeschiktheidspercentage wordt het inkomen voor de
arbeidsongeschiktheid vergeleken met het inkomen dat na arbeidsongeschiktheid
in functies die op de arbeidsmarkt voorkomen verdiend kan worden. Werkgevers
stellen wel eisen aan de productiviteit van werknemers. Wie niet productief
genoeg is wordt niet aangenomen en kan niet eens het wettelijk minimumloon
verdienen. Mensen die als gevolg van ziekte of gebrek nog wel iets kunnen, maar
alleen met een zo lage productiviteit dat er geen normale functie voor ze
bestaat, worden in het huidige stelsel volledig arbeidsongeschikt verklaard en
hebben dus recht op een WAO-uitkering. Het lijkt wel Sinterklaas!
Dus kwam de regering Kok met het lumineuze idee
om bij de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage niet alleen meer
te kijken naar wat iemand op de reguliere arbeidsmarkt zou kunnen verdienen,
maar ook naar wat iemand zou kunnen verdienen in functies voor mensen met een
extreem lage productiviteit. Maar waar vind je in hemelsnaam dergelijke
functies, waarin geen of weinig eisen aan de productiviteit worden gesteld?
Volgens de plannenmakers in gesubsidieerd werk. De ervaring leert echter dat in
zogenaamde WIW- en ID- banen wel degelijk eisen aan de productiviteit worden
gesteld. Relatief veel mensen die dergelijk werk doen worden zelfs
arbeidsongeschikt. Bovendien wil een aantal partijen, waaronder de VVD, de
gesubidieerde banen nu juist afschaffen. En wie minder dan 20 uur per week kan
werken komt er bij veel Sociale Werkplaatsen niet eens in. Dit plan is het
zoveelste bewijs dat het bij de WAO-plannen in de eerste plaats gaat om
bezuinigen op sociale zekerheid en niet om arbeidsongeschikten te helpen aan
aangepast werk. Het plan gaat immers niet gepaard met een konkreet plan om ook
daadwerkelijk functies te creëren waarin geen of zeer lage productiviteitseisen
worden gesteld.
Ø
Stap 5: Uitsluiting 'niet
duurzaam' arbeidsongeschikten door opstellen witte of zwarte lijst
Dat was stap 4. Dan nu het sluitstuk. Met
iedere stap is steeds weer opnieuw een groep arbeidsongeschikten
weggedefiniëerd en overgeleverd aan een inkomen op bijstandsniveau of volledige
financiële afhankelijkheid van een partner.
Na vier stappen is nog een kleine groep
overgebleven, de volledig arbeidsongeschikten die zich volgens werkgever en UWV
wel voldoende hebben ingespannen om weer aan het werk te gaan maar waarbij dat
echt niet haalbaar is. Deze mensen zullen dan toch zeker wel recht houden op
een WAO-uitkering, zou u denken. Maar nee, ook dat gaat de plannenmakers nog veel
te ver. Om recht te hebben op een WAO-uitkering moet volgens hen de
arbeidsongeschiktheid, behalve volledig, ook 'duurzaam' zijn. Dat wil zeggen
dat er binnen 5 jaar geen kans is op herstel of verbetering. Om dit uitvoerbaar
te maken zijn ze met het idee van de lijsten gekomen. Het begon met een witte
lijst en eindigde met een zwarte lijst.
De commissie Donner stelde voor om voor de
beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid gebruik te gaan maken van
standaardprognoses en lijsten met beperkingen per ziekte die er zouden zijn. Ik
ben op zoek gegaan naar die lijsten maar die bleken in Nederland helemaal niet
te bestaan en ook niet in het buitenland. De commissie Donner bleek een handboek van Amerikaanse
verzekeringsconcerns op het oog te hebben. Maar volgens wetenschappers kan dit
handboek niet zomaar worden toegepast op de Nederlandse situatie.
