STEUNGROEP VRAAGT OVERLEG OVER GEDRAGSTHERAPIE
----------------------------------------------
door Ynske Jansen
De Steungroep heeft een brief met kritische vragen over de toepassing van
cognitieve gedragstherapie (CGT) gestuurd naar de CVS-onderzoeksgroep van
het Academische ziekenhuis Nijmegen. Dr. Bleijenberg heeft inmiddels laten
weten bereid te zijn tot een gesprek over de brief, maar pas nadat de
onderzoeksresultaten officieel zijn gepubliceerd.
De Steungroep blijft zich zorgen maken. Temeer daar zij kennis heeft genomen
van de betrokkenheid van de ME-Stichting bij een plan om CGT op grote schaal
via RIAGGS aan ME-patienten aan te gaan bieden. Daarom heeft de Steungroep
ook het bestuur van de ME-Stichting aangeschreven. De Steungroep vraagt aan
de ME-Stichting wat ze gaat ondernemen om te voorkomen dat het CGT-onderzoek
en de daarmee verbonden plannen zullen leiden tot een verdere verslechtering
van de positie van ME-patienten, bijvoorbeeld bij WAO-keuringen, bij de
aanvraag van voorzieningen en bij een beroep op gezondheidszorg en medisch
onderzoek.
Kort gezegd komen de bedenkingen van de Steungroep op het volgende neer:
1. Het Nijmeegse CGT-protocol is gebaseerd op een theoretisch
model (Bleijenberg/Vercoulen) dat niet ter diskussie wordt
gesteld, terwijl de onderzoekgegevens daar wel alle aanlei-
ding voor geven. Volgens dit model is er bij ME-patienten
geen lichamelijke oorzaak van de klachten (meer) aanwezig
en worden de klachten in stand gehouden door angst voor
activiteit en de overtuiging dat er een lichamelijke
oorzaak bestaat.
2. Er wordt, zowel door de onderzoekers als door de ME-Stich-
ting, een veel te positief beeld van de mogelijke effecten
van CGT geschetst. Dit beeld wordt niet gerechtvaardigd
door de onderzoeksresultaten zoals die tot nu toe naar
buiten zijn gebracht.
3. De mogelijke negatieve gevolgen van een behandeling volgens
het Nijmeegse protocol worden volstrekt genegeerd. Deze
zijn onder andere:
- door opvoeren van activiteit kan de gezondheidstoestand
verslechteren (soms zelfs ernstig. Verschillende
gevallen zijn bij de Steungroep bekend)
- een verbod op gebruik van (symptoombestrijdende of
verzachtende) medicijnen die de kwaliteit van het leven
kunnen verhogen
- een verbod op gebruik van voorzieningen en hulpmiddelen
die de door ME/CVS ontstane beperkingen ten dele kunnen
compenseren
- het taboe verklaren van het ziekteinzicht dat veel
patienten zelf hebben ontwikkeld op grond van de
wetenschappelijke en populaire informatie zoals die op
dit moment voorhanden is, onder andere via internet en
het blad MEdium.
- het bemoeilijken van de toegang tot medische (niet-
psychologische) behandelingen.
Hierdoor kunnen de belangen van ME-patienten ernstig worden
geschaadt.
4. Wij voorzien negatieve gevolgen voor de mogelijkheden van
ME-patienten om een WAO-uitkering te krijgen of te houden.
5. Het zal bovendien nog moeilijker worden voor ME-patienten
om hulpmiddelen of voorzieningen te krijgen (eerste geval
al bij de Steungroep bekend)
6. De CGT-benadering kan maar al te gemakkelijk gebruikt
worden als legitimatie om geen middelen beschikbaar te
stellen voor onderzoek naar medische oorzaken en medische
behandelingen van ME/CVS.
De Steungroep heeft de ME-Stichting voorgesteld om hierover gezamenlijk te
overleggen, omdat het haar goed lijkt om op zo'n belangrijk punt de handen
ineen te slaan.
Volgens de Steungroep gaat het om een belangrijke zaak. Het risico is groot
dat de zaak van de ME-patienten de komende jaren achteruit wordt geholpen,
in plaats van vooruit.
De ME-Stichting heeft nog niet gereageerd.
11-8-2000.