Reactie op "Kenniscentra nodig voor chronische vermoeidheid" Het artikel "Kenniscentra nodig voor chronische vermoeidheid" (Haagse Courant, 23 januari) besluit met de passage: "Cognitieve gedragstherapie is tot nu toe de enige behandeling die effect heeft bij chronische vermoeidheid. Bij een goede indicatiestelling heeft zeventig procent van de cvspatiënten baat bij deze behandeling." Hieruit blijkt de spraakverwarring die er rond dit thema in Nederland heerst. Het Chronische Vermoeidheidssyndroom (CVS) is door de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties ingedeeld bij de ziektes van het centrale zenuwstelsel. Eén van de belangrijkste symptomen is zeer ernstige chronische vermoeidheid, die niet door rust geneest en die langer dan 6 maanden aanhoudt. Maar om als CVS-patient aangemerkt te kunnen worden dient nog aan andere medische criteria voldaan te worden. Deze criteria zijn officieel vastgelegd. 'CVS' is dus een specifiek medisch syndroom, waarvan chronische vermoeidheid één van de symptomen is. Bij CVS en chronische vermoeidheid is dus allerminst sprake van hetzelfde begrip: chronische vermoeidheid is een symptoom dat ook bij een groot aantal andere aandoeningen voorkomt. In de aangehaalde passage wordt tevens gemeld dat in het UMC Nijmegen een vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT) is ontwikkeld, waarbij 70 procent van de CVS-patiënten baat zou hebben. Dit is misleidend. In een publicatie in The Lancet van vorig jaar, waarin de resultaten van dit onderzoek werden besproken, is het veel lagere percentage van 33% terug te vinden. Hierbij moet tevens opgemerkt worden dat bij dit onderzoek ook patiënten waren betrokken, die niet aan de officiële definitie van CVS voldeden en dat ernstig zieke patiënten niet aan het onderzoek hebben deelgenomen. Michael Koolhaas, bestuurslid Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid Willem Bulter, bestuurslid ME-Stichting