De praktijk van CGT: Lezers aan het woord ----------------------------------------- bron: MEdium datum: maart 2001 door Trudie Doorduin Wat zijn de ervaringen van ME-patiënten met cognitieve gedragstherapie? Na een oproep in MEdium kreeg de redactie ruim dertig brieven. Veel negatieve verhalen, maar ook positieve. Het beeld dat hieruit naar voren komt: CGT kan helpen, maar brengt beslist geen genezing en kan ook schadelijk zijn. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is bedoeld voor mensen die door een verkeerde gedachtegang bepaalde klachten instandhouden. Het wordt gecombineerd met het geleidelijk opvoeren van lichamelijke activiteit aan de hand van een strak schema. Volgens een aantal Britse psychiaters, die CGT als eersten gebruikten bij mensen met ME/CVS, is het de meest geschikte therapie bij dit syndroom. Ook de CVS-onderzoeksgroep in Nijmegen onderzocht in de afgelopen jaren de werking van CGT en concludeerde dat het effectief is bij ME/CVS. Men baseerde dit op het gegeven dat van een groep ME-patiënten die deze therapie kreeg, 35% na afloop was hersteld (volgens de normen van de onderzoekers). Het onderzoek, de resultaten en het commentaar van de redactie erop, waren te lezen in het artikel Nascholing in Nijmegen dat verscheen in MEdium 2000-2. In dat nummer stond ook een oproep aan lezers die deelnamen aan CGT als onderdeel van het Nijmeegse onderzoek, ons te schrijven. Wie schreven er? Van de mensen die ons schreven hadden er 27 ervaring met een of andere vorm van cognitieve gedragstherapie. Elf van hen maakten deel uit van de groep mensen die werd behandeld in het kader van het Nijmeegse onderzoek. Van de overige zestien kreeg de helft deze therapie in Nijmegen buiten het bewuste onderzoek om, of elders in het land maar wel volgens de 'Nijmeegse' methode, de overigen kregen een therapie die daar meer of minder mee te vergelijken was. Vier van deze brieven, drie over ervaringen van jongeren bij de afdeling kinderpsychologie van het Nijmeegse Radboud Ziekenhuis, en één over ervaring elders, zijn vorig jaar al opgenomen in MEdium. Dit artikel berust op de overige 23 brieven. Er schreven ons ook mensen die geen persoonlijke ervaring hadden opgedaan met CGT maar wel hun mening hierover wilden kenbaar maken, en mensen die om verschillende redenen niet hadden mogen of willen meedoen aan het onderzoek in Nijmegen. Uiteraard was de redactie ook blij met deze brieven. Hoe meer informatie en meningen we krijgen over CGT hoe beter. Toch zijn, om het overzichtelijk te houden, deze brieven niet of nauwelijks in dit artikel verwerkt. Maakt 'Nijmegen' beloften waar? Het doel van cognitieve gedragstherapie is dat mensen herstellen en weer aan het werk kunnen, zo werd gezegd tijdens de nascholingsdag voor artsen en psychologen (7 april 2000) in Nijmegen. Een aantal mensen dat de therapie had gevolgd in het kader van het CGT-onderzoek schreef ons dat hen vooraf zelfs herstel werd belóófd. Ze waren aanvankelijk dan ook erg blij dat ze werden ingeloot bij de CGT-groep. Maar de praktijk was dat van de totale groep deelnemers slechts één op de drie 'herstelde', en dat waren vooral degenen die al vrij actief waren voordat het onderzoek begon. Enkele briefschrijvers vertellen dat ze weliswaar volgens hun therapeut zijn hersteld, maar niet volgens henzelf. Zeven mensen schrijven dat ze door deelname aan het onderzoek er uiteindelijk zelfs op achteruit zijn gegaan en nog steeds niet terug zijn op hun oude niveau. Drie van hen stopten voordat het onderzoek was