HPU, een nieuwe vrouwenziekte? ------------------------------ bron: MEdium, tijdschrift van de ME-Stichting datum: maart 2001 [dit artikel is overgenomen met toestemming van de redactie van MEdium] door Trudie Doorduin Waarom hebben veel meer vrouwen dan mannen last van allerlei onverklaarbare klachten7 Biochemicus dr. John Kamsteeg vroeg zich dit af. Hij deed onderzoek, paste tal van puzzelstukjes in elkaar en ontdekte HPU. De resultaten van Kamsteegs onderzoek staan in het boek 'Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte' dat vorig jaar juli uitkwam. Verschillende dagbladen besteedden er aandacht aan. Ook het weekblad HP/De Tijd en twee tijdschriften die zich richten op gezondheid: Gezondheidsnieuws en Ortho. De meeste berichten waren neutraal of zelfs positief. Maar in het persbericht van het ANP - dat door enkele dagbladen werd overgenomen, was een negatief geluid te horen. De voorzitter van de Vereniging tegen Kwakzalverij, vrouwenarts C.N.M. Renckens, maakte het instituut van Kamsteeg uit voor een 'kwakzalvershol' en beschuldigde Kamsteeg van geldklopperij. 'Een paar mensen met vage klachten worden weer eens op het verkeerde been gezet', aldus Renckens, die overigens toegaf 'Hebt u HPU?' niet te hebben gelezen. De ontdekking van HPU Kamsteeg is in 1993 bij het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) begonnen met het onderzoek dat leidde tot de ontdekking van HPU. De directe aanleiding voor dit onderzoek was het feit dat veel mensen meer dan één allergie hebben. Kamsteeg vond in de literatuur dat dit vooral het geval is bij mensen met kryptopyrrollie, een aandoening waarbij de urine te veel kryptopyrrol bevat. Hij ontdekte dat het niet gaat om één stof, maar om het hemopyrrollactamcomplex (HPL) en veranderde daarom de naam kryptopyrrollie in hemopyrrollactamurie (HPU). Om een indruk te krijgen van het vóórkomen van HPU onder Nederlandse vrouwen onderzocht het KEAC de urine van honderd willekeurig gekozen vrouwelijke leden van een sportcentrum. Bij bijna 18% was de HPL-concentratie te hoog. Van de ruim 200 vrouwen die reageerden op een eerste artikel over HPU in Gezondheidsnieuws (augustus 1999) had 85% een te hoge HPL-concentratie. HPU en ME/CVS Het ziektebeeld dat uit de beschikbare informatie naar voren komt, maar (nog) niet door de medische wereld is erkend, overlapt ME/CVS. Kamsteeg schat dat minstens 10% van de Nederlandse vrouwen HPU heeft, waaronder veel ME-patiënten. Van een aantal lezers kregen we artikelen over HPU, en de ouders van een meisje van acht met de diagnose ME/CVS schreven ons een brief. De kinderarts van hun dochter opperde de mogelijkheid van HPU. Zij besloten de test te laten doen en inder daad werd de diagnose HPU gesteld. Het meisje wordt nu via de kinderarts behandeld met voedingssupplementen en gaat zienderogen vooruit. De brief besluit met: 'Natuurlijk willen wij geen valse hoop wekken voor alle echte ME-patiënten. Maar zoals bij onze dochter het geval was, zal ook bij een aantal andere patiënten deze gemakkelijk te behandelen ziekte worden aangezien voor ME, met alle gevolgen van dien'. Ook de redactie wil geen valse hoop wekken, maar wel de lezers van MEdium informeren over HPU. Wat is HPU? Bij HPU bevat de urine te veel hemopyrrollactam-complex (HPL). De productie van HPL wordt geregeld door het enzym delta-ALA-synthetase. Bij mensen met HPU is er volgens Kamsteeg iets mis met één of meer genen (dragers van erfelijke eigenschappen) die de aanmaak van dit enzym regelen. Door deze afwijking wordt er te veel HPL gemaakt en uitgescheiden in de urine. Deze kleine erfelijke oorzaak, die voornamelijk voorkomt bij vrouwen, kan grote gevolgen hebben. HPL is