Informatieblad                                                                                                          VO 2002.1

 

 

LEERLINGEN MET ME/CVS IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS

 

ME/CVS is een belangrijke oorzaak van langdurig ziekteverzuim door leerlingen in het voortgezet onderwijs. Een ME-patiënt is niet ‘alleen maar’ moe. De ziekte kenmerkt zich behalve door ernstige vermoeidheid ook door een reeks van andere klachten, die variëren van spierpijn tot geheugen- en concentratieproblemen.

In Nederland lijden ongeveer 30.000 mensen aan ME/CVS. Naar schatting 5000 van hen zijn jonger dan 25 jaar. Voor deze groep levert het volgen van onderwijs grote problemen op. Het is belangrijk dat deze op school worden herkend en, voor zover mogelijk, opgelost. Dit informatieblad informeert u over de problemen en geeft tips voor mogelijke oplossingen. Heeft u na lezing vragen of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen met een van de hieronder genoemde ME-organisaties.

 

 

WAT IS ME/CVS? 

De afkorting CVS staat voor Chronische Vermoeidheidssyndroom, een ziekte die ook wel wordt aangeduid met de oudere naam ME. Het voornaamste kenmerk van ME/CVS is een invaliderende vermoeidheid, die zowel door lichamelijke als door geestelijke inspanning verergert.

Daarnaast kunnen andere klachten optreden, zoals:

-          problemen met concentratie, geheugen en informatieverwerking;

-          pijn in spieren en gewrichten;

-          hoofdpijn;

-          misselijkheid en buikpijn;

-          allergieën;

-          steeds terugkerende infecties;

-          overgevoeligheid voor licht en/of geluid;

-          slechte temperatuurregeling;

-          neiging tot flauwvallen;

-          problemen met staan, lopen en zitten;

-          spraakstoornissen;

-          slaapstoornissen.

Het aantal klachten en de ernst daarvan verschilt per persoon. De een kan een aantal uren per dag actief zijn, de ander is volledig bedlegerig. De ernst van de klachten kan ook per dag, of zelfs per uur, variëren. Hierdoor is moeilijk van tevoren vast te stellen wat iemand wel en niet aankan.

 

De exacte oorzaak van ME/CVS is nog onbekend. Waarschijnlijk spelen stoornissen in het zenuw- en hormoonstelsel en het afweersysteem een rol. Er is geen behandeling bekend die ME-patiënten kan genezen. Wel zijn er leefregels die kunnen helpen. De belangrijkste daarvan is: 'ga niet over je grenzen'. Forceren werkt vaak averechts. Het is het beste te zoeken naar dié combinatie van rust en activiteit die de patiënt goed vol kan houden.

 

ONDERWIJSPROBLEMEN

ME/CVS heeft aanzienlijke consequenties voor het volgen van onderwijs.

In vrijwel alle gevallen moet het onderwijs worden aangepast aan de beperkingen die de zieke leerling ervaart. Degenen die er het best aan toe zijn kunnen, met enige aanpassingen, grotendeels het normale programma van de school volgen. Voor hen bij wie de ziekte harder toeslaat kan thuisonderwijs, soms gecombineerd met lessen op school, een oplossing zijn. Voor de leerlingen die er het slechtst aan toe zijn is zelfs thuisonderwijs al te veel.

De school is en blijft verantwoordelijk voor het onderwijs aan haar zieke leerlingen, ook wanneer er thuisonderwijs nodig is. Bij het aanpassen van het onderwijs en bij het realiseren van thuisonderwijs kan de school wel de hulp inschakelen van andere instellingen. Hieronder volgen enkele tips.

 

* Pas het onderwijsprogramma aan. Leerlingen met beperkingen als gevolg van ME/CVS hebben vaak een speciaal onderwijsprogramma nodig, met minder vakken waar langer over gedaan mag worden. Spreid een jaarprogramma uit over meerdere jaren. Soms is een totaal andere onderwijsopbouw gewenst: niet meer dan één of twee vakken tegelijk en die volledig afronden, tot en met het eindexamen. Pas daarna met een volgend vak beginnen.

Houd er rekening mee dat de ernst van de ziekte in de loop van de tijd kan variëren. Begin met een creatief vak als het concentratievermogen te beperkt is voor 'leervakken'. Regel vrijstelling van vakken die lichamelijk te zwaar zijn, zoals gymnastiek.