afgelopen omdat het hen te zwaar viel, ze achteruit gingen en zich niet serieus genomen voelden. Eén van hen belandde zelfs in een rolstoel, terwijl ze nog kon fietsen voordat ze aan de therapie begon. Twee anderen gingen tijdens het onderzoek ook achteruit, maar maakten de therapie wel af want: 'wie A zegt moet ook B zeggen' . De overige twee gingen er eerst op vooruit maar kregen tijdens of na afloop van het onderzoek een forse terugval. Eén van hen was hersteld verklaard. Dat betekende overigens niet dat hij kon leven als vroeger. Wel dat hij weer een beetje kon werken en weer sociale contacten had. Van de elf mensen die deel uitmaakten van het Nijmeegse onderzoek zijn er vier door cognitieve gedragstherapie vooruit gegaan. Twee van hen vielen na afloop weer terug toen ze probeerden, op advies van hun therapeut, hun activiteit verder op te bouwen. Toen ze daarmee stopten gingen ze geleidelijk weer vooruit. Eén van die twee was tijdens het ontderzoek ervan overtuigd helemaal heter te worden. Ze schrijft: 'Ondanks mijn positieve instelling, de prettige samenwerking met de psycholoog en mijn serieuze aanpak van de therapie, heb ik mijn doelstelling om na een jaar aan het werk te zijn niet gehaald en voorlopig ziet het er ook niet naar uit dat het zover komt'. De ander, die tevergeefs probeerde haar studie weer op te pakken en af te ronden, heeft inmiddels geaccepteerd dat afstuderen er voor haar niet meer in zit. Na de terugval meende haar therapeute 'dat de problematiek van mevrouw veel meer is gesitueerd in haar persoonlijkheid dan in haar klachten'. Kortom: eigen schuld, dikke bult. Slechts twee van de elf zijn zonder grote terugval meer of minder vooruit gegaan. Eén van hen schrijft dat er tijdens de behandeling werd gesteld: 'Nu ben je beter.' Ze is het daar niet mee eens: 'Het heeft wel wat ruimte opgeleverd maar lang niet wat er wordt beweerd'. De ander ging tijdens het onderzoek stukje hij beetje weer aan het werk, maar beschouwt zichzelf beslist niet als hersteld. Steeds langer wandelen, lukte dat? Tijdens het onderzoek moesten de deelnemers dagelijks tweemaal wandelen. Ze begonnen met vijf à tien minuten en moesten dat volgens een strak patroon opvoeren tot een uur. Vrijwel iedereen kwam op een gegeven moment op een punt dat dit niet meer lukte.Volgens hun begeleiders moesten ze dat echter wél kunnen: Zij zeiden: "Onze ervaring is dat je over dit punt heen moet en dat het dan steeds beter gaat. Er zijn veel patiënten die hier beter van worden!" De mevrouw die deze uitspraak noteerde, maar ook anderen, konden alleen aan de opdrachten voldoen als ze de rest van de dag verder niets deden en dus voor hun verzorging volledig afhankelijk werden van anderen. Enkele citaten: 'Een verschrikkelijk beperkt bestaan; ik heb het lang volgehouden omdat ik hoopte dat het zou werken.' 'Het was een gigantische opgave; met heel veel moeite lukte het om het schema in stijgende lijn te houden. Er waren momenten dat het haast niet lukte en dat ik veel ziek was. Mijn begeleider bleef volhouden dat ik er echt beter van zou worden, dus bleef ik het proberen.' 