De SER kwam er ook achter dat de lijsten niet
bestaan. Maar geen nood, een 'deskundige' die precies datgene beweert wat in
het straatje van de opdrachtgever past is snel gevonden. In dit geval was dat
de heer Knepper, vooraanstaand verzekeringsarts bij het Uitvoeringsinstituut
Werknemersverzekeringen (UWV, voorheen LISV). Die schudde, niet gehinderd door
wetenschappelijke, professionele of morele scrupules, zo een lijstje van
ziektes uit zijn mouw die volgens hem in ieder geval niet leiden tot 'echte arbeidsongeschiktheid'. Volgens Knepper zijn
dit ME, burnout, RSI, het post-whiplash-syndroom, bekkeninstabiliteit en
fibromyalgie. In 'De Volkskrant' zegt hij hierover:
"Ik
zeg niet dat mensen die aan deze kwalen lijden in werkelijkheid niets mankeren.
Meestal hebben ze wel een serieus probleem, het is alleen de vraag of dat
probleem rechtvaardigt dat ze arbeidsongeschikt zijn. In de regel komt het erop
neer dat iemand gewoon overspannen is.' Even verder zegt hij: "Ik ben eens bij zo'n lezing van een
patiëntenvereniging geweest waar kerngezonde vrouwen in rolstoelen slachtoffer
zaten te wezen, moeizaam een kopje koffie optillend, de mannen zorgzaam
ernaast." ('Het Volkskrant magazine' 20 april 2002). Tot zover
voorlopig de wijsheid van de heer Knepper.
We weten zo langzamerhand wel dat als het over
de WAO gaat het onbenul bij veel politici en journalisten regeert, helaas. Maar
iemand met de opleiding, ervaring en toegang tot informatie die de heer Knepper
heeft moet wel een heel sterke gedrevenheid kennen om dergelijke botte en domme
ideeën te propageren. Zijn motief? Dat lijkt me voer voor psychiaters… Waar ik zo verschrikkelijk boos en bedroefd
om kan worden is dat dergelijke ongefundeerde vooroordelen er bij de SER
blijkbaar zijn ingegaan als koek.
Van de voorzitter van de SER, de CDA-er
Wijffels kon je dat trouwens wel verwachten. In het mei-nummer van 'Opzij'
onthult hij dat hij zelf geen WAO-ers kent. "In dat soort circuits vertoef ik niet; in mijn hele familie- en
kennissenkring komt het niet voor", aldus Wijffels. Hij denkt dat dat niet komt doordat de
mensen waar hij mee omgaat gezonder zijn, maar gewoon doordat ze weerbaarder
zijn … (Opzij, mei 2002).
Ik kan u op grond van eigen ervaring verzekeren
dat weerbaarheid helaas geen bescherming biedt tegen ziekte en
arbeidsongeschiktheid. Wijffels' afkeer van, zoals hij het noemt 'circuits' van
chronisch zieken en arbeidsongeschikten is blijkbaar zo sterk dat hij vandaag
hier niet aanwezig wilde zijn.
Ik ben zelf vakbondslid vanaf het moment dat ik
ben gaan werken en ik ben vooral woedend op de vakbondsvertegenwoordigers
binnen de SER. Die zouden toch wél moeten weten wat het betekent om
arbeidsongeschikt te zijn. Van hen had je toch minstens een kritische
opstelling mogen verwachten, in het belang van de huidige en toekomstige
arbeidsongeschikten. Maar nee, ze zijn meegegaan met de stemmingmakerij van
mensen als Knepper. Met het steunen van het SER-advies heeft de vakbeweging
naar mijn mening een grote fout gemaakt, die leidt tot een verwijdering van de
mensen waar ze juist voor op zouden moeten komen.
Witte
lijst
De SER wil het aan een commissie van
onafhankelijke deskundigen overlaten om vast te stellen welke ziektes en
gebreken als ernstig genoeg moeten worden beschouwd om te leiden tot 'echte'
arbeidsongeschiktheid, en die op een lijst te zetten, die ik voor het gemak
maar de witte lijst noem. De heer Knepper komt vast in die commissie. Maar ook
wanneer de commissie gevormd zou worden door uitsluitend objectieve deskundigen
is de opdracht nog onzinnig.
