Aan: De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Betreft: - Algemeen Overleg 6 april 2000 - Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (herziene versie) Groningen, 30 maart 2000 Geachte voorzitter, Wij hebben kennisgenomen van de wijzigingen die Staatsscretaris Hoogervorst wil aanbrengen in de voorgestelde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) 'Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten'. Onze conclusie is dat de wijzigingen volstrekt onvoldoende zijn. De herziene AMvB voldoet niet aan het gestelde doel, maar bestendigt de bestaande problemen en zal daarnaast tot nieuwe problemen leiden. Beter geen AMvB dan deze. Daarmee is echter nog steeds geen oplossing van het probleem van de uitsluiting tot stand gebracht. Dit mag niet verder op de lange baan geschoven worden. De voorgestelde AMvB zal, ook in deze herziene vorm, niet leiden tot een eind aan de uitsluiting. De kritiek op de vorige versie blijft vrijwel volledig overeind. De hoofdpunten van onze kritiek op de AMvB die nu aan u is voorgelegd betreffen: 1. het doel van de AMvB; 2. de limitatieve beperking van de situaties waarin op medische gronden tot volledige arbeidsongeschiktheid mag worden geoordeeld; 3. de introductie van de mogelijkheid dat een verzekeringsarts iemand als arbeidsgeschikt voor zijn eigen functie beoordeelt, zonder arbeidskundig onderzoek en dus zonder zorgvuldig medisch onderzoek naar belastbaarheid en beperkingen; 4. de introductie van het begrip 'herstelgedrag' als oneigenlijk criterium bij de beoordeling van arbeidsongeschikheid. In deze brief zullen wij deze hoofdpunten nogmaals toelichten. Ook zullen wij ingaan op een aantal argumenten om niet aan onze kritiek tegemoet te komen, die ons ter ore zijn gekomen. 1. Het doel van de AMvB Het doel van het wettelijk verankeren van de 'Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium' is dat arbeidsongeschikten met 'moeilijk objectiveerbare' gezondheidsklachten aanspraak kunnen maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of -voorziening, en dat zij niet afgewezen worden op grond van het feit dat er (nog) geen medische oorzaak voor hun klachten te vinden is of dat er geen lichamelijke afwijking of psychiatrische stoornis kan worden aangetoond. Meer concreet is het doel dat er een ommekeer komt in de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, die tot nu toe w,l de voorwaarde stelt dat er een medische oorzaak, lichamelijke afwijking of psychiatrische stoornis gevonden moet zijn. Door de Staatssecretaris wordt dit echter nog steeds niet als doel genoemd, noch in de ontwerp-AMvB zelf, noch in de Nota van Toelichting. Inmiddels is duidelijk geworden dat hij het genoemde doel niet tot het zijne wil maken. Begin maart stelde hij op een persconferentie dat hij geen verandering wil brengen in het feit dat veel mensen met 'moeilijk objectiveerbare' gezondheidsklachten geen WAO-uitkering krijgen. Volgens hem gaat het om mensen met 'vage psychosomatische klachten', waarvan er al veel te veel tot de WAO zijn toegetreden. Voor een commentaar hierop, zie het persbericht van de Steungroep van 2 maart 2000 (bijlage 1). Er staan in de nieuwe versie van de AMvB wel wat meer formuleringen die afstand lijken te nemen van de voorwaarde dat de oorzaak van de klachten moet zijn aangetoond, maar deze worden volledig teniet gedaan door andere formuleringen. Bijvoorbeeld de volgende passage uit de Nota van toelichting van de herziene ontwerp-AMvB, waarin wordt gesteld dat, wanneer geen lichamelijke of psychische oorzaak gemeten of aangetoond kan worden pas arbeidsongeschiktheid mag worden aangenomen wanneer 'onder onafhankelijke medisch deskundigen een vrijwel eenduidige, consistente en naar behoren medisch gemotiveerde en verantwoorde opvatting bestaat dat ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voldoende aannemelijk is.' Deze voorwaarde, die in de Nota van Toelichting ongewijzigd is overgenomen, wordt algemeen door de CRvB gesteld. Uit de rechtspraak van de CRvB blijkt dat deze voorwaarde ertoe leidt dat op duizenden gevallen slechts enkele keren is afgezien van de eis dat een oorzaak van de klachten moet zijn aangetoond, en dan nog alleen in uitzonderlijke omstandigheden, zoals mr. Lennaerts, vice-voorzitter van de arrondissementsrechtbank Assen, in een brief aan uw commissie bevestigt. Ik citeer: "Onjuist is