'Met veel doorzettingsvermogen heb ik één uur wandelen per dag gehaald, maar de keerzijde was dat ik bijna geen energie meer had voor andere dingen.' Iemand merkte op: 'Je moest leren binnen je grenzen te blijven, maar dat is niet te rijmen met elke dag langer te moeten wandelen.' Een mevrouw die nog vier ochtenden per week werkte en dat niet kon combineren met de opdrachten, werd geadviseerd in de ziektewet te gaan, wat ze overigens weigerde. Na het onderzoek is ze minder gaan werken: 'Het onderzoek heeft mij uitgeput tot op mijn botten'. Speciale school in Nijmegen met CGT De Monnikskapschool in Nijmegen is een Havo,vwo-school voor jongeren met een handicap of een chronische ziekte. De school wordt begeleid door de afdeling kinderpsychologie van het Radboud Ziekenhuis. De leerlingen zijn min of meer verplicht tot CGT en het aantal lesuren wordt volgens een strak programma opgevoerd, ongeacht hoe het met een leerling gaat. Drie moeders schreven ons over de ervaringen van hun dochters op deze school. Een van de meisjes kreeg cognitieve gedragstherapie bij de afdeling kinderpsychologie van het Radboudziekenhuis vóórdat ze op de Monnikskapschool kwam. Ze ging daar in hoog tempo door achteruit en werd toen door de psychologe ervan beschuldigd dat ze 'de boel zat te flessen'. Door deze slechte ervaring wilden haar ouders niet dat ze weer CGT kreeg. De school nam hen dat niet in dank af. Een moeder vertelt dat haar dochter erg moe werd van de CGT-sessies met de therapeut, die steeds aan het eind van de schooldag plaatsvonden. Hoewel het meisje haar best deed werd haar verweten dat ze onvoldoende gemotiveerd was: 'Zo'n leventje zou me ook wel lijken, lekker een beetje op de bank liggen en door mijn moeder vertroeteld worden'. Na de vijfde sessie barstte de bom en riep de therapeut: 'Ik zie het met jou niet meer zitten.' Het derde meisje kreeg van de schoolleiding te horen dat ze door CGT binnen vijf maanden zou herstellen. Haar ouders wilden echter niet dat ze deze therapie kreeg, op grond van wat ze erover hadden gehoord (er was hen onder andere ter ore gekomen dat CGT slechts bij twee van het totale aantal leerlingen succesvol was gebleken). CGT elders in het land (maar wel volgens de 'Nijmeegse' methode) De redactie kreeg van twee patiënten brieven over ervaringen met cognitieve gedragstherapie bij therapeuten, die niet verbonden waren aan het Radboud Ziekenhuis, maar wel de daar ontwikkelde methode gebruikten. Eén vrouw begon aan de therapie op aanraden van een vriend die door deelname aan het CGT-onderzoek in Nijmegen hersteld meende te zijn, hoewel hij inmiddels een enorme terugval kreeg en weer terug is bij af. Zij schreef. 'Mijn conditie moest hersteld worden door langzaam, heel langzaam opbouwen, zo werd mij verzekerd [...] Het leven in een strak schema viel me niet mee. Mijn inzet was groot. Niet 100, maar 150%. Want ik wilde beter worden en had daar veel voor over. Over een jaar zou ik feest vieren. Maar na een jaar vierde ik geen feest...' De andere vrouw kreeg de therapie van werkers in de eerstelijns gezondheidszorg (vermoedelijk de huisarts en een fysiotherapeut - TD). Speciaal voor haar volgde één van hen in april 2000 de CGT-Nascholingscursus in Nijmegen. Door de therapie ging mevrouw alleen maar achteruit. In overleg met haar begeleiders stopte ze ermee. Ze had nu niet alleen pijnstillers, maar ook een rolstoel en andere hulpmiddelen nodig. De arts die daarover moest beslissen weigerde de hulpmiddelen toe te kennen omdat ze met CGT was gestopt. Volgens hem was haar kans op herstel gunstig als ze cognitieve gedragstherapie bleef volgen, maar zou deze aanzienlijk afnemen door het gebruik van hulpmiddelen. 