vermoedelijk een afvalproduct van de stofwisseling en omdat het wordt uitgescheiden met de urine lijkt een teveel ervan op het eerste gezicht geen probleem. Maar volgens Kamsteeg neemt HPL pyridoxaal-5-fosfaat (de biologisch actieve vorm van vitamine B6), zink en mangaan met zich mee. Zo ontstaat er bij mensen met HPU een tekort aan deze stoffen, waardoor ze allerlei klachten kunnen krijgen. Symptomen Pyridoxaal-5-fosfaat, zink en mangaan spelen een rol bij veel biochemische reacties waarvan de meeste deel uitmaken van ketenprocessen (zie Het energieprobleem in MEdium 99-2*). Zink is onder andere nodig voor de omzetting van vitamine B6 in pyridoxaal-5-fosfaat. Hoe meer zink er wordt uitgescheiden, hoe minder vitamine B6 er wordt omgezet. Door de tekorten die ontstaan, vooral aan pyridoxaal-5-fosfaat, worden diverse processen afgeremd. Daardoor komen mensen met HPU terecht in een neergaande spiraal. Volgens Kamsteeg kunnen ze onder meer de volgende klachten krijgen: . Niet goed ontwikkelde en dus zwakke spieren in armen en romp. Waarschijnlijk is dit het gevolg van een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat en mangaan. Beide stoffen zijn nodig bij de aanmaak van spiereiwitten. . Gewrichtsproblemen zoals knieklachten, hernia en bekkeninstabiliteit. Mangaan is nodig bij de vorming van kraakbeen. Hoe minder kraakbeen er wordt gemaakt hoe beweeglijker de gewrichten zijn, maar hoe groter de kans op problemen ermee. Vrouwen met HPU zijn vaak lenig en goed in ballet, turnen of atletiek, totdat ze gewrichtsklachten krijgen. . Maag- en/of darmklachten: 'hoge' buikpijn, obstipatie, diarree en winderigheid. Dit kan het gevolg zijn van een slechte eiwitvertering door gebrek aan zink en mangaan. Ook koolhydraten worden vaak onvoldoende afgebroken in het maagdarmkanaal. Darmbacteriën maken het karwei dan af en produceren daarbij gassen, met winderigheid als gevolg. . Vreemd ruikende adem en zweet, en een rood uitslaande hals en gezicht bij alcoholgebruik. Dit wordt veroorzaakt door aldehyde, een chemische verbinding die kan ontstaan bij onvolledige afbraak van koolhydraten. . Algehele malaise. Pyridoxaal-5-fosfaat is ook nodig voor de omzetting van tryptofaan in vitamine B3 en picolinezuur. Picolinezuur is betrokken bij de opname van een aantal mineralen: zink, chroom, mangaan en magnesium. Deze mineralen spelen een rol in de vet- en koolhydraatstofwisseling. Uit vitamine B3 wordt onder andere NADH gemaakt dat een belangrijke rol speelt bij de energievoorziening van lichaamscellen (zie Het energieprobleem). Te weinig vitamine B3 geeft problemen met cholesterol. Zinkgebrek verlaagt de weerstand tegen infecties en remt wondheling. . Witte vlekjes in de nagels. Dit is een gevolg van zinkgebrek. . Jeuk en uitslag door zonlicht. Een bleek gezicht, terwijl de huid van romp en ledematen geel- tot goudbruin wordt. Ook kunnen er op de huid bruine vlekjes (anders dan sproeten) ontstaan door gebrek aan vitamine B3. . Hypoglykemie en diabetes type-Z (een vorm van suikerziekte). Als er problemen zijn met de koolhydraatstofwisseling komt er onvoldoende glucose in het bloed. Door een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat wordt, evenals door een tekort aan chroom, de bloedsuikerspiegel minder goed geregeld. . Hart- en vaatziekten, waarschijnlijk veroorzaakt doordat er te veel homocysteïne, een schadelijk bijproduct van de stofwisseling, ontstaat als gevolg van een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat. . Problemen rond menstruatie, zwangerschap en bevalling. Veel vrouwen met HPU maken te weinig progesteron door gebrek aan pyridoxaal-5-fosfaat en zink. Dit kan een onregelmatige menstruatie en