Aan: Bestuur LISV Directies USZO, GAK, Cadans, GUO en SFB Afschrift aan: De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Betreft: Verzoek tot Herziening onjuiste beslissingen m.b.t. aanvragen ZW, WAO, Wajong en WAZ van mensen met 'moeilijk objectiveerbare' geachte gezondheidsklachten Groningen, 18 april 2001 Geacht bestuur, geachte directies, Hierbij wil ik u verzoeken om een aantal onjuiste beslissingen die in het verleden door uitvoeringsinstellingen zijn genomen zijn recht te zetten. Op 12 mei 2001 is het Wereld ME-dag. Met ME wordt in dit geval niet bedoeld de Mobiele Eenheid, maar de invaliderende ziekte die ook bekend is onder de naam chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Ik zou het zeer op prijs stellen om voor die datum een positief antwoord van u te ontvangen, zodat deze dag een feestelijk tintje kan krijgen. Zoals u bekend is zijn de inzichten over de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van mensen met 'moeilijk objectiveerbaar' geachte gezondheidsklachten en ziektes, zoals bijvoorbeeld ME/CVS en fibromyalgie, de laatste jaren aan verandering onderhevig geweest. Eerst werd veelal geoordeeld dat, wanneer geen oorzaak van de ziekte of klachten was aangetoond of wanneer geen lichamelijke afwijkingen waren gevonden geen aanspraak gemaakt kon worden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De afgelopen jaren is meer een meer duidelijk geworden dat dit een onjuiste uitleg van de wetgeving was. Er zijn uitvoeringsregels gekomen om een eind te maken aan deze onjuiste uitleg van de wet. Mijlpalen daarbij zijn: - het verschijnen van de 'Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium' (Richtlijn MAOC) van het TICA op 19 september 1996. - het omvormen van deze Richtlijn tot een bindend voorschrift voor verzekeringsartsen per 1 maart 1997 door het LISV. - het omvormen van deze richtlijn tot een wettelijke voorschrift in het 'Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten', een Algemene Maatregel van bestuur (AmvB) die vanaf 26 juli 2000 van kracht is. In bovengenoemde Richtlijn en in het Schattingsbesluit staat dat, wanneer er geen lichamelijke of psychische oorzaken van de klachten of van de ziekte gevonden kunnen worden, de verzekeringsarts juist extra zijn best moet doen om de klachten en beperkingen van betrokkene zo objectief mogelijk in kaart te brengen. Hij moet zijn onderzoek beginnen bij de klachten zoals betrokkene die ervaart, maar hij mag zich niet beperken tot een registratie daarvan. Het is zijn taak om deze klachten te 'objectiveren'. Dat wil zeggen om te onderzoeken in hoeverre ze reëel zijn en niet alleen bestaan in de 'subjectieve beleving van betrokkene'. In de Nota van toelichting bij het Schattingsbesluit wordt expliciet gesteld dat, ook wanneer geen lichamelijke afwijkingen aangetoond kunnen worden, geen eenduidige diagnose kan worden gesteld en/of geen duidelijke lichamelijke of psychische oorzaken van de klachten en beperkingen kunnen worden vastgesteld voldaan kan zijn aan de wettelijke voorwaarden voor toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Volgens de verantwoordelijke politici (bewindslieden en kamerleden) is dit altijd de bedoeling van de wet geweest. Uitspraken Centrale Raad van Beroep Inmiddels is ook een aantal belangrijke uitspraken van de Centrale Raad van Beroep bekend geworden. Ik verwijs naar de volgende, die ook als bijlage bij deze brief zijn gevoegd: - 08-08-00 97/7292 AAW (USZ 275). ME/CVS, positief. Arbeidsongeschiktheid aangenomen, ook al zijn er geen afwijkingen of oorzaken gevonden, op grond van rapporten van door rechtbank geraadpleegde psychiater en internist die diagnose CVS stelden en arbeidsbeperkingen vaststelden (bestelcode CRB 25). - 16-08-00 98/646 AAW/WAO (USZ 234). ME/CVS. Positief. 'Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium' niet in strijd met wet en recht. Moet in acht worden genomen bij besluiten vanaf 1 maart 1997.In bijzondere situaties kunnen en moeten volgens de CRvB ook klachten zonder duidelijke oorzaak leiden tot de conclusie dat