Stress is een prachtig mechanisme --------------------------------- bron: Ublad Universiteit Utrecht datum: Jaargang 30, Donderdag 21 januari 1999 Stress en ziekte Aan psychische klachten zoals chronische vermoeidheid en burn-out zit altijd ook een lichamelijke kant. Daartegenover hebben (immuun-) ziekten zoals reuma vaak mede een psychische achtergrond. Om te zoeken naar een effectieve therapie is het dus hoog tijd om in het onderzoek een einde te maken aan de kunstmatige scheiding tussen lichaam (geneeskunde) en geest (psychologie), vinden psycholoog Lorenz Van Doornen en immunologe Cobi Heijnen. Weg met de orenmafia. Op zoek naar de biologie van de individualiteit. Stress is een prachtig mechanisme Het mag vreemd klinken, maar wie prof.dr. Lorenz van Doornen over stress hoort praten, zou bijna enthousiast worden. Natuurlijk, ook de hoogleraar Gezondheidspsychologie probeert de ongezonde spanning te vermijden die wordt veroorzaakt door overmatige drukte. Maar over stress als hormonaal regelsysteem van het lichaam is de man die al zo'n 25 jaar 'in de stress' zit in de loop der tijd alleen maar enthousiaster geworden. "Het stress-systeem is een geniaal en voor ons voortbestaan onmisbaar stelsel van 'checks and balances'. Ruwweg zijn er twee hormonale systemen bij betrokken. Het ene systeem produceert adrenaline, een heel functioneel hormoon dat energie mobiliseert op momenten waarop we in actie moeten komen en dat ervoor zorgt dat we stress in beginsel als aangename spanning in ons lichaam kunnen ervaren. "Bij langdurige stress gaat het lichaam daarnaast ook cortisol produceren. Als de adrenaline ongeremd zijn gang zou gaan, zouden onze reserves namelijk binnen de korste keren zijn opgebrand. Cortisol voorkomt dat. Op zich is er dus sprake van een prachtig uitgebalanceerd mechanisme. Het gaat pas mis als de spanning te lang aanhoudt. Dan kan stress leiden tot burn-out en chronische vermoeidheid." Omdat deze kwalen vooral als psychisch worden gezien, heeft de nadruk in het onderzoek naar het uit de rails lopen van het stress-systeem tot nu toe vooral op de gedragstherapeutische kant van de zaak gelegen, betoogde Van Doornen vorige week in zijn oratie. "Psychologen wetenwel dat stress gepaard gaat met lichamelijke verschijnselen zoals een hogere bloeddruk, een versnelde hartslag en een hoog cortisolniveau. Maar omdat die bij het beëindigen van de stressvolle situatie weer snel verdwijnen, worden zij vooral gezien als bijverschijnselen. "Als mensen na afloop van een periode van stress last blijven houden van moeheid of van een gebrek aan concentratie, moeten zij dus een psychisch probleem hebben, is de gangbare redenering in de psychologie. Het probleem zal wel tussen de oren zitten, want fysiek is er immers niets aan de hand." Paniek Hoe meer bekend wordt over het stressmechanisme, des te duidelijker wordt dat dit een onjuiste gedachte is, stelt Van Doornen. "Uit onderzoek met proefdieren blijkt namelijk dat blootstelling aan stress gepaard gaat met duidelijk waarneembare fysiologische veranderingen in onder meer de hersenen en het immuunsysteem. De voornaamste boosdoener is een te hoge dosis cortisol in het bloed. Zo zijn bij proefdieren die gedurende enige tijd in paniek zijn gebracht, nog weken later veranderingen zichtbaar aan de hippocampus, een klein orgaan in de hersenen dat een centrale rol speelt in de manier waarop ons brein omgaat met emoties en herinneringen. Later is zulk onderzoek met behulp van scans ook bij mensen uitgevoerd. Bij een langdurig verhoogd cortisolniveau bleek niet alleen hun hippocampus soms meer dan tien procent in volume te zijn afgenomen, maar was ook hun geheugen achteruit gegaan. Volgens Van Doornen is de belangrijkste les die uit deze ontdekkingen kan worden getrokken, dat cortisol en andere stresshormonen een rol spelen bij het ontstaan van 'psychische' ziektes zoals burn-out en de chronische vermoeidheidsziekte ME. "Veel psycho-somatische klachten hebben een puur fysiologische oorzaak en zijn