Tekst brief staatssecretaris VWS aan ME-Fonds --------------------------------------------- bron: ministerie VWS datum: 29 november 2002 url: http://www.minvws.nl/documents/pog/Kamerstuk/2337122B.pdf Uw brief van 7 oktober hebben wij ontvangen. In deze brief uit u uw bezorgdheid over de mededeling die op 12 september jl. in een overleg met belangenorganisaties chronische vermoeidheid bij VWS is gedaan dat er voorlopig geen opdracht aan ZonMw zal worden verstrekt met betrekking tot onderzoek op het terrein van het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS). U stelt vervolgens dat deze mededeling tot grote teleurstelling bij patiënten en betrokken organisaties heeft geleid omdat zij veel verwachten van dergelijk onderzoek. U vraagt wat de gronden zijn op basis waarvan geen uitvoering wordt gegeven aan een eerder gedane toezegging van de toenmalige Minister Borst om in 2002 en in 2003 gelden te reserveren voor een onderzoeksopdracht aan ZonMw. Ik heb begrip voor uw teleurstelling. Het is inderdaad juist dat het ME Fonds met een concreet voorstel is gekomen voor de invulling van een onderzoeksprogramma. Bij de consultatieronde die door VWS is gehouden om de beoogde opdracht voor te bereiden, bleek echter dat de opvattingen over ontstaanswijze en mogelijke oorzaken van het CVS uiteenlopen, zodat er geen overeenstemming bestond over de meest wenselijke invulling van een onderzoeksprogramma op het terrein van het CVS. Op basis daarvan moest worden geconcludeerd dat op dat moment een solide basis ontbrak voor het formuleren van een zinvolle programmering van onderzoek op dit terrein. Toen de toezegging werd gedaan door de toenmalige Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond nog onvoldoende inzicht in de complexiteit en diversiteit van de problematiek en het gegeven dat tegengestelde visies bestaan over oorzaken en gevolgen van het chronisch vermoeidheidssyndroom en best practices voor de problemen van CVS patiënten. Mede daarom is besloten om de Gezondheidsraad om integraal advies te vragen over de stand van de wetenschap van het CVS. Dat advies is inmiddels gevraagd en wel op 3 juli 2002. U hebt een afschrift van deze adviesaanvraag ontvangen. In het voorjaar van 2002 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een verlaging van het budget voor onderzoek via ZonMw. Deze verlaging was mede noodzakelijk om dekking te vinden voor financiële problematiek elders binnen de begroting van VWS. Op dat moment was er geen aanleiding om te veronderstellen dat hiermee nieuwe opdrachten aan ZonMw in het gedrang zouden komen. Ik hecht eraan te benadrukken dat de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad aantoont dat dit ministerie beleidsmatig belang hecht aan meer inzicht in de stand van de wetenschap rondom CVS en de knelpunten waar mensen die lijden aan het chronische vermoeidheidssyndroom mee geconfronteerd worden. Op dit moment gaan wij ervan uit dat het advies van de Gezondheidsraad aanleiding zal geven tot een onderzoeksopdracht aan ZonMw en/of via internationale gremia. Waarschijnlijk zal het advies van de Gezondheidsraad in de tweede helft van 2004 aan de Minister van VWS worden uitgebracht. Deze adviestermijn heeft te maken met de complexiteit van het onderwerp. Dat betekent dat een concrete onderzoeksopdracht daarna gegeven zal worden. Dit sluit overigens aan bij het moment dat er ruimte in het budget voor opdrachten aan ZonMw aanwezig zal zijn (2005). U kunt er vanuit gaan dat de toezegging, zoals gedaan door de toenmalige Minister Borst, om onderzoek te bevorderen op het terrein van CVS zwaar zal wegen bij de prioritering van de beschikbare onderzoeksbudgetten in genoemde periode. Hoogachtend, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid, ir. J.I.M. de Goeij