PMS (post menstrueel syndrooom) verklaren. Zinktekort kan onvruchtbaarheid veroorzaken doordat de baarmoederwand zich niet goed ontwikkelt. Het speelt ook een rol bij het ontstaan van hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsstrepen (striae) en vroeggeboorte. . Geen droomherinnering, door een gebrek aan pyridoxaal-5-fosfaat en zink. Een verhoogde HPL-concentratie in de urine gaat niet altijd samen met ziekteverschijnselen. Hoe meer HPL er wordt uitgescheiden hoe eerder de klachten ontstaan en hoe ernstiger ze kunnen worden. In het ergste geval ontstaan ook bloedarmoede (vooral bij jonge, zieke en zwangere vrouwen), extreme vermoeidheid, psychiatrische aandoeningen en - als gevolg van magnesiumgebrek - spierkrampen, stuipen, en op epilepsie lijkende aanvallen. HPU-klachten ontstaan meestal geleidelijk. Mensen kunnen er oud mee worden en zich in de loop van hun leven steeds minder fit gaan voelen, zonder het idee te hebben ziek te zijn. Volgens Kamsteeg is het ook mogelijk dat klachten snel ontstaan of verergeren door een aantal omstandigheden van buitenaf. Factoren die het ontstaan en verergeren van HPU-klachten bevorderen . Alle mogelijke vormen van stress. Bij stress neemt het verbruik van pyridoxaal-5-fosfaat, zink en magnesium sterk toe, en kan de weerstand tegen infecties en allergenen (stoffen die een allergische reactie kunnen oproepen) afnemen. . Vormen van anticonceptie. Het slikken van 'de pil' kost het lichaam pyridoxaal-5-fosfaat, zink en foliumzuur. Uit een koperen spiraaltje kan koper vrijkomen dat de opname van zink in de lichaamscellen afremt. Een nieuwer type spiraaltje bevat geen koper, maar wel een hormoon dat slecht wordt verdragen door vrouwen met HPU. . Medicijngebruik. De dosis die iemand van een medicijn nodig heeft hangt af van de snelheid waarmee het wordt afgebroken. Sommige medicijnen worden bij mensen met HPU te traag afgebroken, waardoor de concentratie ervan te hoog wordt. Dit ontregelt het functioneren van de lever, met ongewenste bijverschijnselen als gevolg. Kamsteeg noemt als voorbeelaen het niet goed werken van Imigram (een middel tegen hoofdpijn en migraine) en het ontstaan van allergische problemen bij het gebruik van antibiotica. Daarnaast verbruikt het lichaam bij de inname van bepaalde medicijnen grote hoeveelheden pyridoxaal-5-fosfaat. . Een vegetarisch dieet. Vlees bevat veel zwavelhoudende aminozuren die samen met pyridoxaal--fosfaat een stof vormen die belangrijk is voor een goede darmfunctie. Bij gebrek hieraan kan de darmfunctie aanzienlijk verslechteren. . Andere ziekten. Verschillende ziekten kunnen HPU-klachten verergeren. Kamsteeg geeft als voorbeeld de ziekte van Pfeiffer Hierdoor gaan de lever- en de darmfunctie sterk achteruit. Iemand met HPU, waarbij lever en darmen toch al niet zo goed functioneren, kan daardoor volledig instorten. Herstel laat dan vaak lang op zich wachten. Veel mensen waarbij dit gebeurt krijgen het 'etiket' ME/CVS of post-viraal syndroom. Ontregeld Bij mensen met HPU raken volgens Kamsteeg allerlei regelsystemen in de war. Hoe meer HPL er wordt uitgescheiden en hoe ouder iemand is, hoe groter de kans dat het gehalte aan histamine en IgA (een stof die deel uitmaakt van het afweersysteem) daalt, en dat de hypofyse slechter gaat functioneren. Hierdoor ontstaan nog meer klachten. Histamine Kamsteeg ontdekte dat het bloed van veel vrouwen met HPU weinig histamine en veel koper bevat. Dit komt doordat de hoeveelheid koper toeneemt door zinkgebrek en koper histamine afbreekt. Een tekort aan mangaan zorgt ervoor dat histamine minder goed wordt opgenomen uit voeding. Histamine controleert de doorlaatbaarheid van de bloedvatwanden. Als