beperkingen aanwezig zijn als gevolg van ziekte in de zin van de WAO (bestelcode CRB 26). Betrokkene is na deze uitspraak door het GAK met terugwerkende kracht tot 5 mei 1997 voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. - 12-12-2000 97/6044 ZW. ME/CVS. Positief. De 'Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium' maakte op 25 september 1996 (datum beslissing) deel uit van beleid bedrijfsvereniging en uitvoeringsinstelling (GAK). Verzekeringsarts Jonker heeft in strijd hiermee nagelaten een inventarisatie te maken van klachten en beperkingen om deze vervolgens te toetsen (bestelcode CRB 30). Uit deze uitspraken blijkt duidelijk dat het in strijd is en was met het geldend beleid wanneer mensen met 'moeilijk objectiveerbaar' geachte gezondheidsklachten vanwege het feit dat er geen oorzaak gevonden is voor hun ziekte of klachten, of vanwege het feit dat er geen lichamelijke afwijkingen zijn gevonden of vanwege het feit dat hun ziekte niet objectief aantoonbaar zou zijn, worden afgewezen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Integendeel, in dergelijke gevallen zou een zorgvuldig en uitgebreid onderzoek naar de aard en de ernst van al hun klachten en beperkingen plaats moeten vinden. Dit beleid is niet pas ingegaan op 1 maart 1997, toen de Richtlijn MAOC tot bindend voorschrift werd verklaard, maar al voor die tijd, omdat bedrijfsverenigingen en uitvoeringsinstellingen de inhoud van die richtlijn beschouwden als een nadere uitleg van reeds bestaand beleid, zoals uit de laatstgenoemde uitspraak van de CRvB blijkt. Verzoek tot herziening door LISV en uitvoeringsinstellingen Het is ook bekend dat in een groot aantal gevallen de arbeidsongeschiktheid van mensen met een ziekte als ME/CVS op een heel andere wijze dan conform het in de Richtlijn MAOC vastgelegde beleid is. Het lijkt me niet meer dan een kwestie van rechtvaardigheid dat het LISV en de uitvoeringsinstellingen dit achteraf, en met terugwerkende kracht, rechtzetten. Lang niet al deze mensen hebben de moed en de energie gevonden om bezwaar te maken of in beroep te gaan. Wanneer ze dat in het verleden wel hebben gedaan is hun bezwaar of beroep vaak afgewezen op gronden die nu niet meer als juist beschouwd kunnen worden. Ik verzoek u dan ook vriendelijk om tot herziening van dergelijke, achteraf gezien onjuiste, beslissingen over te gaan. Ook zou ik graag vernemen wat mensen die denken dat zij voor een dergelijke herziening in aanmerking komen zelf kunnen ondernemen. Herhaling van oude fouten rechtzetten en voorkomen Helaas is gebleken dat er ook op dit moment nog beslissingen worden genomen volgens de achteraf onjuist gebleken visie. Als voorbeeld daarvan voeg ik bij deze brief een brief van de uitvoeringsinstelling SFB van 23 januari 2001 aan een man met ME (diagnose door reguliere arts gesteld). In die brief staat: "Uit de gegevens die ik verkreeg moet ik concluderen dat er geen medisch objectiveerbare aandoening bestaat die uw klachten kan verklaren. De conclusie is dus dat u niet in aanmerking komt voor een WAO-uitkering en derhalve niet meer als arbeidsongeschikt zult worden beschouwd. Ook wordt u niet als arbeidsgehandicapt beschouwd." Het hoeft geen betoog dat deze argumentatie evident in strijd is met de richtlijn MAOC en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Ik zou graag van u vernemen of u dat met mij eens bent en welke maatregelen u treft om deze en dergelijke misstanden (die niet alleen bij de SFB voorkomen) recht te zetten en voor de toekomst te voorkomen. In afwachting van uw antwoord, Hoogachtend, Ynske Jansen, voorzitter Bijlagen: - 3 uitspraken Centrale Raad van beroep - Brief SFB Dordrecht, 23 januari 2001 Verzonden naar: Bestuur LISV Postbus 74765 1070 BT Amsterdam Directie GAK Nederland BV Postbus 8300 1005 CA Amsterdam Directie GUO Uitvoeringsinstelling BV Postbus 254 2700 AG Zoetermeer Directie SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekeringen NV Postbus 637 1000 EE Amsterdam Directie Cadans Postbus 276 3700 EA Zeist Directie USZO Postbus 4820 6401 JM Heerlen