ME Fonds, J.F. Kennedylaan 101, 3981 GB Bunnik ME-Stichting, Kapittelweg 397, 1216 JC Hilversum Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, Kleine Raamstraat 23, 9711 CG Groningen Betreft: Conceptrapport Cognitieve gedragstherapie bij het CVS Uw kenmerk: FPD/22012649, 11 maart 2002 Bunnik/Hilversum/Groningen, 17 maart 2002 Geachte heer Van Essen, In deze brief vindt u een korte gezamenlijke reactie van het ME-Fonds, de ME-Stichting en de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid op het Conceptrapport Cognitieve gedragstherapie bij het Chronische Vermoeidheidsyndroom. De ME-Stichting en de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid zijn organisaties die de belangen van ME-patiënten behartigen. Zij hebben samen meer dan 10.000 donateurs, voornamelijk ME-patiënten. Het ME-Fonds is de instelling die in Nederland wetenschappelijk onderzoek naar ME/CVS stimuleert en daarvoor fondsen werft. Wij waarderen het feit dat u ons in de gelegenheid hebt gesteld onze visie op dit rapport kenbaar te maken en dat u onze standpunten laat meewegen bij de besluitvorming. Kortheidshalve beperken wij onze reactie op het conceptrapport tot de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 5. Allereerst willen wij opmerken dat wij elke ontwikkeling van therapie die de kwaliteit van het leven van ME-patiënten kan verbeteren van harte toejuichen. Verder onderschrijven wij uw standpunt dat toepassing van CGT bij ME/CVS op uitgebreide schaal wetenschappelijk en praktisch (nog) niet aan de orde is. Het onderzoek dat in opdracht van het CVZ heeft plaatsgevonden heeft naar onze overtuiging de effectiviteit van de toegepaste specifieke vorm van CGT onvoldoende aangetoond. Afgezien van de wijze waarop de resultaten zijn geïnterpreteerd hebben wij grote twijfels bij de uitgangspunten van het onderzoek, het specifieke CGT-protocol dat is gehanteerd, de representativiteit van de onderzoekspopulatie, de wijze waarop de 'intention-to-treat'-analyse is toegepast en de wijze waarop 'herstel' is gedefinieerd. Zo is op het gebied van kwaliteit van leven, psychisch welbevinden en werkhervatting geen verschil gevonden tussen de groep die met CGT is behandeld en de groep die aan het natuurlijk beloop of de gangbare praktijk werd overgelaten. De door u aanbevolen proefimplementatie van CGT bij ME/CVS op kleine schaal achten wij dan ook prematuur. Ten aanzien van de overige aanbevelingen: Wij staan positief ten aanzien van de totstandkoming van ME/CVS-kenniscentra voor diagnostiek, behandeling en voorlichting. Echter, wij zijn van mening dat hierbij de in het rapport genoemde centra niet het startpunt dienen te zijn. Deze centra hebben immers een eenzijdige gerichtheid op CGT als behandeling gemeen. De op te richten kenniscentra dienen meer dan één type behandeling aan te bieden. Ook in de informatie en voorlichting, die zo'n centrum aan artsen verstrekt, moeten alle aspecten van de ziekte aan de orde komen. Dit betekent dat deze kenniscentra een echt multi-disciplinair karakter dienen te krijgen, zowel ten aanzien van de diagnostiek als ten aanzien van de aangeboden behandelingen en de voorlichting. Daarnaast menen wij dat de aanbeveling dat specialistische verwijzing voorkomen moet worden niet in het belang van de patiënt is. Bij ME/CVS-klachten is specialistisch onderzoek noodzakelijk om de juiste diagnose te stellen, geen diagnoses te missen en om eventuele behandelbare stoornissen op te sporen. Ons standpunt ten aanzien van de proefimplementatie hebben wij reeds hierboven verwoord. Tot slot maakt het conceptrapport een opmerking over de door VWS gereserveerde gelden voor onderzoek naar ME/CVS. Wij zijn van mening dat dit geld niet gebruikt moet worden voor CGT-onderzoek maar aangewend moet worden voor medisch-wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak van ME/CVS. U zult van iedere organisatie apart nog een aanvullende reactie ontvangen. Hoogachtend, namens het ME-Fonds: Renate Dorrestein, bestuurslid Jacqueline van Male, directeur namens de ME-Stichting: Willem Bulter, bestuurslid Annemieke van Zanten, voorzitter namens de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid: Michaël Koolhaas, bestuurslid Ynske Jansen, voorzitter