Investeren in het ontwikkelen van dergelijke
lijsten is zinloos. Het is niet voor niets dat dergelijke gegevens tot nu toe
geen rol spelen bij WAO-keuringen. Op het eerste gezicht mag het misschien heel
objectief lijken om uit te gaan van statistieken over de ernst en duur van
ziektes en beperkingen. Maar dit is een schijnobjectiviteit, die ten koste gaat
van de rechtvaardigheid en professionaliteit.
Daarvoor wil ik drie argumenten noemen.
Een
witte lijst is zinloos en uit den boze omdat …
1.
Het eerste argument tegen een witte lijst met
ziektes die exclusief recht zullen geven op een WAO-uitkering is dat de prognose en de
beperkingen van een bepaalde ziekte in relatief korte tijd sterk kunnen
veranderen, bijvoorbeeld als gevolg van medische ontwikkelingen. De ziekte AIDS
is hiervan een goed voorbeeld. Nog niet zo lang geleden moest iemand die de
diagnose AIDS kreeg zich voorbereiden op een snel levenseinde. Nu is, tenminste
in de rijke landen, jarenlang verder leven het perspectief, zij het met
beperkingen en handicaps, net zoals bij veel andere chronische ziektes.
2.
Het tweede argument tegen een witte lijst is
dat een beoordeling die gebaseerd is op diagnoses en statistieken in plaats van
op het werkelijke ziekteverloop en de werkelijke beperkingen van het individu
vaak de plank misslaan. Daar helpen geen handboeken van Armerikaanse
commerciële verzekeraars bij. Vreemd trouwens dat het Nederlandse handboek 'Arbeid
en belastbaarheid' onder redactie van
professor Willems (overigens de enige hoogleraar verzekeringsgeneeskunde
in Nederland) bij de plannenmakers niet bekend was. Of kenden ze het wel maar
kwam de inhoud hen niet zo goed uit? In dit handboek voor bedrijfs- en
verzekeringsartsen wordt duidelijk gemaakt dat iemands belastbaarheid voor
arbeid nooit alleen bepaald wordt door de diagnose, maar dat daarbij zeer veel
andere factoren een rol spelen en dat dezelfde diagnose bij verschillende
personen heel verschillende gevolgen voor de arbeidsgeschiktheid kan hebben.
Medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid is dus een complexe taak die
professioneel uitgevoerd zou moeten worden.
Ik sluit mij van harte aan bij het pleidooi van
de Anneke Huson van de stichting Pandora dat individueel maatwerk bij de
keuring het uitgangspunt moet zijn. Ik
wil daar nog een belangrijk punt aan toevoegen, namelijk dat
maatwerk bovendien professioneel verricht moet worden. Bij de keuring moeten de
beperkingen met betrekking tot arbeid die het gevolg zijn van
gezondheidsproblemen centraal staan, ongeacht de exacte oorzaak, diagnose of
prognose. In plaats van te investeren in het maken van een witte lijst zou
geïnvesteerd moeten worden in het ontwikkelen van betrouwbare methodes om
iemands beperkingen en belastbaarheid voor arbeid vast te stellen. Want daar
schort nog steeds veel aan. Zo kreeg ik pas nog verslag van de keuring van een
intelligente jonge man met ME. De keuringsarts van het GAK in Amsterdam vond de
vraag: 'kun je een half uur naar
Sesamstraat kijken?' voldoende om
eventuele beperkingen in zijn concentratievermogen op te sporen!
Ik begrijp trouwens niet waarom
verzekeringsartsen niet veel harder hebben geprotesteerd tegen de plannen. Hun
beroep wordt volledig uitgehold en gereduceerd tot het opzoeken van een
diagnose in een lijst. Ik zou zeggen 'Verzekeringsartsen
van Nederland, verenigt u, verzet u tegen de voornemens voor een witte en zwarte lijst en kom op
voor professionalisering van uw vak!"
3.
