Persbericht ----------- bron: Centrale Raad van Beroep datum: 6 oktober 2000 In de afgelopen week zijn in de media diverse berichten verschenen waaruit kan worden afgeleid dat de Centrale Raad van Beroep het chronisch vermoeidheidssyndroom, ME zou hebben erkend als ziekte of gebrek waarmee een recht op een WAO-uitkering ontstaat. In die berichten wordt gerefereerd aan een uitspraak van Centrale Raad van Beroep. Om misverstanden te voorkomen volgt hieronder de van belang zijnde overweging van de betreffende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. "De Raad kent doorslaggevende betekenis toe aan het oordeel van de door hem ingeschakelde deskundigen Heyster en Van Borssum Waalkes. De Raad heeft daarbij in aanmerking genomen dat deze onafhankelijke en onpartijdige deskundigen hun oordeel hebben gebaseerd op eigen onderzoek van appellante, de in het dossier aanwezige op appellante betrekking hebbende stukken, informatie van de behandelende sector en de anamnese van appellante. Met deze deskundigen is de Raad van oordeel dat appellante op de datum in geding de aan haar voorgehouden functies niet kon vervullen. Daarbij tekent de Raad aan dat het advies van genoemde deskundigen niet louter is gebaseerd op de klachten van appellante, maar door de deskundigen afdoende medisch is geobjectiveerd. Het enkele feit dat de aard van de ziekte of het gebrek niet eenduidig kan worden aangewezen staat aan deze conclusie niet in de weg." In tegenstelling tot wat de berichten in de media suggereren is daarmee NIET afgeweken van de vaste, al sinds vele jaren bestaande, lijn in de jurisprudentie van de Raad. Volgens die vaste lijn is niet vereist dat een bepaalde ziekte of gebrek wordt benoemd, anders gezegd: het kunnen geven van een bepaalde naam aan de ziekte of het gebrek is niet beslissend, evenmin als het enkele gegeven van klachten door een betrokkene dat is. In de jurisprudentie van de Raad is het voldoende dat bij iemand naar objectieve maatstaf op grond van ziekte of gebrek beperkingen bestaan die aan het verrichten van arbeid in de weg staan. In het onderhavige geval voldeed de rapportage van de deskundigen volgens de Raad aan de objectiveringseis.