hiervan te weinig aanwezig is laten de vaatwanden zuurstof en bouwstoffen onvoldoende door. In de lichaamsweefsels ontstaat dan hieraan gebrek, met vermoeidheid als gevolg. Mensen met een laag histaminegehalte hebben vaak een fijne vaatstructuur waardoor ze moeilijk zijn te prikken voor bloedafname of voor het aanleggen van een infuus. Ook krijgen ze snel blauwe plekken en hebben ze vaak last van hoofdpijn en/of migraine. Histamine speelt een rol bij allergische reacties (Zie Overgevoelig voor voedsel, MEdium 2000-4*). Hoe hoger het histaminegehalte, hoe groter de doorlaatbaarheid van de vaatwanden en hoe groter de kans dat er stoffen in het bloed komen die daar niet horen. Het lijkt daarom logisch dat mensen met HPU daar niet snel last van hebben. Maar Kamsteeg ontdekte dat het tegenovergestelde waar is. Zij vertonen al allergische reacties bij histaminegehalten die niet veel hoger zijn dan wat als normaal wordt beschouwd. Hij concludeerde dat het bij een allergische reactie niet gaat om de hoogte van histaminegehalte, maar om het percentage waarmee het toeneemt. Hoe lager het normale gehalte, hoe minder er dus voor nodig is om een allergische reactie op te roepen. IgA Te weinig IgA is een gevolg van een minder goed ontwikkeld darmslijmvlies door gebrek aan mangaan. Het verhoogt de kans op overgevoeligheidsreacties. Het toch al niet zo beste darmslijmvlies kan worden aangetast door gluten, waar veel mensen met HPU overgevoelig voor zijn. (Gluten zijn eiwitten die vooral voorkomen tarwe, en in mindere mate in haver, rogge, gerst en spelt.) Voedingsstoffen worden dan nog minder goed opgenomen, en er ontstaan problemen met de ontlasting. Als gevolg van te weinig IgA kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker via de slijmvliezen het lichaam binnendringen. Door zinkgebrek is de weerstand tegen infecties al verlaagd en volgens Kamsteeg hebben veel vrouwen met HPU dan ook last van steeds terugkerende vaginale infecties en blaasontsteking, hooikoorts en bijholteontstekingen. Kinderen met HPU lijken een abonnement te hebben op verkoudheid, en middenoorontsteking en longontsteking komt bij hen vaker voor. Hypofyse Volgens Kamsteeg is bij veel mensen met HPU de hypofyse niet actief genoeg. De hypofyse speelt een belangrijke rol bij de regulatie van allerlei lichaamsprocessen (zie De geheimzinnige controleur, MEdium 2000-1*). Als de hypofyse niet goed functioneert kan dat allerlei gevolgen hebben. De bijnieren kunnen uitgeput raken waardoor onder andere de bloeddruk geleidelijk te laag wordt, wat samengaat met veelvuldig moeten plassen. De vruchtbaarheid kan erdoor afnemen, evenals door zinkgebrek. De schildklier wordt minder actief. Kamsteeg heeft zelfs de indruk dat deze klier bij mensen met HPU minder reageert op de signalen die de hypofyse geeft, met name als er een hormoonwisseling optreedt (zoals bij de eerste menstruatie, zwangerschap en overgang). Een hardnekkige vorm van overgewicht bij vrouwen - die als meisje meestal heel tenger waren - kan daarvan het gevolg zijn. Diagnose en behandeling Wie bij zichzelf veel herkent van de hiervoor beschreven HPU-symptomen zou de HPU-vragenlijst bij het KEAC kunnen aanvragen. De lijst is ook te vinden op de website www.hpupatientenvereniging.nl van de inmiddels opgerichte HPU-patiëntenvereniging. Bij de vragenlijst wordt een 'sleutel' gegeven aan de hand waarvan iemand kan vaststellen of de kans groot is dat zij HPU heeft. De vragen zijn gesteld in de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld: 'Heeft u last van...' Mensen die al langere tijd voedingsupplementen gebruiken, met name vitamine B6 of pyridoxaal-5-fosfaat en daardoor zijn opgeknapt, kunnen