'Nijmeegse' opvattingen werken door Uit het vorige voorbeeld blijkt hoezeer de opvattingen van de Nijmeegse CVS-onderzoeksgroep doorwerken in zowel de medische wereld als de zorgsector. Ook uit de brief van een ME-patiënte uit Wageningen wordt duidelijk welke nadelige invloed de opvattingen van de Nijmeegse CVS-onderzoeksgroep voor patiënten hebben. Ze schrijft dat ze veel baat heeft bij diverse alternatieve behandelingen die ze grotendeels zelf moet betalen van haar uitkering. Daarom vroeg ze bijzondere bijstand aan bij de gemeente. Op advies van een GGD-arts werd dit geweigerd: 'Zijn argument was: "De gangbare medische gedachtegang is dat door de manier van omgaan met de klachten [...] deze in stand worden gehouden. Met de huidige medisch wetenschappelijke, reguliere kennis geldt momenteel als meest optimale behandeling van CVS de cognitieve gedragstherapie in combinatie met fysiotherapie en toenemende fysieke gedoseerde belasting. Betrokkene heeft een dergelijke therapie niet ondergaan". Toch had deze patiënte al CGT gevolgd bij de Riagg , zonder veel resultaat - en werd ook al drie jaar behandeld door een fysiotherapeut! Kennelijk was dat niet voldoende. Alleen CGT in Nijmegen telde voor deze arts. Een andere Wageningse ME-patiënt kreeg geen financiële steun voor de aanschaf van een fiets met trapondersteuning. Volgens 'Nijmegen' zou zo'n fiets contraproductief werken. In Maastricht weigerde de GGD een ME-patiënt, die nauwelijks kon lopen, een rolstoel. CGT bij een Riagg Ook drie andere patiënten kregen te maken met een Riagg. Het is niet duidelijk of hier de Nijmeegse CGT methode werd gebruikt, of een variant daarvan. Een echtgenoot van een ME-patiënte schreef over deze ervaring: 'Wanhoop en uitzichtloosheid hebben ertoe geleid dat S. vorig jaar zelf bij de Riagg aan de bel heeft getrokken, want steeds vaker zijn er momenten dat ze het helemaal niet meer ziet zitten. Het eerste gesprek, de intake, met een psychiater, verliep goed. Daarna volgden twee of drie sessies met een psycholoog, niet-medicus, die desastreus zijn verlopen. Einde verhaal.' Iemand anders werd door een internist voor CGT verwezen naar een psycholoog en een fysiotherapeut. Ze volgde dit advies op omdat ze inmiddels in een WAO-procedure zat. De Riagg-psycholoog constateerde dat hij niets voor mevrouw kon doen: ze zat niet in een 'psychologische put' en het leek hem dat ze goed met haar situatie omging. Na lichte fysiotherapie kreeg ze een behoorlijke terugval. Een briefschrijfster werd door de CVS-onderzoeksgroep in Nijmegen doorverwezen naar de Riagg in Maastricht. Daar kreeg ze de belofte dat ze na acht maanden hersteld zou zijn, maar dat bleek niet het geval. Ze vindt dat de therapie weinig voorstelde. Wel heeft ze geleerd haar grenzen te herkennen en daarbinnen te blijven. De verplichte fysiotherapie gaf enige verbetering. Toen ze naar een andere woonplaats verhuisde kreeg ze weer fysiotherapie. Ze stortte zo erg in dat ze sindsdien niet zonder rolstoel kan. Nu krijgt ze weer CGT maar niet volgens de 'Nijmeegse' richtlijnen, en gaat langzaam vooruit. Positieve ervaringen Over ervaringen met cognitieve gedragstherapie door therapeuten die een aangepaste versie van de 'Nijmeegse methode' toepasten kwamen ook drie positieve berichten. Iemand schreef: 'CGT is een goede aanvulling maar brengt volgens mij geen genezing. [....] Het is wel erg belangrijk dat je een therapeut kiest die op de hoogte is van ME/CVS en rekening houdt met je mate van energie en je klachtenpatroon. Als dat stabiel is kan je misschien schematisch je activiteit opbouwen. Als dat niet het geval is, is het beter je activiteit af te stemmen op hoe je je op dat moment voelt. Het heeft geen zin mensen een halfuur te laten wandelen als ze een dag niet of nauwelijks energie hebben, want