dus in feite gewoon lichamelijke klachten. Natuurlijk bestrijd ik niet dat de achterliggende oorzaak van psychische problemen meestal is gelegen in omstandigheden zoals de hoge werkdruk en de steeds toenemende prestatie-eisen in de maatschappij. Als in een bedrijf veel personeelsleden met stress rondlopen, moet je dat bedrijf reorganiseren. Maar dat laat onverlet dat de lichamelijke klachten die het gevolg zijn van stress, en het feit dat de een veel stressgevoeliger is dan de ander, een fysiologisch aanwijsbare oorzaak hebben. Die kant van de zaak wordt helaas nog door veel pyschologen genegeerd. Er zijn wel een hoop stresstherapieën die allemaal een beetje helpen, maar niemand is geïnteresseerd in de vraag waarom ze helpen en of dat misschien beter kan. "Ik denk dat het hoog tijd word om een fysiologische basis aan de behandeling te geven, zodat we een beetje afkomen van die ellendigevaagheid die nu nog rond stress hangt. Ik ken mensen met burn-out die na een half jaar thuis geen enkele verandering bespeuren. Maar ja, omdat ze ogenschijnlijk niets meer mankeren, worden ze als querulanten beschouwd die maar naar een psychiater moeten. Onzin. Kennelijk heeft het stress-mechanisme iets beschadigd wat langer nodig heeft om te herstellen. In ons onderzoek willen we er achter komen wat dat precies is." Stress-profiel Kort samengevat wil van Doornen als het ware een fysiologische definitie van stress en stressgevoeligheid te ontwikkelen. "Wij meten bij mensen in allerlei verschillende omstandigheden de hoeveelheden adrenaline en cortisol, de bloeddruk en de hartslag en we proberen na te gaan hoe die niveau's gedurende een etmaal variëren, en wat de invloed is van pieken in de activiteit en van rustperioden." Een van de hypotheses van Van Doornen is dat verschillen in stress-bestendigheid samenhangen met het vermogen van het lichaam om snel te herstellen. Het idee daarbij is dat niet zozeer de stress zelf maar een gebrek aan herstelvermogen de schade veroorzaakt, omdat daardoor het cortisolniveau te lang hoog blijft. Een deel van het Utrechtse onderzoek richt zich daarom op dat nog volstrekt onbekende herstelmechanisme, dat waarschijnlijk vooral tijdens de eerste uren van de slaap, de diepe slow-wave slaap actief is. Dat onderzoek is volgens Van Doornen vooral van belang omdat het uitzicht biedt op methoden om risico-groepen voor chronische stress en burn-out te identificeren. "Als je weet hoe je herstel in fysiologische termen moet definiëren, kun je misschien patronen ontdekken in de manier waarop mensen van stress herstellen." Op termijn moet het onderzoek van Van Doornen uitmonden in het opstellen van een individueel stress-profiel. "Mijn ideaal is dat we in de toekomst een vergelijkbare risico-analyse kunnen maken als nu al gebeurt voor hart- en vaatziekten. Daarvoor hoef je alleen maar de cholesterol en de bloeddruk te meten en te vragen of iemand rookt. Dan tokkel je dat bij wijze van spreken in op je PC en daaruit rolt de kans die iemand heeft om de komende vijf jaar problemen te krijgen.Het stressonderzoek bevindt zich nu in dezelfde situatie waarin het hart- en vaatonderzoek zich dertig jaar geleden bevond. Vandaar dat ik ervoor pleit om dit onderzoek nu met kracht ter hand te nemen. Gezien het percentage mensen in de WAO met stressklachten lijkt het me geen onbelangrijke zaak om een goede maat voor stressgevoeligheid te ontwikkelen." Dat zijn onderzoek zou kunnen leiden tot de ontwikkeling van medicijnen acht Van Doornen niet denkbeeldig, maar hij waarschuwt voor te hoge verwachtingen. "Als je al een anti-stressmiddel zou kunnenontwikkelen, dan zou dat hooguit geschikt zijn om in een vroeg stadium van burn-out het schadelijke effect van cortisol te neutraliseren. Maar het zal nooit meer dan een hulpmiddel worden naast een gedragstherapeutische aanpak van chronische stress, een beetje op dezelfde manier waarop anti-depressiva nu worden gebruikt. Van anti-stress middelen moet je zeker geen wonderen verwachten." Erik Hardeman