 

* Pas toetsen en examens aan. De exameneisen maken dat mogelijk. Bij tempo-, concentratie- of schrijfproblemen kan de tijd voor toetsen worden verlengd. Een aparte ruimte voor de leerling bij toetsen en examens kan helpen. Examens mogen ook bij de leerling thuis worden afgenomen. Bij langdurige ziekte mag afsluiting van het eindexamen gespreid worden over twee aaneengesloten jaren. In de praktijk blijkt spreiding over meer jaren ook mogelijk te zijn. Hiervoor moet wel speciaal toestemming gevraagd worden van de onderwijsinspectie of van de staatssecretaris van onderwijs.

 

* Organiseer geheel of gedeeltelijk les in de vorm van thuisonderwijs. Schakel daarbij zo mogelijk een consulent zieke leerlingen van een Onderwijsbegeleidingsdienst in. In sommige plaatsen in Nederland zijn er ook speciale instellingen voor thuisonderwijs, of wordt dit tegen vergoeding door studenten gegeven.

 

* Maak gebruik van diensten van anderen en van hulpmiddelen:

- een consulent zieke leerlingen van een Onderwijsbegeleidingsdienst;

- een ambulante begeleider van een Regionaal Expertise Centrum (REC);

- de Wereldschool (afstandsonderwijs)

- de Webschool;

- onderwijspakketten van instellingen voor schriftelijk onderwijs;

- video-conferencing, webcamera's, e-mail en boeken van de Anders Lezen Bibliotheek;

- programma's van Teleac/NOT.

Het organiseren van afstands- en thuisonderwijs voor een leerling met ME/CVS vergt een investering in personeel en geld. Scholen kunnen de kosten voor een deel betalen uit het bedrag dat de school van de overheid per leerling, dus ook voor de zieke leerling die van de meeste onderwijsfaciliteiten van de school geen gebruik maakt, ontvangt. Wanneer de leerlinggebonden financiering ('De rugzak') eenmaal is ingevoerd biedt deze mogelijkheden voor bekostiging van de aanpassing van lesmateriaal en extra formatie voor leerlingen met een handicap.

 

* Zorg dat één persoon (klassedocent, mentor, schooldecaan) de regie houdt over het schoolprogramma van de zieke leerling. Zet de afspraken die worden gemaakt op papier.

 

* Soms moet worden overgestapt naar volwassenenonderwijs. Onderwijsprogramma's en examenregelingen veranderen steeds. Daardoor is het vaak moeilijk om bij grote vertraging een opleiding nog af te ronden. Het volwassenenonderwijs kan dan mogelijkheden bieden. Leerlingen van 18 jaar en ouder kunnen hun opleiding voortzetten aan een instelling voor voortgezet volwassenenonderwijs (VAVO); met speciale toestemming van de gemeente kunnen ook leerlingen van 16 of 17 jaar hier terecht. In het VAVO bestaat de mogelijkheid per vak te studeren en per jaar één of meer deelcertificaten te halen, die uiteindelijk kunnen worden omgezet in een diploma. Op grond van behaalde resultaten op de oude school (examendossier en eventueel behaalde examenresultaten) zijn vrijstellingen mogelijk.

 

SOCIALE PROBLEMEN

De school is voor jongeren de belangrijkste bron voor sociale contacten buiten het gezin. Leerlingen met ME/CVS raken vaak geïsoleerd. Ook worden deze leerlingen dikwijls geconfronteerd met onbegrip en vooroordelen van klasgenoten en docenten.

 

* Zoek naar mogelijkheden om de zieke leerling toch bij sociale activiteiten te betrekken, al is het maar gedeeltelijk.

Voor wie nog enig onderwijs kan volgen vallen activiteiten als schoolreisjes, feestjes, excursies en werkweken dikwijls het eerst af omdat ze te inspannend zijn. Toch kan het soms goed zijn in plaats van overdag een uur naar school, ’s avonds een uur naar een feest te gaan.

Wie door ziekte achterop is geraakt komt vaak in een klas met jongere leerlingen terecht. Probeer in dat geval toch enig contact met leeftijdgenoten, bijvoorbeeld uit de oorspronkelijke klas, te regelen.

Organiseer ook voor leerlingen die te ziek zijn om onderwijs te volgen contact met leeftijdgenoten.