de stelling ... dat de CRvB herhaaldelijk te kennen heeft gegeven dat er geen oorzaak van de klachten hoeft te worden aangetoond. Dat is op de vele duizenden gevallen waarin dit speelde, slechts enkele malen het geval geweest. Wie de zaken bestudeert, ziet dat ze gekenmerkt worden door uitzonderlijke omstandigheden." Mr. A. Lennaerts op 12 januari in een brief aan uw commissie. Mr. Lenaerts volgt als auteur van 'de Grijze Kluwer' al sinds 1981 de jurisprudentie van de CRvB op de voet. Hij krijgt alle uitspraken van de CRvB onder ogen. In het ontwerp is niets terug te vinden van de kritiek op de rechtspraak van de CRvB. In plaats daarvan wordt deze omstreden jurisprudentie juist instemmend geciteerd en wordt er nauw bij aangesloten. Die stroming onder verzekeringsartsen die zich beroept op de jurisprudentie van de CRvB zal zich door deze AMvB gesteund voelen om door te gaan op de ingeslagen weg. Het argument dat wij hebben gehoord om niet te eisen dat duidelijker afstand wordt genomen van de rechtspraak van de CRvB is: 'Er zullen in uitvoering en rechtspraak toch altijd interpretatieverschillen blijven bestaan. Daarom is het teveel gevraagd om een AMvB te willen die geen enkele ruimte geeft aan de gewraakte interpretatie van de Centrale Raad van Beroep.' Ons commentaar: Inderdaad zullen bij de WAO-keuringen waarschijnlijk altijd interpretatieverschillen blijven bestaan. Voor zover het gaat om interpretatie van konkrete situaties is dit moeilijk te vermijden. Wat echter wel vermeden kan en moet worden is dat de wetten en regels verschillend worden geinterpreteerd. Dit is de verantwoordelijkheid van de politiek. Het is onvoorstelbaar en onaanvaardbaar dat in een AMvB die bedoeld is om een eind te maken aan de interpretatie van de Centrale Raad van Beroep juist deze interpretatie instemmend wordt aangehaald. 2. Aanscherping keuringscriteria De belangrijkste wijziging in de herziene AMvB is dat nu ook mensen die naar het oordeel van de verzekeringsarts binnen een jaar zullen overlijden op medische gronden arbeidsongeschikt verklaard mogen worden. Wij vinden deze wijziging volstrekt onvoldoende. Er zijn veel meer gevallen denkbaar waarin mensen evident arbeidsongeschikt zijn dan de uiterst beperkte opsomming van de AMvB. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de commentaren van onder andere Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en advocatenvereniging SSZ op de vorige versie van de AMvB. Wie echt niet kan werken, maar een langere levensverwachting heeft dan een jaar en niet binnen de zeer beperkte uitzonde- ringsgevallen valt, moet straks toch naar de arbeidskundige, die functies voor hem moet zoeken. Hij loopt dus een groot risico om minstens gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard te worden. Binnenkort zal de politiek dus wel weer geconfronteerd worden met vele 'schrijnenden gevallen'. De enige manier om dit te voorkomen is het opnemen in de AMvB van de mogelijkheid dat een verzekeringsarts ook in andere situaties tot volledige arbeidsongeschiktheid kan oordelen, op voorwaarde dat zijn oordeel op professionele verzekeringsgeneeskundige wijze tot stand is gekomen en is onderbouwd. Deze ruimte is er tot nu toe altijd geweest, zie de aanbiedingsbrief van het TICA (nu LISV) bij de standaard 'Geen duurzaam benutbare mogelijkheden': 'De verzekeringsarts kan bovendien in specifieke situaties van de richtlijnen afwijken mits hij dat met argumenten onderbouwt.' Als argument voor de aanscherping van de regels op dit punt wordt het volgende gesteld: 'Keuringsartsen verklaren nu veel te veel mensen op medische gronden arbeidsongeschikt. Daarom is het goed dat de mogelijkheid om mensen op medische gronden arbeidsongeschikt te verklaren sterk wordt beperkt.' Ons commentaar: Eerst moet maar eens goed onderzocht worden of mensen nu door keuringsartsen ten onrechte 'medisch arbeidsongeschikt' worden verklaard ('geen duurzaam benutbare mogelijkheden') en op welke gronden. Wanneer de verzekeringsartsen hun oordeel goed beargumenteren en onderbouwen volgens de regels der verzekeringsgeneeskunde, dan is er met de keuring niets mis. De problemen liggen dan op een ander vlak. Wanneer het oordeel 'medisch arbeidsongeschikt'/'geen duurzaam benutbare mogelijkheden' niet of niet voldoende verzekeringsgeneeskundig is onderbouwd, dan is er met de keuring wel wat mis. Om dat tegen te gaan is echter geen aanscherping van de regels nodig, maar controle op naleving van de bestaande regels. Een dergelijk oordeel is namelijk in strijd met de bestaande 'Standaard geen duurzaam benutbare mogelijkheden'. Wij nemen aan dat het niet de wens van de Tweede Kamer is om zieke mensen die echt arbeidsongeschikt zijn uit te sluiten van een WAO-uitkering. 