Dat waren twee argumenten tegen een witte
lijst. Het derde argument vind ik het belangrijkste. En dat is dat het
verschrikkelijk onrechtvaardig is dat iemand met een ziekte die niet op die
witte lijst komt te staan vrijwel zeker wordt uitgesloten van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, hoe ziek en gehandicapt hij ook is. Zelfs wie
erkend volledig arbeidsongeschikt is en na vijf jaar kan aantonen dat de
arbeidsongeschiktheid nog steeds voortbestaat heeft geen recht om alsnog een
WAO-uitkering aan te vragen als zijn ziekte niet op de witte lijst staat. Dit
is naar mijn mening wel het meest a-sociale onderdeel van de WAO-plannen:
mensen die door ziekte of gebreken niet kunnen werken tot levenslange armoede
veroordelen.
Zwarte
lijst
Maar het blijft niet bij een witte lijst. De
demissionaire regering Kok heeft het idee van de witte lijst met ziektes die
wel recht geven op een WAO-uitkering overgenomen en stelt dat het UWV, het
instituut van de heer Knepper dus, dit verder uit moet werken. Dat kan wel even
duren maar geen nood, een zwarte lijst van ziektes die in ieder geval geen recht zullen geven op een WAO-uitkering
kan en moet er al op korte termijn komen.
Nog voordat de deskundigen zijn aangewezen en
hun werk hebben gedaan weet de SER, in navolging van Knepper, namelijk al
precies te rapporteren welke psychische en lichamelijke ziektes niet tot
'echte' arbeidsongeschiktheid leiden, namelijk aanpassingstoornissen zoals
overspannenheid en burn-out, minder ernstige affectieve stoornissen,
persoonlijkheidsstoornissen, verslavingen, somatoforme stoornissen, lage
rugklachten en bepaalde vormen van reuma. En dit zijn volgens de SER alleen nog
maar voorbeelden. De zwarte lijst moet nog veel langer worden. Mist u misschien
nog de door Knepper genoemde ziektes RSI, ME, post-whiplash-syndroom,
bekkeninstabiliteit en fibromyalgie? Dat komt waarschijnlijk omdat de SER
daarvoor heel slim een psychiatrische vermomming heeft bedacht, namelijk het
begrip 'somatoforme stoornissen'.
Opnieuw:
Stop uitsluiting
Het is niet voor het eerst dat mensen met
bepaalde ziektes worden uitgesloten van het recht op een WAO-uitkering. Ook na
invoering van de wet TBA in 1993 bleek dat bepaalde groepen arbeidsongeschikten
vaak werden uitgesloten van de WAO. Het ging om mensen met een ziekte of met
gezondheidsproblemen waarbij vaak geen lichamelijke afwijkingen zichtbaar zijn
of waarvan de oorzaak nog onbekend is, bijvoorbeeld RSI, fibromyalgie,
rugklachten, vermoeidheid na kanker, OPS en het chronisch vermoeidheidssyndroom
ME/CVS. De, vaak ernstige, beperkingen van deze mensen op het gebied van werk
werden in veel gevallen niet bij de beoordeling van hun arbeidsongeschiktheid
betrokken vanwege de misvatting dat hun ziekte 'niet medisch objectief vast te
stellen' zou zijn en hun arbeidsongeschiktheid dus ook niet.
De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft
dit onrecht jarenlang aan de kaak gesteld en is, uiteindelijk met steun van een
groot aantal andere organisaties van chronisch zieken, arbeidsongeschikten en
werknemers (ook de FNV), opgekomen voor een wettelijke regeling om deze uitsluiting
tegen te gaan. Die is er uiteindelijk gekomen in juli 2000, het
'Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten'.
Volgens dit besluit moeten bij de beoordeling
van arbeidsongeschiktheid de gevolgen van ziekte centraal staan en niet de
oorzaak van de ziekte of de diagnose. Bij dezelfde diagnose kunnen de
beperkingen in het ene geval immers veel groter zijn dan in het andere geval.