de vragenlijst in de verleden tijd beantwoorden ('Had u last van...') om er achter te komen of bij hen sprake kan zijn van HPU. Wie aan de hand van de ingevulde en 'ontsleutelde' vragenlijst denkt dat HPU wel eens een rol zou kunnen spelen bij haar gezondheidsproblemen, kan bij het KEAC een setje opvragen waarmee urine (met conserveermiddel) kan worden opgestuurd. De benodigde instructies worden erbij gegeven. Wie al vitamine B6 of pyridoxaal-5-fosfaat gebruikt (afzonderlijk of in een multipreparaat) moet dit bij het urinemonster vermelden. Wat er wordt gebruikt, hoe lang en hoeveel is van belang voor het stellen van de juiste diagnose. HPU kan volgens Kamsteeg goed worden behandeld met vitaminen, mineralen en zonodig een dieet voor hypoglykemie en/of overgevoeligheid voor diverse voedingsmiddelen, maar u kunt beter niet zelf wat gaan proberen. De dosering van de voedingssupplementen luistert nauw en moet vooral in het begin aan de lage kant zijn omdat de supplementen, vooral tijdens de eerste drie maanden, ook psychische processen beïnvloeden. Als regel komt lichamelijk herstel pas goed op gang als de psychische fase voorbij is. Darmklachten die het gevolg zijn van glutenovergevoeligheid nemen vaak pas af na een half jaar therapie. Gewrichtsklachten en overgewicht verdwijnen niet, maar kunnen wel stabiliseren. Hoe ouder men is en hoe lager het histaminegehalte, hoe trager het herstel verloopt. De totale behandelingsduur is gemiddeld ongeveer negen maanden. Erkenning HPU is (nog) niet erkend als een ziekte. De testen en voedingssupplementen worden dan ook niet vergoed door ziektekostenverzekeringen. Wel raakt de medische wereld geleidelijk geïnteresseerd. In juni 2000 heeft Kamsteeg op verzoek een lezing gehouden tijdens een internationaal congres van kinderartsen in Utrecht. Eén universiteit is inmiddels bereid bij minimaal duizend ingevulde vragenlijsten na te gaan of er verband is tussen de antwoorden en de uitslagen van urine- en bloedtesten. Het geld voor een groot dubbelblind onderzoek is er helaas nog niet. Kamsteeg wil graag dat HPU wordt geregistreerd door de WHO (wereld gezondheidsorganisatie). Vermoedelijk is er nog een lange weg te gaan voor het zover is. Bronnen: - Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte. Toine de Graaf en Hanneke van Rossum. Mix Media B.V, Harderwijk, 2000. Te bestellen door f 34,95 - onder vermelding van 'boek HPU'- over te maken op bankrekening 67.34.10.056 t.n.v. TTG inzake Mix Media, Amsterdam; of op bankrekening 64.47.38.243 of giro 264371 van het KEAC te Weert. - De brochure informatie hemopyrroline (HPU). Schriftelijk aan te vragen bij het KEAC, Van Mecklenburglaan 14, 6006 GE Weert. - Informatie over HPU op de KEAC-website: http://www.keac.nl * Artikelen uit vorige jaargangen van MEdium kunnen bij het kantoor van de ME-Stichting worden opgevraagd. Zie achterin MEdium bij Uitgaven ME-Stichting. Dr J. Kamsteeg studeerde aan de Universiteit Utrecht biochemie en promoveerde daar in 1980. Aan de universiteit in Wageningen richtte hij in 1981 de databank voedselallergieën op. Vervolgens werkte hij een aantal jaren bij de vakgroep Gezondheidsleer. Samen met ir. M. I. A. Baas schreef hij 'Eetwaar = eetbaar?' (1988), een boek met veel informatie over voedsel en allergie. In 1989 richtte Kamsteeg het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) op. In 1998 verhuisde dit van Rhenen naar Weert. Bij het KEAC worden voornamelijk patiënten behandeld die in de reguliere geneeskunde geen hulp kunnen vinden. Voor het stellen van diagnoses wordt gebruik gemaakt van tal van testen, die deels elders worden uitgevoerd. Daarnaast doet Kamsteeg op eigen kosten onderzoek.