Een biologisch benadering van ME/CVS ------------------------------------ Bron: MEdium Datum: december 2003 Elke van Hoof Dr. E. Van Hoof is werkzaam aan de Vrije Universiteit Brussel als assistente van prof dr. K. De Meirleir. In juni 2003 promoveerde zij tot doctor in de psychologische wetenschappen op een proefschrift met als titel ‘Chronic Fatigue Syndrome and Related Disorders: Studies on Neurocognitive and Psychological Functioning' (Chronische vermoeidheidssyndroom en verwante aandoeningen: studies naar neurocognitief en psychologisch functioneren). Met ingang van dit nummer zal zij regelmatig een bijdrage leveren aan Medium. Al lange tijd wordt er door wetenschappers gezocht naar objectieve, biologische kenmerken van ME/CVS, om deze te kunnen gebruiken bij het stellen van de diagnose. De afgelopen jaren is er bij ME-patiënten een aantal biologische afwijkingen gevonden. Geen daarvan was echter specifiek genoeg., In 1997 ontdekte men in de Verenigde Staten aan de universiteit van Philadelphia een abnormale vorm van een bepaald eiwit: RNase L. Onderzoek aan de Vrije Universiteit van Brussel bracht aan het licht dat deze abnormale vorm bij veel ME-patiënten voorkomt. Daarmee kwam een effectieve test beschikbaar om de diagnose M E/CVS te kunnen ondersteunen. RNase L, voluit Ribonuclease L, is een eiwit. Het is een van de belangrijkste elementen binnen het immuunsysteem, het verdedigingsmechanisme van het lichaam. Normaal gesproken heeft Rnase L een moleculair gewicht van 83 kDa (kDa wil zeggen: kilo Dalton, de eenheid waarmee moleculair gewicht wordt aangeduid). Zodra het wordt geactiveerd door binnendringende virussen en bacteriën gedraagt het zich bij gezonde mensen als een schaar: het ‘verknipt' de aanvallers om ze zo te kunnen vernietigen, en veroorzaakt apoptose - spontane celdood - van de geïnfecteerde cel. Hierdoor wordt de infectie bestreden en treedt genezing op. Afwijkende vorm Bij ME-patiënten lijkt er echter iets anders te gebeuren, zo bleek uit onderzoek van de Brusselse CVS-onderzoeksgroep van prof. Dr. K. de Meirleir en dr. P. Englebienne. In veel gevallen ontdekte men bij deze patiënten een gesplitste, afwijkende vorm van RNase L, met een lager gewicht: geen 83 kDA maar 37 kDa. Dit veranderde RNase L ‘verknipt' niet alleen binnendringende virussen en bacteriën maar ook allerlei belangrijke eiwitten, en verstoort daarmee de celfunctie. Bovendien gaan sommige van deze veranderde R Nase L-fragmenten zich binden aan verkeerde 'toegangspoorten' in het lichaam en veroorzaken zo channelopathie (channel = kanaal). Je kunt dit als volgt zien: alle activiteiten die zich in het lichaam afspelen worden in gang gezet door een of andere stof. Een dergelijke stof fungeert als het ware als de sleutel die nodig is om een deur te openen Als je de verkeerde sleutel in het slot steekt, gaat de deur niet open in ons lichaam en kan je niet naar binnen. Zo lopen in ons lichaam de lichaamsfuncties in het honderd als ‘poorten’ worden bezet gehouden door de verkeerde stoffen. In het onderzoek van de Brusselse Vrije Universiteit werd aangetoond dat de afwijkende vorm van Rnase L voorkwam bij 72% van een onderzochte groep ME-patiënten en slechts bij 1% van gezonde controlepersonen. Ook bleek aanwezigheid van deze vorm van Rnase L verband te houden met de ernst van ME-symptomen: bij patiënten die het zwaarst ziek waren vond men uitsluitend RNase L in de afwijkende vorm. Zeven factoren Deze veranderingen in het immuunsysteem van ME-patiënten kunnen volgens De Meirleir en Englebienne worden veroorzaakt door een zevental 'uitlokkende' factoren: 1. stress in de lichaamscellen door bloedtransfusies of langdurige blootstelling aan bijvoorbeeld radioactieve straling; 2. giftige stoffen, zoals zware metalen en pesticiden; 3. acute virale infecties, bijvoorbeeld met het Epstein-Barrvirus (dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt); 4. langdurige lichamelijke of geestelijke stress; 5. zwangerschap en situaties die een verhoogd oestrogenenniveau veroorzaken en daarmee het immuunsysteem ontregelen; 6. infecties die moeilijk verdwijnen en dus langdurig in het lichaam aanwezig blijven, zoals enterovirussen; 7. allergieën, met als gevolg daarvan een verhoogde kans op infecties. Al deze factoren veroorzaken immunologische veranderingen, zoals steeds terugkerende virale activiteit, chronische activatie van het immuunsysteem en de al eerder genoemde chanellopathie. RLI De steeds terugkerende virale activiteit is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de griep-achtige symptomen en de gevoelige lymfeklieren bij ME/CVS. Tezelfdertijd maken bacteriën en virussen het R Nase L-systeem kwetsbaar en veroorzaken ook een verminderde werking van Ribonuclease L Inhibitor (RLI). Dit RLI is de ‘uit'knop van het immuunsysteem. Als gevolg daarvan gaat het RNase L-systeem in een hogere versnelling, waardoor er meer 'poorten' bezet worden door de verkeerde stoffen. De channelopathie die hierdoor ontstaat kan verschillende symptomen bij ME/CVS- zoals nachtelijke zweetaanvallen, pijn, ingewandsproblemen - verklaren, en veroorzaakt op haar beurt een aantal veranderingen in het lichaam, die leiden tot spierzwakte, algemene vermoeidheid en slaapproblemen. Door de verminderde werking van RLI en de verhoogde R Nase L-activiteit worden een aantal lichamelijke processen vertraagd, met als gevolg dat men slechts heel langzaam herstelt na inspanning. Uiteindelijk komt het lichaam in een vicieuze cirkel terecht, waarbij niet alleen de afweer is ontregeld, maar ook andere processen worden aangetast. ====== Patrick Englebienne en Kenny De Meirleir, een biochemicus en een arts die aan het hoofd staan van de CVS-onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit Brussel, hebben de theorie die is gebaseerd op de ontdekking van een afwijkende vorm van Rnase L bij ME-patiënten uiteengezet in Chronic Fatigue Syndrome: a Biological Approach (Chronische Vermoeidheidssyndroom: een biologische benadering). In dit boek geven zij een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing van hun theorie, en daarnaast een overzicht van alle belangrijke onderzoek dat is gedaan op het gebied van virologie, bacteriologie, immunologie, biochemie, farmacologie, biologie en epidemiologie. Chronic Fatigue Syndrome: a Biological Approach is in de eerste plaats bedoeld voor men artsen en onderzoekers, lezers zonder medische opleiding zullen er weinig aan hebben. Chronic Fatigue Syndrome: a Biological Approach Patrick Englebienne, Kenny De Meirleir CRC Press, 2002 ISBN o849310466 Prijs €99,93 =====