daarna gaat het nog slechter met ze'. Eén patiënte schreef over haar deelname aan een (toen nog) experimenteel revalidatieprogramma in Het Roessingh te Enschede. Eerder volgde ze CGT volgens de Nijmeegse methode, maar dat was haar slecht bekomen. Het Roessingh combineert de Nijmeegse aanpak met eigen ervaringen. Volgens deze mevrouw zijn ze er nuchterder dan in Nijmegen, gezien de uitspraak van een therapeut: 'Volgens Nijmegen kan je genezen, wie weet,.. Maar wij proberen eruit te halen wat erin zit'. Ze leerde er meer te relativeren, kreeg meer inzicht in zichzelf en gaat nu soepeler met alles om. Maar genezen is ze niet. Tot besluit het positieve verhaal van een patiënte die, omdat ze er heel slecht aan toe was, een jaar werd opgenomen in het verpleeghuis Bosch en Duin in Den Haag. De verpleeghuisarts belde stad en land af voor advies en werd uiteindelijk verwezen naar het Universitair Medisch Centrum in Leiden, waar werd meegewerkt aan het CGT-onderzoek. Omdat deze patiënte te ziek was om naar Leiden te reizen verliep het contact met de psychologe voornamelijk via de telefoon en dat ging uitstekend. Heel erg langzaam bouwde ze haar activiteit op: 'Van forceren was nooit sprake, eerder werd ik afgeremd'. De therapie heeft veel van haar gevraagd, maar ze kan het iedereen die op zo'n laag niveau moet leven als zij deed, aanraden. (In haar brief wordt de indruk gewekt dat er een speciaal op haar afgestemde variant van de Nijmeegse CGT is gebruikt, TD). Onlangs is ze ontslagen uit het verpleeghuis en woont weer zelfstandig. Ze schat dat ze zichzelf heeft opgebouwd van 0 naar 60% en geniet van het heden: 'Leven op een leefbaar niveau is voor mij nog steeds een wonder!'. Conclusies In het artikel Nascholing in Nijmegen (MEdium 2000-2) uitte de redactie veel kritiek op het Nijmeegse CVS-onderzoek. Onze slotconclusie luidde: 'Het lijkt erop dat vooral CVS-patiënten die steeds al betrekkelijk actief zijn, door CGT vooruit kunnen gaan doordat ze leren beter om te gaan met hun energie. Wij menen echter dat het niet terecht is te stellen dat CVS-patiënten door CGT kunnen genézen en dat het erg voorbarig is te stellen dat deze therapie geschikt is voor alle CVS-patiënten. Het Nijmeegse onderzoek heeft ons er dus niet van kunnen overtuigen dat CGT hét antwoord is op CVS.' De brieven die we de afgelopen tijd ontvingen geven geen aanleiding deze conclusie te herzien. Veel briefschrijvers zijn het met ons eens, zoals blijkt uit de volgende citaten: 'Als ik de resultaten lees van het onderzoek ben ik teleurgesteld en deel ik de scepsis die de redactie heeft in haar commentaar. Ik moet er trouwens niet aan denken verplicht naar een Riagg te moeten en zonder pardon een oplopend schema te moeten accepteren omdat zogenaamd bewezen is dat je hiervan herstelt (wat dat herstellen dan ook inhoudt!)' 'Ik ben beslist niet tegen CGT maar wel tegen de manier waarop het nu wordt gepropageerd. Het kan naar mijn idee een prima middel zijn in de strijd tegen ME/CVS, maar het is niet het wondermiddel zoals de dames en heren in Nijmegen ons willen laten geloven.' 'Deze therapie heeft me in zoverre geholpen dat ik (en mijn omgeving) inzicht kreeg in wat er aan de hand was en leerde accepteren dat ik daadwerkelijk ziek was.[...] Dat CGT nu als "medicijn" wordt aangemerkt is volgens mij niet terecht. Het is een hulpmiddel dat mij wel op weg heeft geholpen.' 'Met CGT op zich is niets mis; wél met de garantie dat het een geneesmiddel is en met de veronderstelling dat "niet genezen = niet meewerken".