 

* Leerlingen met ME/CVS hebben allereerst begrip en respect nodig, ook binnen het onderwijs. Omdat er in de omgeving meestal weinig bekend is over deze ziekte en er vaak een verkeerd beeld van bestaat, worden jonge patiënten (en hun ouders) soms met wantrouwen bejegend. Er worden onhaalbare eisen aan hen gesteld, hun klachten worden onvoldoende serieus genomen en er is sprake van gebrek aan hulp of verkeerde adviezen. Zorg voor goede informatie over ME/CVS aan de klasgenoten van de zieke leerling, bijvoorbeeld door de consulent zieke leerlingen, een docent of de mentor.

 

 

PRAKTISCHE PROBLEMEN

 

* Vervoer van, naar en in school

Met de fiets naar school gaan is voor veel leerlingen met ME/CVS te vermoeiend, het openbaar vervoer vaak ook. Zelfs verplaatsing over kleinere afstanden binnen de school kan problematisch zijn. De leerling of een van zijn ouders kan bij UWV Gak een vervoersvoorziening, bijvoorbeeld per taxi, aanvragen. Sommige ME-patiënten zijn aangewezen op een rolstoel. In dat geval kan de school regelen dat er altijd iemand beschikbaar is om de rolstoel te duwen, bijvoorbeeld een medeleerling. Ook andere vervoermiddelen zoals scootmobiel of electrische step kunnen het vervoer in en om school lichter maken. Deze kunnen eveneens bij UWV Gak worden aangevraagd. Het kan helpen wanneer een consulent of docent dergelijke aanvragen schriftelijk ondersteunt. Zorg zo nodig voor (trap)-liften en voor toegankelijkheid van het schoolgebouw voor rolstoelen.

 

* Schrijven, lezen of praten

Sommige leerlingen met ME/CVS hebben hier problemen mee. Daarvoor is vaak wel een oplossing te vinden, zoals het gebruik van een laptopcomputer of opnameapparatuur tijdens de les, het beschikbaar stellen van gekopieerde aantekeningen van klasgenoten, boeken voor mensen met leesbeperkingen van de Anders Lezen Bibliotheek en het communiceren via e-mail in plaats van mondeling. Een laptop kan als onderwijsvoorziening aangevraagd worden bij UWV Gak.

 

* Schoolboeken

Het dragen van een tas met boeken is vaak te zwaar. Mogelijke oplossingen: zorg voor twee sets schoolboeken, één voor thuis en één voor school (in kluisje). Of laat leraren in de klas extra boeken voorradig hebben, zodat de leerling ze niet mee hoeft te nemen naar school en er ook binnen school niet hoeft mee te slepen.

 

* Rust

Organiseer een rustruimte op school. Bijvoorbeeld een vertrek met een bed of een relaxfauteil, waar tussen de lessen door gerust kan worden, of waar zonder last van de schooldrukte kan worden gewerkt.

 

 

MEER INFORMATIE?

 

Voor meer informatie of het aanvragen van extra exemplaren van dit infoblad kunt u terecht bij:

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en Jongerenbelpunt

De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid behartigt de belangen van ME-patiënten op het gebied van onderwijs en studie, voorzieningen, werk, arbeidsongeschiktheid, uitkeringen en rechtspositie en geeft hierover voorlichting. Voor informatie en advies voor jongeren over deze onderwerpen kunt u contact opnemen met het Jongerenbelpunt van de Steungroep.

 

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid

Kleine Raamstraat 23

9711 CG Groningen

Tel. 050-5492906

Fax 050-5492956

http://www.steungroep.nl

 

Jongerenbelpunt Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid:

Joop Bekenkamp

Tel. 0164 230 162, uitsluitend ma.& di. 10.00-12.30 uur, wo. 10.00 – 11.00 uur.

E-mail: jongerenbelpunt@hotmail.com.

 

Nuttige web-adressen

Consulenten zieke leerlingen: www.ziezon.nl

Wereldschool: www.wereldschool.nl

Webschool: www.webschool.nl

Leerlinggebonden financiering/Regionale Expertisecentra: www.oudersenrugzak.nl

Adressen plaatselijke kantoren UWV Gak: www.gak.nl

 

Meerdere exemplaren van dit infoblad zijn verkrijgbaar door € 1,10 per exemplaar over te maken op gironummer 6833476 t.n.v. Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid te Groningen.