3. Geen zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek Wij vinden het onacceptabel dat ook in de herziene versie van de AMvB nog steeds wordt vastgehouden aan de mogelijkheid dat een verzekeringsarts een verzekerde arbeidsgeschikt acht voor zijn eigen functie, zonder doorverwijzing naar een arbeidskundige. Het argument dat wij hiervoor gehoord hebben is: 'Te veel mensen komen nu in de WAO terecht komen omdat ze een arbeidsconflict hebben, in plaats van dat ze ziek zijn. Daarom is het goed dat een keuringsarts iemand arbeidsgeschikt kan verklaren voor zijn eigen werk, zonder zorgvuldig onderzoek naar belastbaarheid en beperkingen en zonder arbeidskundig onderzoek.' Ons commentaar hierop: Mensen die niet ziek zijn, maar een arbeidsconflict hebben horen niet thuis in de WAO. Het weren van mensen uit de WAO die daarin niet thuishoren mag echter geen reden zijn om zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek achterwege te laten. Het is immers juist dit onderzoek dat aan het licht moet brengen of er inderdaad sprake is van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of gebrek. Achterwege laten van arbeidskundig onderzoek betekent ook dat er geen zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsvindt. Er wordt dan immers geen belastbaarheidspatroon opgesteld dus hoeft de verzekeringsarts geen onderzoek te doen naar belastbaarheid en beperkingen van de verzekerde. Er zijn geen aanwijzingen dat de WAO op grote schaal misbruikt wordt om arbeidsconflicten 'op te lossen'. Daarbij mag overigens niet vergeten worden dat arbeidsconflicten wel ziekte en arbeidsongeschiktheid kunnen veroorzaken. Ook mensen die een arbeidsconflict hebben kunnen dus door ziekte arbeidsongeschikt worden. Ook zij hebben recht op een zorgvuldige beoordeling van hun arbeidsongeschiktheid. Liever zorgvuldig onderzoek, ook van mensen waarvan wordt vermoed dat ze niet ziek zijn, dan te weinig onderzoek waardoor mensen die wel ziek zijn ten onrechte arbeidsgeschikt worden verklaard. 4. Herstelgedrag mag geen rol spelen bij beoordeling van arbeidsongeschiktheid De passage over 'herstelgedrag' in de Nota van toelichting is niet geschrapt. Wij verwijzen u naar de eerdere kritieken, waaruit duidelijk wordt dat 'herstelgedrag' een oneigenlijk kriterium is wanneer het gaat om de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Helaas heeft de nadruk die Staatssecretaris en LISV leggen op herstelgedrag er toe geleid dat dit oneigenlijke kriterium in de praktijk al een rol is gaan spelen. Zo is het recent voorgekomen dat een bezwaarverzekeringsarts van het GAK in het kader van een beroepsprocedure een ME-pati?nte opeens gaat verwijten dat zij onvoldoende 'herstelgedrag' vertoont, overigens zonder dat dit in de jarenlange procedure die vooraf is gegaan ooit is onderzocht en beoordeeld. Het vermeende onvoldoende herstelgedrag wordt in deze zaak als argument gebruikt om de beperkingen van de verzekerde, die door medisch deskundigen zijn vastgesteld, gedeeltelijk te negeren. 5. Conclusie Conclusie: de herziene AMvB voldoet niet aan het gestelde doel, maar bestendigt de bestaande problemen en zal daarnaast tot nieuwe problemen leiden. Beter geen AMvB dan deze. Daarmee is echter nog steeds geen oplossing van het probleem van de uitsluiting tot stand gebracht. Donderdag 6 april aanstaande komt de kwestie aan de orde in uw commissie. Wij dringen er bij u op aan om de rechten van ar- beidsongeschikten met 'moeilijk objectiveerbare' gezond- heidsklachten niet op te offeren aan andere belangen. Wij doen een dringend beroep op uw commissie om niet akkoord te gaan met deze AMvB en tegelijk op te komen voor een oplossing van het probleem van de uitsluiting. Dit mag na vijf jaar niet nog verder op de lange baan geschoven worden. Hoogachtend, namens de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, Ynske Jansen, secretaris Bijlage: Persbericht Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, 2 maart 2000 http://www.leefwijzer.nl/steungroep-me/pers20000302.txt