En, ook al is de oorzaak van een ziekte (nog) niet precies bekend, zoals
bijvoorbeeld vroeger bij Multiple Sclerose en nu bij ME/CVS, daar worden de
gevolgen niet minder ernstig van. In de politiek was jarenlang kamerbrede overeenstemming over dit
uitgangspunt, dat nu zonder enige argumentatie overboord gegooid wordt. Het
idee om met een witte en een zwarte lijst met ziektes te gaan werken staat hier
immers lijnrecht tegenover.
'Stelselwijziging
WAO: onnodig, onrechtvaardig en onsolidair'
Met de witte en zwarte lijst als sluitstuk is
het aantal arbeidsongeschikten dat recht heeft op een WAO-uitkering bijna
volledig weggedefiniëerd. Het had ook veel eenvoudiger gekund. De heer Knepper
heeft eens in een interview in de NRC gezegd:
'Medische
arbeidsongeschiktheid bestaat niet. Alleen van iemand in coma kan je met
zekerheid zeggen dat die niet kan werken.'(NRC
7 juni 2001).
Commentaar lijkt me overbodig.
Wat gebeurt er met de 'volledig maar niet
duurzaam' arbeidsongeschikten? Zij krijgen geen WAO-uitkering. Voor hen gelden
dezelfde rechten als voor degenen die 35 tot 80% arbeidsongeschikt zijn. Alleen
wie werkt heeft recht op een inkomensaanvulling. Voor een volledig
arbeidsongeschikte is dat meestal moeilijk haalbaar. Een werkgever die zich wil
inspannen voor een aangepaste baan voor deze mensen met zeer ernstige
beperkingen zal moeilijk te vinden zijn. Meer dan een inkomen op
bijstandsniveau zit er voor hen dus niet in.
En beter worden? Dat is voor veel mensen met
ziektes die op de zwarte lijst komen helaas geen reëel perspectief. Volgens een
Amerikaans onderzoek bijvoorbeeld is na 5 jaar is 69% van de ME-patiënten nog steeds
ziek en na 20 jaar 33%. Volgens deze statistieken kán iemand met ME/CVS binnen
een jaar hersteld zijn (al is de kans daarop klein), maar kan de ziekte ook
levenslang duren. Voor veel andere 'zwarte-lijstziektes' zal waarschijnlijk
hetzelfde gelden.
Ook huidige
WAO-ers bedreigd
De WAO-plannen van de commissie Donner en de
SER gingen gepaard met de verzekering dat de huidige WAO-ers hun rechten zouden
behouden. Mogelijk vanuit de gedachte dat de vakbonden en hun achterban sneller
akkoord zullen gaan met aantasting van rechten wanneer degenen die de dupe
zullen worden, in dit geval de toekomstige arbeidsongeschikten, nog niet
konkreet zijn aan te wijzen. Dit glijmiddel om ongunstige maatregelen erdoor te
drukken werkt vaak goed, al getuigt het van een kortzichtige visie op
werknemersbelangen.
Maar inmiddels is ook de positie van de huidige
WAO-ers niet meer zeker. In het plan van de demissionaire regering Kok wordt
gekozen voor rechtsgelijkheid boven rechtszekerheid, zoals het zo mooi heet.
Geen woord over het traumatisch verloop die de TBA-herkeuringen na 1993 voor
veel WAO-ers hebben gehad en die geleid hebben tot grote verborgen
arbeidsongeschiktheid in de bijstand. Het paarse kabinet stelt met een tevreden
terugblik naar die herkeuringen dat nieuwe wijzigingen in het
arbeidsongeschiktheidscriterium ook voor de huidige WAO-ers toegepast moeten
worden. Dat betekent dat de zwarte en witte lijst ook voor hen zullen gelden en
velen dus hun uitkering zullen te verliezen.
Al is het nog niet zover, de ervaring leert dat
alleen al de publiciteit en stemmingmakerij over de op te nemen ziektes op een zwarte lijst
invloed heeft op de WAO-keuringen die nu plaatsvinden. Mensen krijgen weer
steeds vaker van de keuringsarts te horen: ME? Fibromyalgie? Maar dat is geen
enkele reden voor arbeidsongeschiktheid!
Voor
een solidair WAO-stelsel
De WAO is een sociale verzekering die gebaseerd
is op solidariteit. De gezonde arbeidsgeschikte werknemers brengen de premies
op waarmee de uitkeringen van de arbeidsongeschikte werknemers worden betaald.
Daarbij mogen ze ervan uitgaan dat ook zij bij arbeidsongeschiktheid aanspraak
kunnen maken op een redelijke uitkering. Door een onderscheid te maken tussen
zogenaamde 'echte' arbeidsongeschikten en zogenaamde 'onechte' wordt
gesuggereerd dat een groot deel van de arbeidsongeschikten nu ten onrechte een
uitkering ontvangt. Daarmee wordt geprobeerd om het draagvlak voor de
onderlinge solidariteit aan te tasten. En waartoe? Om te kunnen bezuinigen en
de de WAO-premies te kunnen verlagen. Dit is echter nergens voor nodig. Ik
sluit me wat dat betreft aan bij Jan Zwanepol van de Landelijke Vereniging van
Arbeidsongeschikten. Er is geen dringende financiële reden om het bestaande
stelsel overhoop te gooien en de WAO-uitkeringen aan te pakken. De premies kunnen
zonder problemen betaald worden en er zijn ruime financiële buffers. Dat een
stelselwijziging niet nodig is wordt bevestigd door het TNO-rapport dat straks
wordt uitgereikt. En uit recent onderzoek van het SCP blijkt de bereidheid bij
meeste Nederlanders om premies te betalen voor een goede collectieve
arbeidsongeschiktheidsverzekering groot te zijn.
Het
echte probleem is de uitsluiting van grote groepen mensen met
gezondheidsproblemen buiten het arbeidsproces. Toch staat nu in de plannen
tegenover een keiharde aanpak van arbeidsongeschikte werknemers slechts een
vaag omschreven verplichting van werkgevers tot herplaatsing. In het voorkomen
van arbeidsongeschiktheid voorzien de plannen al helemaal niet.
Beroep op vakbeweging
Ik pleit dan ook tegen de stelselherziening en
voor verbetering van het huidige stelsel, waarbij solidariteit de basis moet
zijn:
-
Solidariteit van gezonden met zieken. Wat de
oorzaak van de ziekte is en of deze lichamelijk is of psychisch mag daarbij
niet uitmaken.
-
Solidariteit van arbeidsgeschikten met
arbeidsongeschikten
-
Solidariteit van de huidige arbeidsgeschikten
en arbeidsongeschikten met de toekomstige arbeidsongeschikten.
Solidariteit betekent ook dat gedeeltelijk
arbeidsongeschikten voor wat betreft hun arbeidsongeschiktheid net zo behandeld
moeten worden als volledig arbeidsongeschikten. Solidariteit betekent ook dat
er geen groepen op grond van een diagnose bij voorbaat worden uitgesloten van
het recht op een WAO-uitkering. Dat is
in een beschaafd en rijk land als Nederland toch niet teveel gevraagd?
Toch zal het onder de huidige politieke
verhoudingen zeer moeilijk zijn om de aanval op de arbeidsongeschikten te
keren. Ik hoop dat deze bijeenkomst en de petitie het begin is van een krachtig
verzet van de organisaties van chronisch zieken, gehandicapten en
arbeidsongeschikten. Maar er is meer nodig.
Ik wil daarom afsluiten met een dringend beroep
op de vakbonden en op Agnes Jongerius van de FNV, die straks het woord voert in
het bijzonder, om eerlijk toe te geven dat de steun aan de SER-plannen een
misser was en vanaf nu alle macht van de vakbeweging in te zetten ter
verdediging van de belangen van de huidige én toekomstige arbeidsongeschikten.
Ik dank u voor uw aandacht.
(In de gesproken versie kan van deze tekst worden
afgeweken.)